‘We kunnen het niet alleen’

| Jelle Posthuma

‘De Nederlandse overheid moet blijven investeren in de infrastructuur van de nanotechnologie en de nanowetenschap’, stelt UT-professor Guus Rijnders, wetenschappelijk directeur van onderzoeksinstituut MESA+. ‘Anders dreigen we onze toppositie in de wereld te verliezen en zullen onderzoekers naar het buitenland vertrekken.’

In een opiniestuk in Het Financieele Dagblad luidt Rijnders de noodklok over de afnemende overheidsinvesteringen. De Nederlandse overheid heeft, samen met de betrokken universiteiten en instellingen zoals TNO en Amolf, de afgelopen tien jaar ruim een half miljard in de faciliteiten voor nanotechnologie gestoken. ‘De nationale infrastructuur, NanoLabNL, behoort dankzij deze investering tot de besten van de wereld’, vertelt Rijnders. ‘Het hele ecosysteem is hier.’

Hak op de tak

Om deze positie aan de top te behouden moeten we blijven investeren, stelt de hoogleraar. ‘We hebben als land keuzes gemaakt’, zegt Rijnders. ‘Je kunt met dit soort investeringen niet van de hak op de tak springen. Zet je middelen structureel in op een plek waar al veel “energie” zit, zoals de UT en andere vestigingen van NanolabNL.’

Fundament

Naast de terugloop van investeringen, ligt ook een versplintering op de loer, waarschuwt de voorzitter van de stichting NanoLabNL. Rijnders roept daarom op tot een gezamenlijke, nationale of zelfs Europese aanpak. ‘We kunnen het niet alleen’, signaleert hij.

Het fundament van goed onderzoek en innovatie is gebouwd op de faciliteiten. ‘Gekweekte organen op een chip om medicijnen te testen of de meest krachtige kwantumcomputers spreken tot de verbeelding, maar ontstaan niet op een vrijdagmiddag’, zegt Rijnders. ‘Ze zijn mogelijk door het fundament van goede wetenschappers en een sterke infrastructuur.’

Reacties

Vanuit het bedrijfsleven kreeg Rijnders reacties op zijn opiniestuk. ‘Ze vroegen: “waarom heb je de valorisatiemogelijkheden niet benoemd?”, vertelt de UT-professor. ‘Met NanolabNL zetten we in op zowel fundamenteel als toegepast onderzoek. Veel van dat onderzoek vindt plaats in een publiek-private samenwerking. Wij doen dus al heel veel met bedrijven, maar het gaat ons ook om de wetenschappelijke uitdaging, die op termijn weer in nieuwe innovaties resulteert.’

Daarom wil Rijnders in gesprek gaan met de overheid over de financiering van de wetenschappelijke infrastructuur. ‘Over een gezamenlijke aanpak, waarin universiteiten, instellingen, lokale en nationale overheden, samen de uidaging aangaan om NanolabNL aan de top te houden.’