Cocaïne smokkelen op de campus

| Rense Kuipers

Zo’n negentig psychologiestudenten kruipen donderdagmiddag in de huid van smokkelaar of douanier. Reden hiervoor is een veldexperiment op de campus van de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico & Veiligheid (PCRV).

Photo by: Flickr Creative Commons

Een aantal vragen aan Peter de Vries (docent) en Benjamin Ziepert (masterstudent) van de vakgroep, die het experiment organiseren.

Hoe gaat het experiment er in de praktijk uitzien?

Ziepert: ‘De smokkelaars krijgen legale en illegale kaarten, oftewel ‘bloem’ of ‘cocaïne’, die ze langs de douaniers moeten smokkelen en afleveren op de afleverlocatie. Voor iedere illegale kaart die ze afleveren krijgen ze 10 punten, voor iedere legale 1 punt. De douaniers kunnen de smokkelaars aanhouden, maar krijgen minpunten voor legale kaarten die ze onderscheppen.’

Wat proberen jullie te meten?

Ziepert: ‘Tijdens het experiment dragen de studenten GPS-trackers om hun nek, die hun positie iedere seconde opslaan. Tot nu toe is er best veel met behulp van GPS-data onderzocht, maar dat onderzoek vindt vooral door natuurkundigen of informatici plaats en dus schiet de menselijke component te kort.’

‘Wij proberen fijnmaziger bewegingen te meten die meer met strategie te maken hebben, zoals variatie in snelheid, afstand en hoe mensen bewegen ten opzichte van de groep. Gaat een groep een bepaalde strategie hanteren als ze cocaïne of bloem in de handen hebben, bijvoorbeeld door mensen met bloem vooruit te sturen? Dat soort gedrag zie je bij smokkelen in real-life ook.’

Hoe zit het met de nauwkeurigheid van GPS?

De Vries: ‘Het klopt dat er sprake is van een onnauwkeurigheid van 5 meter. Juist door heel veel metingen te doen, proberen we dit te reduceren. Ook valt of staat GPS met ontvangst van satellietsignalen; het speelveld is dan ook een redelijk open terrein om blokkering daarvan te voorkomen. Overigens is GPS maar een van de manieren om gedrag te meten; we zijn voor binnenshuis aan het kijken naar de mogelijkheden van Wi-Fi om inzicht te krijgen in gedrag.’

Wat is het grotere plaatje in dit geval?

Ziepert: ‘We kunnen hiermee geen uitspraken doen over het gedrag van smokkelaars en douaniers. Die claim kunnen we niet maken. Het gaat om of je veranderingen in gedrag kunt laten zien. Met de data die hieruit voortkomt willen we samen met de vakgroep Pervasive Systems van informatica toegankelijke software ontwikkelen voor gedragswetenschappers. De vraag is of we vragenlijsten – waarmee in de gedragswetenschappen veel wordt gewerkt – kunnen vervangen of aanvullen hiermee.’

De Vries: ‘Hoe kun je het gedrag meten dat mensen ‘in het echt’ vertonen? Gebruik van technologie als GPS kan veel voordelen hebben omdat je niet de vertekening hebt die vaak voorkomt bij onderzoek met vragenlijsten; daarbij blijkt soms dat mensen niet alles onthouden wat ze hebben gedaan of frequentie van eigen gedrag over- of juist onderschatten. Als je het helemaal groot bekijkt, onderzoeken we daarom of we technologie kunnen gebruiken om beter inzicht te krijgen in de psychologische achtergronden van gedrag.’

‘Veel software is namelijk ontwikkeld in meer technische domeinen en is daarom maar beperkt relevant voor sociale wetenschappers. Het gedrag waar bijvoorbeeld psychologen in zijn geïnteresseerd is doorgaans veel fijnmaziger. We denken dat de analysesoftware die wij ontwikkelen GPS-data voor hen kan ontsluiten.’