'De overheid wordt geen pinautomaat'

| HOP, Petra Vissers

De meeste studenten zullen hun studieschuld in de toekomst netjes terugbetalen, verwacht minister Bussemaker van Onderwijs. 'Ik kan me niet voorstellen dat iemand gaat studeren, maximaal leent en dan denkt: ik ga eens even 35 jaar werkloos zijn.'

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

Slimme en rationele studenten zullen zoveel mogelijk gaan lenen, voorspelde Michel Rog van het CDA gisteren tijdens deel één van het Kamerdebat over het nieuwe leenstelsel. Een ‘pinautomaat’, noemde hij de Staat zelfs. Het maakt immers nauwelijks uit of studenten veel of weinig lenen, maandelijks hoeven ze later maar maximaal vier procent van hun inkomen af te lossen.

Bussemaker noemde het betoog van Rog in het vervolg van het debat 'echt een hele vreemde redenering.' De minister: 'Dan ga je studeren en denk je; ‘ik blijf lekker werkloos en dan heb ik fijn gratis geleend’? En dan hoop je ook nog eens dat je geen partner vindt met een inkomen.'

Uit de rekenvoorbeelden die het CDA gisteren inbracht, trok de minister een andere conclusie dan Rog. 'Ik concludeer hieruit dat het stelsel inderdaad sociaal is en dat jonge mensen met een gerust hart kunnen gaan studeren. Mochten zij om wat voor reden dan ook geen werk vinden, dan komen ze niet in de problemen met hun studieschuld.'

De oppositie verzint allerlei wilde verhalen over het nieuwe stelsel, aldus de minister. 'De overheid wordt een pinautomaat' is misschien leuk bedacht, maar het past niet bij het wetsvoorstel dat we nu bespreken', hield ze Rog voor.

De Kamer hoeft niet bang te zijn dat het nieuwe leenstelsel een 'bom onder de staatsschuld' zal zijn, benadrukte de minister. De overheid gaat er op basis van onderzoek vanuit dat 86,4 procent van de uitgeleende euro’s weer terugkomt. Een geïrriteerde minister: 'De notitie daarover heeft de Kamer al. Die stapel is misschien wel zo groot dat die voor iedereen moeilijk te lezen is, maar wat we niet kunnen doen is elk uitzonderlijk voorbeeld opeens als een gemiddelde presenteren.'

De minister is bezig aan haar eerste termijn in het Kamerdebat over het wetsvoorstel studievoorschot. De oppositie ondervraagt haar over de toegankelijkheid van het onderwijs, het gevaar van grote leningen en de investeringen in het hoger onderwijs. Echt in de problemen is de minister nog niet gekomen.