Gefeliciteerd! Jij bent dus de enige die nominaal je bachelor haalt?
‘Inderdaad. Onze lichting was nog een pilot. We zijn met twintig studenten begonnen, maar na een maand waren er al tien afgevallen. Die wisten niet goed wat de studie inhield. Uiteindelijk zijn er van de pilot zes studenten overgebleven. Vijf hebben er bestuurswerk gedaan. Ik ben de enige die steeds gewoon is blijven studeren.’
![]()
Jan Kolkmeier krijgt de felicitaties van EWI-decaan Ton Mouthaan. Foto: Arjan Reef
Hoe was het voor jou om aan een helemaal nieuwe en dus onbekende studie te beginnen?
‘Ik had al een jaar informatica gestudeerd aan de UT, maar ik was niet echt tevreden met die keuze. Kort voor de zomer hoorde ik toevallig dat er een pilot van creative technology zou beginnen. Daar leek precies in te zitten wat ik miste bij informatica: het creatieve en exploratieve.’
En die verwachtingen werden waargemaakt?
‘Ik heb er absoluut geen spijt van, het paste helemaal bij mij. Vooral leuk is dat er veel projectvakken zijn en dat je samenwerkt met mensen buiten de studie. Met andere vakgroepen, maar ook met kunstenaars. We hebben ons werk tentoongesteld op festivals als Gogbot en de Twente Biënnale. Heel leuk, vooral omdat je de productontwikkeling van ontwerp tot installatie meemaakt.’
Wat ben je na je bachelor gaan doen?
‘Ik ben met de master human media interaction begonnen. Dat wordt in de toekomst de doorstroommaster voor de CreaTe-studenten die de richting new media hebben gekoezen. Die specialisatie gaat onder andere over veel visuele toepassingen en serious gaming. Deze master is een logisch vervolg.’
Ben je als eerstafgestudeerde nu ook een soort ambassadeur van creative technology?
‘Haha, ik heb het gevoel van wel. Er komen steeds mensen naar me toe met vragen. Media, maar ook eerste-, tweede- en derdejaars die willen weten hoe mijn afstuderen verliep en hoe mijn master bevalt. Iedereen is natuurlijk benieuwd wat voor baan ik straks heb als ik eenmaal ben afgestudeerd voor mijn master. Ik sta liever niet zo in het middelpunt van de belangstelling, maar ach, het hoort erbij en zo erg is het ook weer niet.’