Meters maken in de eredivisie
Naam: Sarah Eberl Leeftijd: 21 Studie: Psychologie Sport: Floorball Vereniging: Messed Up Het is een van de weinige UT-teams die in de landelijke eredivisie speelt, het team van de floorballdames van Messed Up. In die klasse zijn ze de kleinste ploeg, met in de punt van de aanval Sarah Eberl. ‘Het wordt dit seizoen vechten, het zal aankomen op conditie.’ De damescompetitie floorball bestaat eigenlijk maar uit één klasse, bekent Sarah aan begin van het gesprek. Afgelopen jaar was dat anders, toen werd ze met Messed Up kampioen van de tweede divisie, maar inmiddels zijn eerste en tweede divisie samengevoegd. ‘Het is leuk te zeggen dat je in de eredivisie speelt.’ ‘Het zal een moeilijk seizoen worden’, verwacht de aanvalster. ‘Eigenlijk hebben we te weinig nieuwe speelsters erbij gekregen. We zijn met zijn achten, op het veld staan vijf dames plus een keepster. Dan blijven er maximaal twee wissels over. Het wordt vechten, het zal aankomen op conditie.’ Ter vergelijking: het eerste herenteam van Messed Up bestaat uit dertien spelers en een keeper. Ook andere damesteams die Sarah en haar ploeggenoten zullen tegenkomen hebben een bredere selectie. ‘Het meest ideaal is als je twee linies hebt: minimaal tien spelers en een keeper’, legt ze uit. ‘Dan kun je altijd alle vijf tegelijk wisselen. Elke minuut of zo. Ja, dat is snel. Maar dan blijf je wel warm. En als je elke minuut sprint, word je snel moe. Eigenlijk moet je zorgen dat je gewisseld wordt voor je moe bent.’ Hoe haar team dat dit seizoen moet doen, weet Sarah eerlijk gezegd niet. ‘Gewoon doorgaan’, zegt ze nuchter. De speelsters van het damesteam werken aan hun conditie. ‘We trainen samen met de mannen. Dan raak je gewend om wat langer door te gaan. Ik zal niet zeggen dat we een topconditie hebben, maar als andere teams een keer met weinig wissels moeten spelen, vragen ze ons verbaasd: hoe doen jullie dat toch altijd? Die teams zeuren al als ze maar drie wisselspelers hebben. Wij zijn blij als we er twee hebben.’ Zelf zal Sarah dit seizoen ook veel meters moeten maken. Het hoort bij haar positie, ze staat in de punt van de aanval. ‘Ik moet de doelpunten maken. Daarnaast zal ik fanatiek moeten rondlopen en proberen de bal van de tegenstander af te pakken. Ik ben het sterkst als ik de bal aan de boarding heb en tegenstanders van me af moet houden of de bal moet veroveren. Dan kan ik iemand wegbeuken. Niet te hard hoor, met een schouderduw’, lacht ze. ‘Er spelen negen teams in de eredivisie. Wij gaan voor de zesde plek. Sommige tegenstanders hebben acht speelsters die ook bij het nationale team spelen. Daar hebben wij natuurlijk weinig kans tegen. Nee, degraderen kunnen we niet omdat er geen klasse onder de eredivisie is. Maar we willen niet als laatste eindigen. En ook niet als voorlaatste. We moeten gewoon goed spelen en lekker gaan scoren. Dan kunnen we zesde worden. Of vijfde, nog mooier.’ Sarah Eberl: ‘Ik ben het sterkst als ik de bal aan de boarding heb.’ Foto: Gijs van Ouwerkerk