Een topsportregeling voor ondernemers?

| Redactie

De 25 meest talentvolle ondernemers jonger dan 25 jaar – volgens ondernemerstijdschrift Sprout – vinden dat universiteiten meer moeten doen om ondernemerschap te stimuleren. Aanwezigheidsplicht bij colleges en vaste tentamendata weerhouden studenten ervan een eigen bedrijf te beginnen. In een brief aan de ministers Van Bijsterveldt (Onderwijs) en Verhagen (Innovatie) pleiten ze voor een top-ondernemersregeling naar analogie van bestaande topsportregelingen. Vier UT-studentondernemers, onder wie een van de initiatiefnemers van de brief aan de ministers, geven hun kijk op de zaak. Niet iedereen ziet iets in zo’n regeling. ‘Een bedrijf is jouw keuze, het is je eigen verantwoordelijkheid je studie af te ronden.’ Menno van der Werff (Wame) in de bieb en op kantoor met zijn collega: ‘Je werkt vijftig uur per week en bent ook ’s avonds in je hoofd bezig met je bedrijf. Dan blijft er weinig tijd over om te studeren.’ Foto: Gijs van Ouwerkerk

Papiertje heeft veel waarde’

Menno van der Werff begon in 2003 met zijn studie technische bedrijfskunde en richtte drie jaar later Wame op, een bedrijf dat (web)applicaties ontwikkelt. Over twee jaar wil hij zijn studie afgerond hebben.

‘Als je een bedrijf start, wil je graag dat het succesvol wordt. Je wilt de klant zo goed mogelijk helpen. Als er een deadline nadert, dan ga je daarvoor. Je wilt er effort in steken. Als je een bedrijf vanaf het begin half erbij doet, wordt het nooit wat. Het is belangrijk dat klanten tevreden zijn en dus moet je goede producten leveren.
De eerste paar jaar ging dat nog wel samen met studeren. Geleidelijk wordt dat moeilijker. Hoe groter je wordt, hoe beter het gaat. Op een gegeven moment krijg je meer klanten en voor je het weet ben je vijftig uur per week aan het werk. Daarnaast ben je er ’s avonds in je hoofd mee bezig. Dan blijft er weinig tijd over om te studeren.
Ik moet nu nog twee vakken voor mijn bachelor, mijn bacheloropdracht heb ik al wel gedaan. In mijn master ben ik over de helft. Ik heb het altijd willen afmaken. Het papiertje heeft veel waarde. Voor het werk heb ik het niet nodig, want ik heb al een baan. Klanten vragen daar niet naar. Maar ik vind het waardevol. Ik merk dat ik veel gebruik maak van dingen die ik in mijn studie heb geleerd.
Het afgelopen half jaar heb ik maar een vak gedaan. Dat was een keuze, want ik wist dat er wat grote projecten aankwamen. Ik heb me geregeld voor tentamens ingeschreven, waarvan ik wel wist dat ik ze niet zou halen. Je weet dat als je structureel tijd vrijmaakt dat het wel lukt. Een tentamen niet halen is niet leuk, dat blijft vervelend. Je wilt je studie kunnen afsluiten en dan helemaal verder met het bedrijf.’
Ik weet niet of een regeling met flexibele tentamendata voor ondernemers wenselijk is. Een eigen bedrijf is jouw keuze, je hebt zelf de verantwoordelijkheid om je studie af te ronden. En een tentamen komt nooit goed uit. Ik plan het nu gewoon in. Dan weet ik dat ik de weken ervoor iets minder tijd heb. Als zo’n regeling er zou zijn, zou ik hem gebruiken. Je bent gek als je dat laat lopen. Maar het moet geen voorwaarde zijn. Als je zonder regeling geen bedrijf zou starten, moet je het mét ook niet doen. Dan is je idee niet goed genoeg.’


Ik haal energie uit ondernemen’

Jan-Jaap Mastenbroek (werktuigbouwkunde) is aan het afstuderen bij Siemens. Vier dagen in de week, zodat hij ook nog uren kan steken in studentendetacheringsbureau TDS (Technical Design Students), de onderneming die hij met twee vennoten begin 2008 oprichtte.

‘Wij hebben met zijn drieën afgesproken per week maximaal vijftien uur in TDS te steken. De studie heeft altijd op één gestaan. Bewust, ja. Wij doen detacheringswerk. We gaan voor techneuten op zoek naar uitdagende bijbanen. Als we alles gaan doen wat we leuk vinden, dan kunnen we er wel in verdrinken. Dan rond je je studie nooit af. We zien genoeg mogelijkheden om het bedrijf groter te maken. We zouden ons bijvoorbeeld niet alleen op de technische maar ook op de bedrijfskundige niche kunnen richten. De verleiding om er meer dan vijftien uur in te steken is er wel, maar we hebben dit afgesproken en herinneren elkaar er met regelmaat aan.
Het is zeker niet altijd gemakkelijk om studie en bedrijf te combineren. Vorig jaar heb ik mijn master gedaan. Dat is bij werktuigbouwkunde een drukke periode. Je moet soms concessies doen: je planning loopt uit. Er zitten te weinig uren in de week om alle vakken goed te doen en ook nog je bedrijf succesvol te laten zijn. Daarom heb ik niet in een jaar alle vakken kunnen afsluiten. Dat vind ik niet heel erg, maar het geeft nu extra druk. Ik moet nog twee vakken halen.
Als je onderneemt, ben je 24/7 met je bedrijf bezig. Als een college saai is, ben je met je hoofd bij het werk. Maar mijn studie heeft er niet onder geleden, het duurt alleen iets langer. Ik haal energie uit ondernemen. Dat moet je niet onderschatten. Als je lekker in een workflow zit, gaat het ook beter met je studie.
Flexibele roosters en tentamens, daar zie ik niet zoveel in. Ik heb nog nooit gehad dat ik door mijn bedrijf een tentamen had willen verzetten. Je kunt het niet vergelijken met topsporters. Hun wedstrijden – een NK, een EK – staan vast. Als ondernemer heb je het zelf in de hand. Je weet wanneer een tentamen komt, daar kun je omheen plannen. Ik zie de noodzaak er dus niet van.
Ik doe mijn afstuderen nu vier dagen in de week in plaats van vijf. Dat betekent dat ik twee maanden langer bezig ben. Dat heb ik gewoon met Siemens en mijn hoogleraar afgesproken. Die vonden dat geen enkel probleem. Zo zie je maar weer dat je prima zelf kunt overleggen, dat hoeft echt niet vanuit de universiteit te komen.’

UT is niet ondernemend’

Taco Potze studeert sinds 2002 technische bedrijfskunde. Hij hoeft alleen zijn afstudeerscriptie nog te schrijven. In 2008 begon hij internetbureau voor webdevelopment GoalGorilla, maar daarvoor had hij al twee andere bedrijfjes.

‘In mijn tweede jaar begon ik samen met een studiegenoot het bedrijfje Bitz. We importeerden en verkochten mp3-spelers. We zijn daarmee gestopt omdat we allebei op hetzelfde moment onze bacheloropdracht in het buitenland wilden doen. Toen kreeg de studie voorrang. Ik vind mijn opleiding erg belangrijk. Het geeft me een basis, een ontzettende breed blikveld. Ik begrijp heel vlot waar klanten tegenaan lopen, vooral dankzij mijn studie.
Bitz was nog geen volwassen bedrijf. Nu is het lastiger. Nu krijgt mijn onderneming voorrang. De studie rond ik af omdat ik de titel wil hebben. Niet omdat ik denk dat ik met het schrijven van mijn scriptie zoveel nieuwe kennis kan vergaren. Dat doe ik al dagelijks met GoalGorilla. Maar het is goed om het af te ronden. Anders blijft het je achtervolgen en nu ligt het binnen handbereik.
Ondernemen heb ik altijd interessanter gevonden dan studeren. Voor mij is het uitdagender. Technische bedrijfskunde is veel theorie, ik heb meer behoeft om dingen in de praktijk te doen. Ik ben nieuwsgierig naar hoe mensen geld verdienen. Zo is het begonnen.
Toen ik begon met mijn studie waren we in naam een ondernemende universiteit. Ik vind de UT niet ondernemend. Er is weinig begrip als je een bedrijf begint. Je moet het steeds uitleggen, weinig mensen vinden het een logische beslissing. Studenten krijgen zo geen stimulans te gaan ondernemen. Mijns inziens is het relatief simpel om soepeler om te gaan met colleges en tentamens. De topsportregeling kun je zo omzetten naar iets voor ondernemers. Je moet alleen niet te veel helpen. Het gaat er om dat de drempel lager wordt en dat er een cultuur komt waarin het logisch wordt te gaan ondernemen. De ondernemer moet vervolgens zelf de juiste balans zien te vinden tussen studie en bedrijf.
Ik zou voorstander zijn van een project van drie maanden voor alle studies om een bedrijf op te zetten. Je leert er veel van en je zult zien dat de drempel om naar de Kamer van Koophandel te stappen niet hoog is. Dan laat de UT zien dat ze ondernemerschap stimuleert. Laat het cijfer voor dat project maar afhangen van de winst of verlies die je maakt. Maar ik denk dat de UT hier te bang voor is. Ik vind dat te weinig docenten een ondernemende insteek hebben.’

Studeren moet flexibeler’

Wouter de Vries van de in 2004 opgerichte internetonderneming Antagonist is mede-initiatiefnemer van de brief aan de ministers. In juni studeerde hij af voor zijn bachelor technische informatica, aan zijn master begint hij voorlopig niet omdat hij zijn bedrijf verder wil laten groeien.

‘Tijdschrift Sprout publiceerde voor de zomer een lijst met de 25 meest veelbelovende ondernemers jonger dan 25 jaar. Daar zat ik bij. Voor de lancering van dat nummer hebben wij met zijn allen bij elkaar gezeten. We spraken over hoe we ondernemen populairder konden maken bij jonge mensen. In je omgeving hoor je wel eens dat een eigen bedrijf lastig is te combineren met een studie, bijvoorbeeld door aanwezigheidsplicht bij practica en colleges.
Je hebt nu Het Nieuwe Werken, zou het niet eens tijd worden voor Het Nieuwe Leren? Dat was onze insteek. Nederland is ontzettend ondernemend, maar dat zie je weinig terug in het onderwijs. Met deze brief aan de minister wilden we dat onder de aandacht brengen. Het moet minder lastig worden om als student te gaan ondernemen. We moeten studeren flexibeler maken. Voor topsporters is er een speciale regeling, maak die ook voor topondernemers. Het is echt niet de bedoeling dat iedereen die zich bij de Kamer van Koophandel inschrijft daar gebruik van kan maken. Maar als je een kansrijk en goed idee hebt, waarom dan niet wat flexibeler met colleges en tentamens omgaan?
De UT doet het al erg goed vind ik. We lopen voorop, er zijn universiteiten waar regelingen volledig ontbreken. Bij ons liggen de juiste ideeën er en Kennispark biedt goede ondersteuning. Ik hoor wel van medestudenten dat er nog ruimte voor ontwikkeling is.
Zelf ben ik in juni afgestudeerd voor mijn bachelor. Ik ben begonnen in 2005 en heb dus de hele studie mijn onderneming ernaast gehad. Ik heb best wel geworsteld met die flexibiliteit. De zaak gaat altijd door, die kun je niet op pauze zetten. Als ik een storing had en ik zat in college, moest ik toch die storing oplossen. Gelukkig had ik weinig aanwezigheidsplicht, maar het vereist een efficiënte planning. En dat is lastig. Voor de tentamenweken heb je twee weken vrij om te leren, maar ik had dan alsnog een fulltime job. Het zou fijn zijn als voor ondernemers de tentamens minder dicht op elkaar zitten, dat je ze in kleine stukjes kunt voorbereiden. Ik heb ruim zes jaar over mijn studie gedaan. Dat is niet erg. Maar het had sneller gekund als het flexibeler had gekund.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.