‘Fundamenteel onderzoek komt in het gedrang’

| Redactie

Alexander Rinnooy Kan, die maandag in het Muziekcentrum het Academisch Jaar van de UT opende, is ‘niet optimistisch’ over de hoeveelheid geld die wordt geïnvesteerd in wetenschappelijk onderzoek. In Den Haag wordt bezuinigd en het aantal promotieplaatsen daalt. Gelukkig valt er in Brussel en bij het bedrijfsleven nog wat te halen, aldus de SER-voorzitter. ‘Maar in de optelsom ben ik bang dat het netto-effect niet positief is.’

Paul de Kuyper

U sprak in Twente over 25 jaar ondernemende universiteit, maar veel aandacht ging ook uit naar wat in Leiden, Rotterdam en Delft werd gezegd over samenwerking. Hoe kijkt u tegen een mogelijke fusie van die drie universiteiten aan?

‘Dat is een interessante optie. Als je toch over grootschalige samenwerking nadenkt, past deze stap goed, want deze universiteiten vullen elkaar goed aan in de verschillende wetenschapsgebieden die ze bestrijken. Het moet wel meer worden dan een optelsom van de huidige drie. Het wordt pas succesvol als ze gaan kijken wat de gezamenlijke sterktes zijn. Daarin zullen ze zich moeten specialiseren.’

Is Nederland te klein voor veertien universiteiten?
‘Dat geloof ik niet. We hebben het er immers ver mee geschopt. In de onderzoekswereld staan we er goed voor. Echter, voor een hoge positie in de wereldrankings van universiteiten is de omvang van de instelling steeds bepalender. Ik vind een fusie daarom op zijn minst het verkennen waard, als zo’n stap niet is geboren uit nood.’

Verwacht u dat er mede door een fusie meer buitenlandse studenten naar Nederland zullen komen?
‘Rankings worden steeds belangrijker. Als universiteiten hoger op de wereldrankings staan, trekt dat meer getalenteerde buitenlandse studenten. Dat is alleen maar goed, want er is altijd vraag naar talent. Een goede student is een verrijking voor Nederland. Je moet wel oppassen dat een fusie-universiteit geen massa-instelling wordt met alle negatieve connotaties die daarbij horen. Dat hoeft niet en zal overigens studenten ook afschrikken.’

Wat zegt u tegen mensen en partijen die vinden dat het aantal buitenlanders beperkt moet blijven omdat ze studeren op kosten van de Nederlandse belastingbetaler?
‘Het hangt ervan af wat je ervoor vraagt. Als het uiteindelijk een grote kostenpost is, moet je je knopen nog eens tellen. Maar Nederland is in concurrentie met vele landen voor het aantrekken van talent. We moeten de grenzen openen, waar die studenten ook vandaan komen.’

Hoe houden we dat talent na hun studie vast?
‘Buitenlandse studenten krijgen de mogelijkheid om nog een jaar na hun studie in Nederland te blijven om zich op een vervolg te oriënteren. We moeten ze dan iets te bieden hebben en dat hebben we ook. We zijn een ondernemend land.’

Dat ondernemende land trekt wel steeds minder overheidsgeld uit voor wetenschappelijk onderzoek.
‘Dat vind ik heel zorgelijk. Universiteiten hebben een hoofdrol te spelen in onderzoek. De optelsom van alle beleidsmaatregelen lijkt ertoe te leiden dat fundamenteel onderzoek in het gedrang komt, terwijl Nederland daar juist in uitblinkt. Dat onderzoek werd deels betaald uit de aardgasbaten. Het stopzetten van die financiering is een grote aderlating. Voor we dat hebben ingehaald, zijn we een heel eind verder.’

Zijn universiteiten innovatief genoeg om andere bronnen aan te boren?
‘Ik hoop dat we compensatie kunnen vinden in wat we uit Europa kunnen halen. Brussel is een no regret option. Dat hebben we zonder meer nodig. En we zijn ook best goed in geld uit Europa halen. Maar als je kijkt naar het aantal promotieplaatsen in Nederland: dat daalt. We komen in de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkelinggeloof ik op de op een na laatste plaats. Als we niet oppassen, staan we straks helemaal onderaan.’

Liggen er naast Brussel kansen bij het bedrijfsleven?
´Zeker, maar die lagen er altijd al. Het topgebiedenbeleid dat zich aftekent (negen topsectoren waarbinnen kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheid gaan samenwerken, red.) vind ik op zich positief. Dat moet helpen. Maar in de optelsom – minder geld van NWO, minder promotieplaatsen, wel meer uit Brussel en deze topgebieden – ben ik niet optimistisch. Omdat ik bang ben dat het netto-effect niet positief is.’

Wat kunnen universiteiten daaraan doen?
‘Als ik dat wist, zou ik het meteen vertellen. Misschien ben ik te somber, maar ik heb nu geen gouden tip.’

Als u over tien jaar terugkijkt op 35 jaar ondernemende universiteit, zijn we er dan weer bovenop?
‘Ik hoop zelfs dat we verder zijn. Dat kan ook. Nederland is niet kansloos. We hebben talent en gaan zelfs meer talent opleiden. Ik hoop dat we vasthouden wat we hebben en een stap vooruitzetten. Zodat we over tien jaar echt bij de top-5 kenniseconomieën horen.’

Hoeveel universiteiten hebben we dan nog?
‘Goede vraag, ik zou het niet weten. Als het experiment in Leiden, Delft en Rotterdam slaagt, weet ik niet wat andere universiteiten doen. Ik denk overigens dat we over tien jaar nog wel hetzelfde aantal campussen hebben. Je zult nog steeds in Delft, Rotterdam, Leiden en op alle andere bestaande campussen kunnen studeren. Daarin zal weinig veranderen.’


Foto: Arjan Reef
SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan: ‘Nederland is niet kansloos. We hebben talent en gaan zelfs meer talent opleiden.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.