Maaike Platvoet
Bashar Alsadik is inmiddels een half jaar in Nederland. Twee weken geleden kwamen eindelijk ook zijn vrouw en twee zoons van 11 en 15 jaar over. ‘Dat maakt me natuurlijk ongelooflijk happy’, vertelt hij, aan een tafeltje in het Theatercafé van de Vrijhof. ‘Hier kunnen we in vrijheid leven. Ik kan mijn zoons met een gerust hart laten rondfietsen. Dat was in Bagdad ondenkbaar.’
Hij praat niet erg graag over zijn verleden in Irak. En bovendien is er zoveel gebeurd in de afgelopen jaren, dat kan hij niet eens allemaal in één gesprekje vertellen. Dus beperkt Bashar zich zoveel mogelijk tot de headlines. Hoe bijvoorbeeld het grote bombardement in april 2005, vlakbij zijn universiteit in Bagdad, tot belangrijke beslissingen leidde. ‘Ik overleefde, maar was erg zwaar gewond’, vertelt hij en laat de littekens op zijn armen zien. ‘Brandwonden’, verklaart Bashar. ‘Ik had drie maanden nodig om te herstellen, maar verloor daarna mijn broer. Hij was arts in een privé-kliniek en werd vermoord. Door wie weten we nog steeds niet. Maar dat is heel gewoon in Irak, het gebeurt continu om je heen.’ Na het rampzalige incident met zijn broer besluit Bashar te vluchten naar Syrië, samen met zijn vrouw en kinderen. Hij kan eenmaal in Syrië geen baan vinden en besluit uiteindelijk weer terug te keren naar Bagdad. In 2007 komt de Irakees via via in contact met een hoge commissaris van de VN, die voor hem allerlei documenten probeert te regelen om het land uit te komen. ‘Die commissaris van de VN kreeg het voor elkaar dat ik voor een korte cursus van drie maanden naar het ITC kon. Natuurlijk ging ik, al was het erg moeilijk om mijn gezin achter te laten.’ Na afloop van de cursus geeft Bashar aan dat hij graag verder wil met een promotie, het ITC wil hem die kans geven als hij een geschikt voorstel weet te schrijven. Ondertussen moet de Irakees wel terug naar zijn vaderland. ‘Daarna heb ik een paar maanden moeten wachten op toestemming, op visa en allerlei andere vergunningen. In die tijd werkte ik weer gewoon op de Bagdad University en keek elke dag – voordat ik naar mijn werk reed – even onder de motorkap van mijn auto of er geen bom zat.’
Als Bashar groen licht krijgt voor een werkvergunning in Nederland, aan de UT, is hij vreselijk blij, maar ook teleurgesteld als blijkt dat zijn vrouw en kinderen niet direct mee kunnen. Zijn gezin vertrekt daarom naar Jordanië, waar hij via de Nederlandse ambassade alsnog de benodigde documenten voor ze probeert te regelen. En hoewel hij nu al een half jaar een aanstelling heeft aan het ITC, konden zijn vrouw en twee zoons niet eerder dan begin deze maand naar Nederland komen.
Desalniettemin reden voor een klein feestje, vond Bauke Visser, coördinator van het Bureau Buitenlandse Medewerkers van de UT. Zij organiseert daarom vandaag voor Bashar en zijn familie een speciale bijeenkomst in de Blomzaal van de Faculty Club, waarbij iedereen is uitgenodigd die betrokken was bij het regelen van allerlei zaken om Bashar naar de UT te krijgen. Zo zal er een vertegenwoordiger van de UAF zijn, de organisatie die hoogopgeleide vluchtelingen en asielzoekers ondersteunt in de vorm van advies en voorlichting, maar ook in de begeleiding tijdens studie, bemiddeling naar werk en financiële ondersteuning. Ook Bureau Buitenlandse Zaken en de faculteit ITC speelden een belangrijke rol om Bashar naar Nederland te krijgen.
Over vier jaar loopt zijn phd-contract af. Eigenlijk wil de promovendusdaar helemaal nog niet aan denken, maar doet dat natuurlijk af en toe wel. Want dan moet hij terug naar Irak. ‘Dat is moeilijk, natuurlijk wil ik niet terug. Geen idee wat de toekomst dan brengt. Ook voor mijn zoons zal het moeilijk zijn na al die vrijheid hier. Gelukkig kan ik er ook niet te veel over nadenken. Daarvoor heb ik het als promovendus veel te druk.’
![]()
Bashar Alsadik: ‘Ik kan mijn zoons hier met een gerust hart laten rondfietsen’. (Foto: Arjan Reef)