Sandra Pool
De postdoc is speciaal voor het tweejarige projectonderzoek aangetrokken. ‘Ik heb net mijn promotie in Wageningen afgerond en ben sinds februari met dit project bezig. Het vergt wat aanpassingen van mijn kant. In Wageningen deed ik onderzoek op het terrein van de bio-chemie. In Twente, bij de groep thermo-Chemische Conversie van Biomassa ligt de nadruk logischerwijs meer op thermochemie.’
Met hulp van een slideshow legt Kootstra in een rustig tempo het principe van de duurzame boerderij uit. ‘Men spreekt vaak over energie neutraal, maar wij zien de boerderij ook als producent van bijvoorbeeld chemicaliën en energie uit reststromen. Ik ga dus een stap verder. Samen met de provincie Overijssel als financier.’
In een verkennende analyse onderzocht Kootstra drie aspecten. ‘Allereerst wilde ik weten welke reststroom geschikt is als grondstof voor chemicaliën. We zitten hier in Overijssel, een gebied met intensieve veeteelt. Mest is een enorme reststroom.’ Hij vertelt dat in Overijssel varkens 1,7 miljoen ton mest per jaar produceren en koeien 9 miljoen ton. ‘Bij varkens bestaat mest voor zo’n 95 procent uit water. Bij koeien voor negentig procent. Het is hartstikke duur om dat te vervoeren. Je transporteert bijna alleen maar water.’ Om het onderzoek in te kaderen, kijkt Kootstra vooralsnog alleen naar varkensmest. Vervolgens onderzocht hij welke technologie het meest handig is voor het verwerken van varkensmest. ‘In eerste instantie lijkt ontwatering, gevolgd door pyrolyse van het gedroogde materiaal, het beste toepasbaar en haalbaar op boerderijschaal. Pyrolyse is de verhitting van biomassa tot ongeveer vijfhonderd graden Celsius, zonder dat er zuurstof bij aanwezig is.’ Tot slot kaderde hij het begrip chemicaliën in. ‘Als je biomassa gaat pyrolyseren krijg je gassen, olie en char ofwel koolstof en as. Bij as begon een bel te rinkelen. As zit vol mineralen waaronder fosfor dat van belang is in de landbouw voor de productie van kunstmest.’ Fosfor ligt opgeslagen in stenen, rots en onder de grond. ‘Het raakt dus een keer op en fosfor is niet te vervangen door een ander element. Wat als we nou uit varkensmest met hulp van pyrolyse fosfaat kunnen halen?
Qua kosten denkt Kootstra dat het kan. ‘Natuurlijk spelen er nog andere dingen een rol. Die gaan we onderzoeken in subprojecten.’ Hij noemt als voorbeeld as. ‘Behalve fosfor zit daar kalium en calcium en nog meer elementen in. We moeten kijken of we fosfor daaruit kunnen onttrekken.’ Na twee jaar onderzoek is het de bedoeling dat de onderzoeker een aantal mogelijkheden kan voorleggen. Binnen het BE2.O programma werkt de UT ook aan andere klimaat-neutrale projecten. Samen met de bedrijven OPRA en BTG wil ze een nieuwe generatie gasturbines vervaardigen die op pyrolyse-olie kunnen draaien. Samen met energiebedrijf TWENCE en Landschap Overijssel ontwikkelt de UT een mobiel apparaat dat groen afval via torrefactie, het roosteren van biomassa, omzet in homogene brokken, een soort groene steenkolen. Tot slot werkt de UT samen met de Universiteit van Wageningen aan een rendabel proces om algen-biodiesel te maken.
![]()
Maarten Kootstra werkt sinds februari aan het project ‘Duurzame Boerderij.’ (Foto: Gijs van Ouwerkerk)