Tijdens de kick-off meeting spraken bestuurders en onderzoekers over het project. Sascha Kersten van de vakgroep Thermo-Chemical Conversion of Biomass van het onderzoeksinstituut IMPACT, vertelde dat postdocs van de UT het onderzoek uitvoeren naar de toepasbaarheid van nieuwe technologieën. ‘In de meeste gevallen gaan ze aan de slag bij een bedrijf’, zegt Kersten.‘Het wordt een beetje out of the box denken. Ze zijn vier jaar onderzoek gewend en nu staat er twee jaar voor.’ Kersten vertrouwt op hun ervaring. ‘En de onderzoeken bevinden zich in een dusdanig stadium dat na twee jaar duidelijk moet zijn of het de markt op kan.’
Theo Rietkerk, portefeuillehouder van economie, energie en innovatie van de provincie, vertelde dat er een energiefonds wordt opgericht ter waarde van 150 miljoen euro. ‘De overheid doet een stapje terug als het project eenmaal loopt, maar we moeten blijven stimuleren. Het programma is een mooi voorbeeld waarin onderzoek en innovatie wordt omgezet tot business. Het is goed dat we het lef hebben gehad om te investeren. Wat levert het op? Het is groen, het is duurzaam, het is bio.’
Het bio-energieprogramma past volgens collegevoorzitter Anne Flierman bij het profiel van de UT. ‘Wij willen excelleren in belangrijke technologie en dat vertalen naar de samenleving. Dat dwingt ons ertoe te participeren in dit soort projecten.’ Nu de financiële middelen aan het verschuiven zijn, is de UT volgens de bestuurder genoodzaakt om andere bronnen aan te boren. ‘De provincie is een belangrijke speler. Daarnaast werken we samen met andere universiteiten. Bij bio-energie past de Universiteit van Wageningen uitstekend als partner.’
Tot slot gaven vijf postdocs van de UT tekst en uitleg over hun onderzoek die bij het project horen. Hierover meer in UT Nieuws van donderdag 30 juni.