Proef met nieuwe leeromgeving voor hoogbegaafde scholier
De GW-vakgroep instructietechnologie heeft bijna zeven ton subsidie gekregen voor het opzetten van een digitale leeromgeving waarin hoogbegaafde leerlingen extra uitdaging krijgen door met elkaar en met de andere leerlingen in de klas samen te werken in projectonderwijs. Deze week ging het project officieel van start op 35 basisscholen in Lelystad. Paul de Kuyper De UT kreeg 670.000 euro van het ministerie van Onderwijs voor het project ‘Be cool!’. Die afkorting staat voor ‘Bevorderen van Excellentie door Coöperatief Onderzoekend en Ontwerpend Leren’. In het project wordt een computergebaseerde leeromgeving ontworpen waarbinnen hoogbegaafde basisschoolleerlingen met elkaar en met de andere kinderen in de klas samenwerken aan vakoverstijgende opdrachten. Hoogbegaafde leerlingen krijgen vaak extra opdrachten of masterclasses, maar die vinden meestal buiten de sociale context van de klas plaats. In dit nieuwe leermodel functioneren de hoogbegaafde kinderen – uit de groepen 6, 7 en 8 – gewoon binnen de klas en doen ze toch opdrachten op hun eigen niveau. In gemengde groepen krijgen de leerlingen een vakoverstijgend probleem voorgeschoteld, schetst projectcoördinator Tessa Eysink. ‘Bijvoorbeeld: ontwerp een gezonde pizza. Daar kan rekenen inzitten doordat leerlingen hun body-mass index moeten uitrekenen. Er zit biologie in met lessen over bijvoorbeeld spijsvertering en je kunt het bij taal toepassen als kinderen er een rapport over moeten schrijven. Elk probleem kent deelproblemen op verschillende niveaus. De hoogbegaafde leerlingen werken aan ingewikkelder opdrachten dan de andere kinderen. Vervolgens zijn wel alle antwoorden nodig om het gehele probleem op te lossen. Ze moeten dus met elkaar samenwerken.’ Doel van Be cool! is dat er gedifferentieerd wordt in het type opdracht, maar ook in het type feedback. Bovendien is het van belang dat hoogbegaafde leerlingen normaal functioneren in een gewone klas. Eysink: ‘Juist dat sociale aspect, samenwerken met leerlingen op andere niveaus, is belangrijk. Uiteindelijk zullen ze in de maatschappij ook moeten samenwerken met anderen dan alleen hoogbegaafden.’ Het project met 35 basisscholen in Lelystad heeft een looptijd van 4,5 jaar. In die tijd moet een complete leeromgeving worden opgezet die voldoet aan de leerlijnen en kerndoelen die het ministerie voor het basisonderwijs opstelt. De bedoeling is dat de leeromgeving vervolgens op grotere schaal wordt toegepast. Alieke van Dijk uit de vakgroep instructietechnologie promoveert op het project.