Sandra Pool
Nanomi (wat staat voor ‘nano micro’) opereert volgens Gert Veldhuis (41) in de markt van de lange adem, de life science markt. Op het moment dat een medicijn klaar is voor gebruik zijn er gemiddeld tien jaar verstreken aan ontwikkeling en zijn er al heel wat kosten gemaakt. Dat kan oplopen tot 800 miljoen euro en misschien wel meer. Voor Veldhuis is het zaak zo snel mogelijk met zijn monosphere-technologie het ontwikkelingstraject van medicatie in te stappen. ‘We hebben een microzeef ontwikkeld – denk aan een douchekop – waar we vloeistof doorheen drukken. Het resultaat is kleine druppels van gelijke grootte. Door de druppels te drogen, maken we microdeeltjes.’
Het technologiebedrijf heeft de kennis in huis om de eigenschappen van de deeltjes in sterke mate te controleren. ‘Niet alleen de grootte, ook de samenstelling kunnen we bepalen.’ En dat heeft grote voordelen. ‘Stel, je maakt bioafbreekbare deeltjes met daarin een medicijn. Die injecteer je in een spier onder de huid van een patiënt. Je zorgt er door de samenstelling van de deeltjes voor dat gedurende een langere periode, soms meerdere maanden, de medicijnafgifte constant is. Een goed voorbeeld hiervan, hoewel het in dit geval niet om microdeeltjes gaat, is de prikpil.’
De techniek van Nanomi gaat echter verder. ‘We kunnen de samenstelling zo goed controleren dat we heel veel deeltjes in een injectie kunnen stoppen en dus meer medicijn kunnen toevoegen in één shot. Hierdoor zijn langere afgiftetijden mogelijk. Daarnaast kunnen we de deeltjes heel lokaal injecteren die vervolgens ter plekke langzaam oplossen en daar het medicijn afgeven.’
Nanomi begon in 2004. De managing director studeerde daarvoor technische natuurkunde aan de UT en promoveerde er ook. Na twee jaar bij Philips keerde hij terug naar Twente. Via professor Cees van Rijn, de grondlegger van de microzeeftechnologie, rolde hij in het ondernemerschap. ‘Ik kende Van Rijn nog van mijn promotietijd. Hij vroeg mij om in te stappen. Waarom? Ik denk dat het een combinatie is van mijn zakelijke en technische interesse. En waarschijnlijk talent,’ lacht Veldhuis.
Het bedrijf startte met een Tijdelijke Ondernemersplaats (TOP) en was tot eind 2007 gevestigd in de Mesa+ high tech factory. ‘Tot we onze zeefjes zo ver ontwikkeld hadden dat we er de boer mee op konden.’ Dat vereiste een strakke kwaliteitscontrole. De productie werd uitbesteed en de onderneming vestigde zich in het bedrijvenverzamelgebouw de Valkeaer op het bedrijventerrein Hazewinkel in Oldenzaal. De eigen faciliteiten werden uitgebouwd met laboratoria en een cleanroom voor steriele producten. Inmiddels werkt er twaalf man en heeft Nanomi vertegenwoordiging in Amerika en een stevig voet aan de grond in Europa.
‘Een volgende stap is om van microdeeltjes naar nanodeeltjes te gaan,’ schetst Veldhuis de toekomst. ‘Nog kleinere deeltjes maken dus. Tot nu toe kunnen we alleen injecteren in spieren. Met nanodeeltjes zal dat ook in de bloedvaten kunnen. Je krijgt zo heel andere routes voor medicatie tot je beschikking. Dat geeft weer nieuwe mogelijkheden.’
Core business blijft het kunnen produceren van heel veel kleine deeltjes in heel grote hoeveelheden. En daar zijn niet zo veel bedrijven in gespecialiseerd, weet Veldhuis. ‘De concurrentie is te overzien. Het sterke punt van ons bedrijf is de grote schaal waarop we opereren. Het gaat niet om honderd druppels maar om miljarden en nog wel meer: tien tot de twaalfde en zelfs tot de veertiende. Echt grote hoeveelheden dus. En dat met behulp van microzeeftechnologie. De eenvoud van dat concept is onze kracht.’
![]()
Achtergrondinformatie:
De Stichting Universiteitsfonds Twente reikte de Van den Kroonenberg-prijs uit tijdens de jaarlijkse Innovatielezing. De onderscheiding is voor jong ondernemerschap en een eerbetoon aan de vroegere Rector Magnificus H. van den Kroonenberg die zich destijds bijzonder heeft ingezet om nieuw ondernemerschap vanuit de UT te stimuleren. De prijs bestaat uit een geldbedrag van € 4.500, een oorkonde en een award, vervaardigd door Mohana van den Kroonenberg, de dochter van.