Maaike Platvoet
Voor Martijn van Velzen (faculteit MB) is het de tweede keer dat hij genomineerd wordt voor de faculteitsprijs, voor Koen van Andel (CTW) en Ronan van der Zee (EWI) is de nominatie nieuw. Alle drie vinden ze het hoe dan ook ‘leuk’, ‘verrassend’, en ‘een compliment’.
Opnieuw gaat het om drie relatief jonge docenten, waarbij Koen van Andel er qua leeftijd uitspringt. Hij zit sinds zijn afstuderen in 2008 [werktuigbouwkunde aan de UT, red.] nog maar drie jaar ‘in het vak’.
Dat is vast geen toeval, drie jonge genomineerde docenten. Dat spreekt studenten vast meer aan?
Koen: ‘Ik zie de studenten nog wel als mijn eigen generatie. Bovendien probeer ik ook alles zo uit te leggen dat studenten die nieuw zijn in het vakgebied het snappen. Mijn zusje van twintig heb ik dan mooi als voorbeeld.’
Ronan: ‘Natuurlijk probeer je je te verplaatsen in hun wereld, maar dat zullen oudere docenten ook vast doen.’
Martijn: ‘Als je als docent de kloof wilt overbruggen, moet je toch proberen om op de belevingswereld van de student in te spelen.’
Wanneer is voor jullie een college geslaagd?
Martijn: ‘Dat voel je. Een college is voor een deel fysiek – ik loop veel – dus ik ben na afloop ook helemaal leeg. Maar je ziet het ook aan de studenten: zijn ze geconcentreerd?’
Koen: ‘Ik heb niet echt een meetpunt. Als ze mijn stof goed oppikken, zie ik dat wel terug bij werkcolleges.’
Ronan: ‘Van die glazige blikken, dat is natuurlijk nooit goed. Dat moet je altijd proberen te voorkomen.’
Een goed docent durft zich bloot te geven, zei Alexander Brinkman, winnaar van de Centrale Onderwijsprijs vorig jaar. Wat vinden jullie daarvan?
Koen: ‘Klopt. Er komt wel een stukje theater om de hoek kijken tijdens een college. Je probeert als het ware de stof te verkopen. Je probeert het gezicht van het vak te zijn.’
Ronan: ‘Klopt, je verpakt zo’n college op een bepaalde manier.’
Martijn: ‘Ik heb laatst mijn twee oudste kinderen meegenomen naar een college. Zij hadden voorjaarsvakantie en waren nieuwsgierig naar mijn werk. Ik heb ze actief laten meehelpen. De studenten lieten na afloop weten dat ze dat ‘heel leuk vonden’. De studenten hadden bovendien daardoor het idee dat ik niet het zoveelste college op rij stond op te sommen.’
Waarom zijn jullie genomineerd?
Ronan: ‘Om eerlijk te zijn: ik weet het niet precies meer. Wel had het te maken met het feit dat ik heldere uitleg gaf.’
Koen: ‘Dat gold ook voor mij: dat ik de lastige stof op een luchtige manier toegankelijk weet te maken.’
Martijn: ‘Ik geef voor hele grote groepen colleges, soms wel driehonderd studenten, maar probeer dan toch zo veel mogelijk persoonlijke aandacht te geven. Als ik een student een vraag stel in zo’n college, dan vraag ik bijvoorbeeld altijd eerst hoe hij of zij heet. Ook doe ik veel aan onderwijsinnovatie en pas elk jaar de stof aan: zo weet ik het voor mezelf ook uitdagend te houden.’
Mogen studenten altijd bij jullie aankloppen?
Koen: ‘Eigenlijk wel, want dat houdt het werk gevarieerd. Ik neem graag de tijd voor alle dingen die ik leuk vind en daar horen binnenvallende studenten ook bij. Alleen in drukke collegeperiodes zoals nu, ben ik alleen wel erg moe soms.’
Ronan: ‘Studenten kunnen altijd bij mij aankloppen, ook zonder afspraak. Als het dan uitkomt, dan is dat prima. Maar ik beantwoord ook veel per mail.’
Martijn: ‘In een periode van grote vakken, maak ik altijd de afspraak dat ze niet moeten e-mailen. Als alle driehonderd studenten mij gaan mailen, reken maar uit hoe druk ik daar dan mee ben. Op vrijdag houden mijn collega en ik dan wel een spreekuur, studenten kunnen dan ook komen met meer inhoudelijke vragen.’
Hoe gaan jullie om met de excellente en de zwakkere studenten?
Koen: ‘Als een heel goede student iets extra’s wil doen, dan kan dat. Zwakkere studenten probeer ik vooral met raad en daad bij te staan. Iedereen die inzet toont verdient houvast, duidelijkheid en zekerheid.’
Ronan: ‘Mijn ervaring is dat excellente studenten vaak voor zichzelf wel een uitdaging vinden, die redden zich wel. Zwakkere studenten help ik graag, maar dan moeten ze ook wel met een hulpvraag komen.’
Martijn: ‘Uitblinkers zet ik graag in de spotlights, door bijvoorbeeld het UT-Nieuws te tippen als ze een bijzondere opdracht hebben gedaan. Zwakke studenten wil ik ‘veeleisend helpen’: ik wil hen graag ondersteunen, maar dan moeten ze zelf ook willen. Er is een grote groep studenten die nu – zonder al te veel instroomeisen – bedrijfskunde kan gaan studeren. In die grote groep zitten altijd studenten voor wie de opleiding niet geschikt is en die dus niet op de goede plek zitten. Die mensen zouden eigenlijk het advies moeten krijgen om wat anders te gaan doen: een andere studie of eerst werkervaring opdoen.’
Stel, je wint de finale. Heb je al een leuke bestemming voor die 2.500 euro?
Koen: ‘Hmmm, nou moet ik natuurlijk een diplomatiek antwoord geven? Zo’n apparaatje waarmee je sheets op afstand kunt doorklikken, lijkt me wel wat. Of zo’n ouderwetse aanwijsstok, daar kan ik de studenten mee op hun vingers tikken, haha.’
Martijn: ‘Ik denk dat ik het ga gebruiken om mijn fysieke grenzen te verleggen. Ik wielren graag: daar kun je je geld wel aan kwijt.’
Ronan: ‘Ik fotografeer graag en weet nog wel een leuke lens voor mijn camera.’
![]()
Van links naar rechts: Koen van Andel, Martijn van Velzen en Ronan van der Zee. Foto: Arjan Reef