Paul de Kuyper
Voelt dat raar, een prijs waar je jezelf voor moet nomineren?
‘Ik kreeg een brief dat ik me kon inschrijven voor de beurs. Ik dacht die win ik toch niet. Maar ik wilde wel heel graag een carrièreswitch maken – waar deze beurs voor bedoeld is.
Welke carrièreswitch ga je maken?
‘Ik ben als onderwijskundige vijftien jaar in loondienst geweest. Daarna ben ik voor mezelf begonnen, heb een bureau opgericht: Learning by Action. Ik werkte beroepsmatig veel met doelgroepen die weinig via geschreven tekst leerden. Daarom ben ik gaan kijken naar methoden met video. Omdat ik ook duik, ben ik ook gaan kijken naar filmen onder water. Mijn partner en ik organiseren met ons project ‘Duik de Noordzee schoon’ schoonmaakacties waarbij we oude netten en wrakken leeghalen. Ik kreeg steeds meer vragen van omroepen en Noordzee-organisaties naar beelden. Ik merkte dat mijn interesse verschoof naar onder water filmen voor educatieve projecten. Met als droom voor National Geographic te werken.’
Wat fascineert je zo aan de Noordzee?
‘De Noordzee is onze eigen achtertuin, anderhalf keer zo groot als Nederland en ons grootste natuurgebied. De meeste mensen zien het als economisch wingebied, voor oliewinning, windmolenparken of visserij. Mensen denken dat het er vies, grijs en donker is. Maar er leven juist veel dieren, de Noordzee kent een heel hoge biodiversiteit. Daarnaast liggen er zo’n tienduizend wrakken, veel Engels kruisers uit de Eerste Wereldoorlog. Daarover zijn mooie cultuurhistorische verhalen te vertellen.’
Heb je al een opleiding uitgezocht?
‘Ik ben me aan het oriënteren. Het filmen ben ik ingerold, ik heb wel een keer een korte cursus gevolgd, maar ik zoek meer verdieping. Ik heb bijvoorbeeld geen technische achtergrond en weet niet hoe het met licht en geluid werkt onder water.’
Wanneer zien we je eerste documentaire op National Geographic?
‘Haha, goeie vraag. Ik hoop toch wel over vijf jaar. Ik wil een spectaculaire documentaire maken over de wrakken in de Noordzee. Ik hoop dat ik National Geographic daarvoor geïnteresseerd krijg.’
Foto: Nienke Salomons/archief UT-Nieuws