In een initiële presentatie door het CvB aan het begin van dit jaar over hoe de bezuiniging zou worden verwerkt, zou dit proces worden gebaseerd op kwaliteit en een universiteitsbrede vergelijking. Daarbij zouden onderzoeksgroepen worden geranktin categorieën als ‘fundamenteel’, ‘toepassingsgericht’ en ‘essentieel voor onderwijs’. Als eenvoudig hoogleraar dacht ik dat dat zou inhouden dat dit overleg en deze afstemming primair zouden verlopen met en door de instituutsdirecteuren omdat die per slot van rekening in onze universitaire matrixstructuur gaan over het onderzoeksbudget. Dit was echter een misrekening, want deze week, na een lange periode van stilte, bleek dat er kortingen per faculteit opgelegd gaan worden en dat de instituten slechts een marginale rol in het hele proces lijken te spelen. Mijn vraag: Waarom? Hier een mogelijke analyse.
Het doet me denken aan 1990. Koning Boudewijn van België weigert een abortuswet te ondertekenen. De regering van België neemt daarop de beslissing dat de koning ongeschikt is om te regeren, hij wordt 36 uur uit zijn functie ontheven. De regering is in deze situatie alleen bevoegd de wet aan te nemen en daarna wordt de koning weer vrolijk in zijn functie hersteld. Iets soortgelijks lijkt aan de UT aan de hand te zijn. De wetenschappelijk directeuren worden tijdelijk ongeschikt verklaard, sommige instituten worden helemaal opgeheven en onderzoeksgroepen worden vrijelijk herverdeeld over de overblijvende instituten. De (verminderde) budgetten worden vastgesteld en de directeuren kunnen weer verder op de ingeslagen weg.
Een nog cynischer persoon zou misschien concluderen dat hier het aloude divide et impera(verdeel en heers) achter steekt. Door de bal (lees: bezuinigingsdoelstellingen) bij de faculteiten en decanen neer te leggen in plaats van bij de instituten worden decanen en directeuren tegen elkaar uitgespeeld en kan het CvB vrijelijk beslissen. Een lekker stukje machtspolitiek dat het universitaire beslissingsproces weer eens wat sjeu geeft. Ware het niet dat de belangen wel erg groot zijn.
Is er dan niets overgebleven van de initiële principes en idealen? Natuurlijk wel! De drie onderzoekscategorieën worden nog overeind gehouden. De indeling is gebeurd met kleurtjes: mooi fel rood, geel en groen. Toevallig ook de drie kleuren die de meeste carnavalsverenigingen in het zuiden des lands gebruiken. En verder naar het zuiden afdalend: Ik sprak laatst een Belgische (of moet je tegenwoordig zeggen: Vlaamse) collega die zei over het al twaalf maanden uitblijven van een nieuwe regering: ‘Zowel bestuurlijk als economisch is het nog nooit zo goed gegaan in België als de afgelopen periode.’ Zo kan het ook nog.
Jurriaan Huskens, hoogleraar TNW