'Een persoonlijke hoogleraarschap is een extra drive'

| Redactie

Bärbel Dorbeck-Jung is al dertig jaar verbonden aan de Universiteit Twente. Uitdagingen en kansen kwamen telkens op het juiste moment op haar pad. De benoeming tot persoonlijk hoogleraar, afgelopen maart bij de faculteit management en bestuur, voelt als een erkenning, zegt ze zelf, en als een drive om door te gaan met haar pionierswerk op het snijvlak van technologische ontwikkelingen en regulering.

Sandra Pool

Wat doet deze benoeming met u?
Het is een erkenning van mijn werk, het opzetten van een interdisciplinaire benadering van de regulering van technologie. De laatste jaren ligt mijn focus op de regulering van medische en nanotechnologie. Dertig jaar geleden, toen ik hier begon, was de tijd daar nog helemaal niet rijp voor. Destijds werkte ik als pionier op het gebied van informatie- en computerrecht. Pas veel later, nu zo’n vijf jaar geleden, verkende ik het terrein van de regulering rondom medische en nanotechnologie. Dat kan nu. Een persoonlijk hoogleraarschap is bovendien een extra drive om vooral door te gaan. Ik krijg nu wekelijks een uitnodiging om ergens iets te vertellen.’

Je noemt jezelf een echte pionier…
Ja, het is de rode draad in mijn loopbaan. Ik heb in de dertig jaar genoeg aanbiedingen en kansen gehad om weg te gaan, maar telkens diende zich weer een nieuw te verkennen gebied aan. Dat ontdekken vind ik mooi werk. Het past bij mij.’

Waar wilt u naar toe?
Op onderwijsgebied pleit ik er voor dat er vakken komen waarin kennis over de technologie en de gevolgen zijn geïntegreerd. Hierdoor kun je verantwoorde technologieontwikkeling bevorderen. Laatst gaf ik met Dave Blank, wetenschappelijke directeur van Mesa+, in een key note aan hoe dat zou kunnen. Dave vertelde over een nieuwe ontwikkeling op nanogebied en ik haakte daar op in vanuit sociale, juridische en ethische vragen.’

Een voorbeeld?
Neem genetische manipulaties van organismen. Dat is in Europa massaal afgewezen. Er was is te weinig aandacht geweest voor het publieke debat en de voorbereidingen van de regulering. Onzekerheden en risico’s zijn destijds niet goed ingeschat. Hiervan kunnen we leren. Ik pleit voor een interdisciplinaire aanpak. We verkennen bestaande regels rondom medische en nanotechnologie en we sporen de hiaten op. Daarnaast werken we nauw samen met collega’s die technology assessment, het in kaart brengen van maatschappelijke gevolgen van wetenschappelijk onderzoek, doen zodat we snel risico’s kunnen inschatten.’

Sociaal leren hebt u ook hoog in het vaandel staan. Wat verstaat u daaronder?
Bij de faculteit management en bestuur hebben we vijftien jaar lang empirische studies gedaan over de werking van zelfregulering en wetgeving. Hieruit kunnen we lessen trekken voor de kansen op effectieve technologieregulering.’

U bent dertig jaar actief aan de UT en persoonlijk hoogleraar geworden. Wat is de volgende stap?
De erkenning is fijn en ik heb nog een paar jaar te gaan. Dus ik hoop er iets structureels van te maken. De UT is een richting op gegaan met Route 14 die bij mij past. De toekomstige wetenschapper is de geïntegreerde wetenschapper die interdisciplinair te werk gaat. Nieuwe technologie en regelgeving ontstaan in continue interactie met elkaar.’

Foto: Gijs van Ouwerkerk

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.