Voor bokser Melle Lorijn wacht in Nijmegen zijn vuurdoop. Op 21 mei tijdens het NSK debuteert de UT-student in de boksring. Al die trainingsjaren moeten dan worden omgezet in een mooi resultaat. Als het aan hem ligt een titel.
Lorijn is een van de twee boksers van de honderd leden tellende studentenboksvereniging Buiten Westen die de stap maakt naar het wedstrijdboksen. Geen boksbal meer als tegenstander maar een rivaal van spieren en bloed. Het boksen is volgens de NSK-debutant een van de meeste eerlijke sporten. In drie ronden van twee minuten alles geven om je tegenstander te slopen. Ook al is het zijn eerste keer in de ring, angst is de UT-student vreemd. ‘Als je met knikkende knieën de ring instapt ben je bij voorbaat kansloos.’
Volgens Lorijn – hij komt op het NSK met zijn 57 kilo uit in de categorie van de minder zware jongens – kan hij alleen een goed resultaat neerzetten als hij ontspannen bokst. ‘En je gaat echt niet dood,’ relativeert hij, ‘van een paar stevige tikken.’
Het is volgens de vechtsporter een kwestie van uitdelen en incasseren. ‘Als je beide beheerst kun je ook een wedstrijd winnen.’
Toch lijkt Lorijn in het nadeel ten opzichte van zijn rivalen. Want de Enschedese studentenboksclub traint in het sportcentrum zonder ring. Het trainen van echte boksgevechten is daarmee lastig. Dat is ook de reden dat de boksende student in aanloop naar het NSK een aantal trainingen volgt bij de Boksclub Twente in het centrum van Enschede. Daar is wel een ring en daar zal hij dan ook zo optimaal mogelijk worden voorbereid op zijn eerste gevecht in Nijmegen. Ofschoon hij wat betreft de een-op-een-gevechten in het boksen nog vrij groen is, is hij wel bekend met vechtsporten in het algemeen. Want voor Lorijn lid werd van Buiten Westen was hij vijf jaar lid van een karatevereniging. Bovendien is hij docent op een karateschool in Zwolle. Lorijn heeft in deze sport ook al een paar internationale wedstrijden op zijn naam staan en weet dus wat het is oog in oog te staan met één rivaal.
Hem spreekt bij het boksen de combinatie aan van motoriek, souplesse, kracht en techniek. En misschien ook een beetje de romantiek van het een tegen een vechten. ‘Het boksen is in mijn ogen de meest pure vorm van sport,’ aldus Lorijn. ‘In drie keer twee minuten geef je alles en ga je steenkapot en dat is voor je tegenstander niet anders. De omstandigheden zijn voor beide sporters identiek.’
En toch zullen velen het boksen niet direct associëren met een studentensport. De student psychologie kan wel lachen om sluimerende vooroordelen. ‘Er lopen echt niet veel aapjes rond hoor. Er bestaat juist veel respect voor elkaar. Als ik alleen al naar het ledenbestand van Buiten Westen kijk dan bestaat ongeveer dertig procent uit vrouwen.’
En dan zijn kansen bij zijn debuut. Zijn die er überhaupt voor de Drienerlose boksatleet? ‘Ik heb geen idee. Ik ga uit van mijn eigen kwaliteiten en dan moet ik het vooral hebben van mijn snelheid. Door het karaten heb ik ook een behoorlijk goede stoottechniek. Dat zijn mijn wapens en met die wapens moet ik proberen zo lang mogelijk overeind te blijven.’
![]()
Melle Lorijn: ‘Je gaat echt niet dood van een paar stevige tikken.’ (Foto: Gijs van Ouwerkerk)