Heel gelukkig als het kwartje valt

| Redactie

Een van de voor de leek meest begrijpelijke lezingen op het Nederlands Mathematisch Congres, afgelopen week op de campus, was die van de Leidse wiskundige Ionica Smeets. Zij sprak over wiskunde uitleggen aan een breed publiek. Ionica vindt het jammer dat sommige van haar collega’s populariseren als corvee zien. ‘Het enge is dat er zelfs minachting is voor de mensen die wel de wetenschap willen uitleggen.’

Paul de Kuyper

Ionica Smeets is wiskundige, postdoc in de Leidse vakgroep Publiek begrip van wetenschap en wetenschapsjournalist. En bekend van de Volkskrant-column Wiskundemeisjes. Samen met wetenschapsfilosoof Bas Haring schreef ze het boek Vallende kwartjes met daarin tal van voorbeelden hoe je wetenschap kunt uitleggen aan leken.

Waarom is het zo belangrijk wetenschap toegankelijk te maken?

Er zijn twee redenen. We moeten verantwoording afleggen voor wat we doen, want we worden betaald door de overheid en dus door de mensen die belasting betalen. Dat vind ik de minst interessante kant. Als mensen geïnteresseerd zijn om iets te leren, is het je plicht als wetenschapper te helpen. Als je als leek iets van kunstgeschiedenis wilt leren, kun je een cursus volgen of boeken zoeken in de bieb. Bij wiskunde en andere exacte vakken is dat moeilijker. Ik word zelf heel gelukkig als ik een uitleg van iets lees en als dan het kwartje valt. Dat is een tof moment, een sensatie. Ik wil andere mensen ook dat gevoel geven.’

Terwijl sommige wetenschappers het als corvee zien.

Het enge is dat er zelfs minachting is voor de mensen die wel de wetenschap willen uitleggen. Alsof die de het theoretische werk niet goed kunnen. Net als dat onderzoekers soms neerkijken op leraren. Jammer dat die scheiding er is. Vaak kunnen juist de echt grote namen ook erg goed uitleggen.’

Welke vaardigheden heb je daarvoor nodig?

Er komt weinig talent bij kijken, het is vooral veel oefenen. Je moet het leuk vinden om mensen toe te spreken, leuk vinden om te schrijven. Mensen die dit veel doen, doen het vaak ook al lang. Ik ben ook niet zomaar gaan schrijven. Ik ben begonnen met een schoolkrant en later bij de universiteitskrant. Het is een kwestie van jezelf trainen. En je moet vooral de motivatie hebben.’

Je moet wel een vertaalslag weten te maken. Hoe doe je dat?

Veel lezen en veel praatjes zien. Ik kreeg laatst een tip van Govert Schilling [wetenschapsjournalist, red.]. Als je iets leest en je haakt af, ga dan terug en vraag je af waarom je afhaakte. En ook als je bij een praatje de aandacht verliest, vraag je dan af waarom. Als je kunt benoemen wat er misgaat, kun je dat zelf voorkomen. En ik laat populaire dingen altijd lezen door mijn moeder. Dat helpt mij heel erg. Het kan op een woord misgaan. Ik schreef eens een column over een graaf, een wiskundig schema met takken en knooppunten. Mijn moeder vond het een leuk stuk, maar begreep alleen dat woord niet. Door een zin toe te voegen dat het hier niet om de graaf als landheer gaat, kun je dat voor zijn.’

Hoe past dit in een studieprogramma?

Studenten moeten vooral oefenen. Maak er een vak van waarin je ze vier stukjes laat schrijven. Het vierde moet aanmerkelijk beter zijn dat het eerste. Moedig ook aan dat er iets mee gebeurt. Als het bijvoorbeeld gepubliceerd wordt in UT-Nieuwsof Natuurwetenschap & Techniek, vinden studenten het leuker. Plus, je moet benadrukken dat ze er iets aan hebben. Als ze straks een voorstel voor een proefschrift moeten schrijven of in het bedrijfsleven een rapport – ze moeten overal in staat zijn hun werk uit te leggen.’

Ionica Smeets
Ionica Smeets tijdens haar lezing op het 47
ste Nederlands Mathematisch Congres dat afgelopen donderdag en vrijdag plaatsvond in de Waaier. (Foto: Arjan Reef)

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.