Goochelkunst die te denken geeft
Afgelopen vond aan de UT de week van de filosofie plaats. Voor Studium Generale reden om een goochelaar uit te nodigen. Goochelen en filosofie? Op het eerste gezicht is er niet veel overeenkomst tussen de disciplines. Tilman Andris, behalve goochelaar ook filosoof, nam het publiek mee naar de wonderlijke wereld van de illusie. ‘Goochelkunst die te denken geeft,’ aldus Andris. Cariene van Aart Tilman Andris studeerde filosofie in Leiden en Oxford voor hij van zijn hobby zijn werk maakte en uiteindelijk toch besloot om goochelaar te worden. Het eerder beoogde promoveren liet hij voor wat het was. Nu geeft hij shows waarin hij filosofie en goochelkunst laat samenkomen. ‘Goochelen is het creëren van een illusie, de illusie van het onmogelijke,’ legt Andris uit. ‘Wat een goochelaar doet is onware overtuigingen in stand brengen en deze ook in stand houden.’ Aan de hand van klassiekers, zoals de truc met het touw en het bekerspel, nam Andris het publiek mee naar waar het allemaal om draait. ‘Als toeschouwer denk je daadwerkelijk dat er iets gebeurt, maar uiteindelijk blijkt het niet zo te zijn. Een goochelaar streeft naar perfectie in de simulatie en gebruikt bepaalde handelingen om een andere handeling mogelijk te maken.’ Toeschouwers werden op vermakelijke wijze door Andris op het verkeerde been gezet. ‘Men vergist zich over de handelingen die worden uitgevoerd. En dan gebeurt er iets wat in de psychologie ‘cognitieve dissonantie’ wordt genoemd.’ Als voorbeeld nam Andris een truc met twee balletjes, waarbij de goochelaar balletjes uit de ene hand laat verdwijnen en in de andere weer tevoorschijn laat komen. ‘Als toeschouwer zie je dat de goochelaar het balletje verplaatst van de linker- naar de rechterhand. Je weet dus dat het balletje in de rechterhand moet zijn, maar uiteindelijk zit het toch niet in de rechterhand. Het is een botsing van twee overtuigingen. Je denkt zeker te weten dat je iets gezien hebt en dan blijkt dat toch niet zo te zijn. Je gaat nu alternatieve verklaringen zoeken omdat die dissonantie niet prettig aanvoelt. De verklaringen blijven echter uit, je kunt niet achterhalen wat er is gebeurd. De truc is geslaagd. Het was een perfectie simulatie, een illusie van het onmogelijke.’ Trucs uitleggen deed Andris uiteraard niet, maar hij ging wel kort in op waarom illusies slagen en toeschouwers de truc niet kunnen doorgronden. ‘Als goochelaar wil je graag de onwaarheden verbergen met behulp van valse oorzaken. De echte oorzaak is dus niet gemakkelijk te achterhalen. Daarnaast focussen toeschouwers vaak op het moment zelf, maar de vergissing vindt al veel eerder plaats. Als je je toelegt op het moment dathet gebeurde, zul je nooit kunnen achterhalen hoe het gebeurde.’ (Foto: Gijs van Ouwerkerk)