‘Sociale wetenschappen kun je goed uitleggen als je goed kunt schrijven. Maar om technische wetenschappen uit te leggen aan een leek moet je iets extra’s kunnen.’ Dat zei Ionica Smeets – wetenschapsjournalist, wiskundige en postdoc bij de vakgroep publiek begrip van wetenschap aan de Universiteit Leiden – vrijdagochtend in haar lezing Dropping pennies op het 47ste Nederlands Mathematisch Congres in de Waaier.
Smeets publiceerde dit najaar samen met wetenschapsfilosoof Bas Haring het boek Vallende kwartjes met daarin tal van voorbeelden hoe je wetenschap toegankelijk kunt maken voor de leek. Daarnaast is ze bekend van de column Wiskundemeisjes in de Volkskrant.
In haar lezing gaf ze voorbeelden uit haar boek over welke extra’s je kunt gebruiken om een wiskundig of ander technisch begrip uit te leggen. Bijvoorbeeld door grote getallen te vertalen naar de menselijke maat. ‘Hoeveel is honderd miljard euro? Een splinternieuwe woonwijk voor een miljoen mensen, inclusief infrastructuur en elektriciteit en dergelijke. Of: het inkomen dat alle inwoners van Haarlem samen hun leven lang verdienen.’
Volgens Smeets is populariseren niet bij elke wetenschapper even populair. Sommigen houden zich liever bezig met ‘the real thing’: theorieën doorgronden en wiskundige vraagstukken oplossen. Een voordeel van populariseren is dat je een veel groter publiek bereikt. Ze verwees naar historicus Maarten van Rossem die ooit vertelde ‘negen jaar over een proefschrift te hebben gedaan dat twee mensen hebben gelezen. Vervolgens schreef hij in een jaar een populairwetenschappelijk boek dat door duizenden werd gekocht.’
Donderdag in UT-Nieuws: een interview met Ionica Smeets over het belang van wetenschap uitleggen aan een breed publiek.
![]()
Foto: Arjan Reef