‘Voor studenten technische geneeskunde is het niet interessant hoe vaak ze iets kunnen oefenen, maar wel hoe goed ze het doen,’ zegt opleidingsdirecteur Heleen Miedema over het Experimental Centre for Technical Medicine (ECTM). ‘Daarom noemen we dit nadrukkelijk een experimenteerlaboratorium, waar je experimenten kunt doen in het kader van onderzoek en onderwijs. Oefenen op echte mensen is er niet bij, want daarbij kunnen studenten zich niet permitteren fouten te maken.’
Miedema wijst op de aanwezigheid van allerlei simulatietechnologie, de hightech apparatuur en de vele camera’s waarop studenten, artsen en onderzoekers de handelingen kunnen bekijken en later beoordelen. Miedema: ‘Het ECTM is in feite een nagebouwde ziekenhuisomgeving, maar dan voorzien van de nieuwste snufjes.’ Zo is er een intensive care met een Human Patient Simulator, een pop waarbij allerlei medische complicaties, zoals een hartaanval, levensecht kunnen worden nagebootst. Tijdens oefeningen wordt de pop bestuurd door de docent, de studenten moeten de problemen oplossen en ondertussen leggen de camera’s hun gedrag vast. Ook is er een echosimulator aanwezig en talloze oefenprogramma’s voor medische handelingen. Daarnaast is het ECTM uitgerust met navigatietechnologie voor minimaal invasieve ingrepen en magnetische hersenstimulatie.
Dat de opening van het lab samenvalt met de eerste netwerkdag van TG is niet toevallig. Miedema wil de medische wereld graag laten zien waar men binnen de opleiding mee bezig is. ‘Technische geneeskunde is ontstaan dankzij de inzet van veel mensen, daar wilden we iets voor terug doen. Op deze netwerkdag proberen we de contacten tussen technologen en medici te bevorderen. Door ze hier uit te nodigen krijgen artsen beter inzicht in waar studenten en onderzoekers mee bezig zijn.’
Als het aan de opleidingsdirecteur ligt zal deze netwerkdag een terugkerend evenement worden.
Numerus fixus omhoog
De numerus fixus voor technische geneeskunde wordt vanaf volgend collegejaar verhoogd van 100 naar 120. In 2003 ging de opleiding van start met 50 eerstejaars, in het tweede jaar waren dat er 70 en daarna had TG telkens te maken met een instroom van 100 eerstejaars. Dat de numerus fixus nu wordt bijgesteld, heeft volgens Miedema alles te maken met het succes van de opleiding. ‘Nu de eerste afgestudeerden de arbeidsmarkt op gaan zien we hoe goed het gaat en dat er behoefte is aan mensen die op dit vakgebied worden opgeleid.’
Dat van 100 naar 120 niet fors is, geeft Miedema toe, maar die keuze heeft volgens haar bovenal te maken met capaciteit, financiën én kwaliteit. ‘De studenten krijgen in blokken van 50 deelnemers anatomieles in Nijmegen. Dit is vrij kostbaar onderwijs, daar kunnen we niet zomaar in uitbreiden. Ook lopen we dan op tegen capaciteitsgebrek in onze eigen ruimtes.’ Verder zegt Miedema dat de numerus fixus is ingesteld om juist ook de kleinschaligheid van de opleiding en daarmee de kwaliteit te bewaken. ‘Wij stellen hoge eisen aan de studenten, maar dan moeten ook wij ze ook die kwaliteit kunnen bieden. Bij de groepsgroottes die wij nu hanteren is intensieve begeleiding haalbaar.’
Een andere reden voor het instellen van de numerus fixus heeft te maken met het feit dat TG wil dat studenten bewust voor de opleiding kiezen. ‘Studenten die eigenlijk liever geneeskunde studeren, kunnen als tweede keuze geen numerus fixus-opleiding kiezen. Daardoor krijgen wij alleen te maken met gemotiveerde mensen.’ Desaltniettemin valt jaarlijks zo’n tien procent uit. ‘Maar dit is normaal en ingecalculeerd,’ aldus Miedema. ‘We zien toch ook vaak dat wiskunde een valkuil blijkt voor deze uitvallers.’
Op de eerste Netwerkdag van TG namen artsen, technologen en studenten een kijkje in het nieuwe ECTM. (Foto: Gijs van Ouwerkerk)