Lezing Ank Bijleveld

| Redactie

Dat het met het percentage vrouwen in topfuncties niet best is gesteld, is geen nieuws. De vraag wat daarvan de oorzaak is en wat we er aan kunnen doen, blijft daarom een interessant onderwerp van discussie. Het OBP-vrouwennetwerk van de UT organiseerde dinsdagmiddag – in het kader van het lustrumjaar van de UT – een lezing van topvrouw Ank Bijleveld, sinds 1 januari commissaris van de Koningin in Overijssel. Bijleveld gaf haar mening over hoe we meer vrouwen naar de top kunnen krijgen.

Maaike Platvoet

De lezing van Ank Bijleveld werd ingeleid door Mirjam Spit. ‘De kwestie ‘vrouwen in hoge functies’ gaat mij aan het hart,’ zei Spit, die zich als directeur human resources aan de UT met specifiek beleid over dit vraagstuk bezighoudt.

Bijleveld, tevens alumna van deze universiteit en tot vorig jaar nog staatssecretaris Binnenlandse Zaken, vertelde over haar keuze voor de studie bestuurskunde en haar interesse in het ‘inrichten van de samenleving’. Typisch voor topvrouwen in Overijssel noemde zij de ‘nuchtere werkwijze door met beide benen op de grond te staan.’ Ze haalde daarbij het voorbeeld aan van Miriam Luizink, die vorig jaar als commercieel directeur van MESa+, werd uitgeroepen tot Twentse zakenvrouw van het jaar. ‘Ondanks dit soort successen, zijn de cijfers voor vrouwen aan de top niet rooskleurig,’ constateerde Bijleveld. ‘Het percentage vrouwelijke hoogleraren komt in Nederland niet boven de tien procent, dat is in het buitenland toch echt wel anders. Bovendien blijkt ook dat met elke carrièrestap omhoog er minder vrouwen zijn.’

Bij de Provincie Overijssel worden zo’n 35 procent van de managementfuncties vervuld door een vrouw. Een redelijk aandeel, vond Bijleveld. Zij vertelde dat ze bij vacatures en sollicitatieprocedures altijd nauwlettend oog heeft voor vrouwelijk talent. ‘Vrouwen bieden zich niet zo snel actief aan, mannen doen dat wel. Die ervaring deed ik ook op in Den Haag, tijdens de verkiezingen. Van allerlei kanten kreeg ik cv’s in handen gedrukt van mannen die zich wel kandidaat wilden stellen voor de post van minister of staatssecretaris. Er zat niet één cv bij van een vrouw, heel opmerkelijk.’

Bijleveld zei dat het daarom van belang is dat in een selectie- of adviescommissie ook vrouwen zitten. ‘Zij zullen nadrukkelijker kijken naar vrouwelijk talent.’ Het creëren van randvoorwaarden om meer vrouwelijk talent te krijgen en te behouden is essentieel, vindt ze. ‘Dan doel ik onder andere op het ‘nieuwe werken’, wat meer flexibiliteit en zelfstandigheid betekent. Daardoor zijn vrouwen beter in staat om werk en zorg te combineren.’

Voor vrouwen blijft het hoe dan ook belangrijk om te letten op bepaalde valkuilen in hun carrière. Onder andere dat je vanzelf wel wordt beloond als je maar hard genoeg je best doet. Bijleveld: ‘Zo werkt het dus niet, want ondertussen dringen mannen zich wel naar voren.’ Een andere valkuil is dat vrouwen geneigd zijn te denken dat je een functie al moet beheersten voordat je ‘m uitoefent. ‘Onzin,’ aldus Bijleveld.

Na afloop van haar visie op meer vrouwen aan de top werd met het publiek, waaronder CvB-lid Kees van Ast, aan de hand van stellingen een discussie gevoerd. De middag werd afgesloten met een borrel.


Foto: Arjan Reef

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.