Guido Nijenhuis (24) en Mark Roelofsen (23, rechts op de boot) zitten van begin februari tot begin april voor hun stage op Bonaire. De opdracht is onderdeel van de master civil engineering and management en de afstudeerrichting verkeer en vervoer.
Waar zitten jullie?
‘Een beetje afgezonderd van het centrum. Dat vinden we wel jammer. We hebben een appartement op een kilometer afstand van het vliegveld, de vliegtuigen komen als het ware door onze achtertuin. We zitten overal tussenin. De woonruimte was al geregeld door onze opdrachtgever, de Rijksdienst Caribisch Nederland.’
Wat doen jullie precies?
‘We ontwikkelen een plan om het fietsgebruik op het eiland te stimuleren. De eerste
focus is op kinderen. De overheid wil hen op de fiets krijgen. Daarvoor zijn twee redenen: duurzaamheid en gezondheid.’
Leg eens uit…
‘Veel jongeren hebben hier overgewicht. Meer beweging is wenselijk. De fiets past ook goed bij het rustige karakter van het eiland. Nu brengt iedereen de kinderen met de auto naar school. Dat levert ’s morgens files op.’
Waarom is de fiets niet populair?
‘We hebben de belemmeringen in kaart gebracht. Het grootste probleem is de verkeersveiligheid. Men is niet gewend aan fietsers. Ook het klimaat speelt parten. Het is altijd warm.’
Hoe ga je dat oplossen?
‘Op het weer hebben we geen invloed, we kunnen wel iets doen op het gebied van veiligheid. We hebben een fietsnetwerk ontwikkeld en gebruik gemaakt van parallelle wegen van de hoofdwegen. Het auto- en fietsverkeer scheiden we zo veel mogelijk. De infrastructuur is slecht. Er is geen geld om nieuwe paden aan te leggen. Daarom benutten we het bestaande wegennet. Bij oversteekplaatsen en kruisingen adviseren we snelheidsremmende maatregelen en duidelijke bewegwijzering.’
En dan gaat heel Bonaire op de fiets?
‘We hebben een enquête gehouden onder jongeren en veertig procent wil wel op de fiets als ze de kans krijgen. Fietsen zijn relatief duur. Er zijn maar drie winkels. We zijn er dus nog lang niet.’
Hoe is het om op een eiland te wonen en te werken?
‘Bonaire is een rustig eiland. De grote feesten zijn hier niet. Wel veel Nederlanders. Het is gek om na twaalf uur vliegen gewoon Nederlands te praten. Het voelt alsof je thuis bent. Je treft hier ook veel duiktoeristen en Amerikanen die per cruiseschip de Caraïben verkennen.’
Waar moesten jullie aan wennen?
‘Het is een duur eiland. De producten in de supermarkt zijn allemaal import. Er wordt een Albert Heijn gebouwd en je ziet hier mensen met Jumbotassen voorbij lopen. Soms gaan we uit eten. Naar de Chinees of naar een lokale toko. Gestoofde geit staat er dan op het menu. Of iets met banaan. Leguanensoep hebben we onlangs geprobeerd. Die beesten zie je hier overal rondlopen.’
Wat gebeurt er met de onderzoeksresultaten?
‘We zijn druk bezig met het schrijven van een rapport. Dat presenteren we aan alle betrokken partijen. Dan zit de opdracht erop en is het aan de overheid om keuzes te maken. Wij vliegen door naar Equador om rond te reizen.’
Sandra Pool