Het huidige hogedruklab, gebouwd in de jaren zestig, voldoet nog wel maar zou bij ‘niets doen’ binnen een termijn van vijf jaar zijn afgeschreven. Professor Sascha Kersten, hoogleraar biomassa, is bij de voorbereiding van de renovatieplannen nauw betrokken. Zijn vakgroep thermo-chemical conversion of biomass maakt voor het onderzoek veel gebruik van het lab. ‘Als we nu investeren, kunnen we een prachtig gebouw neerzetten. Het huidige hogedruklab is uniek binnen Europa omdat dergelijke onderzoeksfaciliteiten steeds zeldzamer worden. Zowel in Delft als in Eindhoven bestaan geen hogedruklaboratoria en ook grote bedrijven als Shell hebben dit soort laboratoria afgestoten. Tegelijkertijd wordt nog wel veel onderzoek gedaan naar biobrandstof en de chemische reacties die daarbij ontstaan. Voor dit onderzoek heb je vaak hogedrukinfrastructuur nodig.’
Bedrijven of onderzoeksgroepen die dergelijke hogedrukreacties willen bestuderen komen daardoor al snel bij de UT terecht. Kersten: ‘Zij kloppen bij de UT aan om tijdelijk onderzoeksruimte te huren. Zo’n hogedruklab oefent daarmee enorme aantrekkingskracht uit op onderzoekers.’ Uitbreiding van de capaciteit is daarom gewenst. Het lab zal niet in omvang toenemen, wel komt er een verdieping bij. Daarnaast zal het SEL straks voldoen aan de allerhoogste normen op het gebied van afzuiging, elektra en constructie, berekend op het veilig afwikkelen van experimenten onder extreme druk. Te hoge overdruk zal op een veilige manier via het dak vrijkomen.
In de ruim veertig jaar dat het lab bestaat is er één incident geweest, waarbij gewonden vielen. Dat was in december1998. Het zogenaamde fail/safe-systeem van een opstelling werkte niet, waarna een grote explosie volgde. Na het incident werden de veiligheidsmaatregelen aangescherpt.
Vier onderzoekgroepen maken momenteel veelvuldig gebruik van het lab: de vakgroep van hoogleraar fotokatalytische synthese Guido Mul, de vakgroep energy, materials and systems van hoogleraar Marcel ter Brake en de vakgroep thermal engineering van hoogleraar Theo van der Meer. En de biomassa-vakgroep van Sascha Kersten dus. Zijn onderzoek kwam vorig jaar volop in het nieuws toen zijn groep er als eerste in slaagde om via een hogedrukproces van ‘pryolyse’ bruikbare olie te persen uit landbouwafval.
De renovatie moet 4,5 miljoen euro gaan kosten. Deze verbouwingskosten zijn voor vijf miljoen begroot en opgenomen in het Vastgoed plan 2010-2014.
Gert Banis, technicus en hoofd van het hogedruklab, bedient een oude compressor die hoge druk opwekt voor het lab. Foto: Gijs van Ouwerkerk