‘Vanuit Route’14 wisten we al dat het uitgangspunt ‘focus in onderzoek’ was. Twee jaar geleden is daarom al onderzocht of IGS samen kon gaan met IBR, maar toen bleken de instituten te verschillend,’ legt Seydel uit. ‘Wel zijn we op zoek gegaan naar nieuwe verbindingen, vooral op technologisch gebied.’ Bij IBR ontstond daardoor veel samenwerking met andere groepen. ‘Het lag dus voor de hand dat wij naar een passende aansluiting zochten bij andere instituten.’
Seydel betreurt het wel dat door het nieuws een beeld is ontstaan dat het IBR-onderzoek niet zou deugen. ‘Maar dat is zeker niet de reden van opheffing, want IBR heeft juist sterke onderzoeksgroepen. Door miscommunicatie kan onrust ontstaan, dat wil ik voorkomen.’
Los daarvan zal de komende maanden nog wel gekeken worden – en dat geldt voor de hele UT – welke tien to vijftien vakgroepen moeten verdwijnen. ‘Een van de criteria voor de selectie, maar dat is ook aan de decaan en niet alleen aan mij, is dat groepen technologische verbindingen moeten kunnen maken. Dat bundelen van sociale en technische wetenschap, dat is toch de kracht van deze universiteit,’ aldus Seydel.
Ook Impact-directeur Emmerzaal wijt het opheffen van zijn instituut aan het feit dat ‘Impact vanaf de oprichting altijd erg breed is geweest, waardoor overtuigende focus en coherentie in de onderzoeksportfolio moeilijk te bereiken te bereiken was’. Emmerzaal: ‘Dat is onder meer veroorzaakt door het feit dat alle onderzoeksgroepen moesten worden ondergebracht in instituten.’ Voor de komende periode zal Impact zich inzetten om de sterke clusters van groepen rondom bepaalde onderzoeksthema’s op de juiste plaatsen binnen de UT te laten landen. ‘Dat geldt ook voor de sterke applicatie georiënteerde groepen. Daarnaast blijven we natuurlijk betrokken bij groepen die door de reorganisatie worden beïnvloedt.’