Cariene van Aart
Facebook, Hyves, Twitter. Iedereen is er mee bekend. Er zijn maar weinig mensen die geen account hebben. Facebook is, wereldwijd gezien, het meest populair. Zo niet in Nederland. Hier staat Hyves fier aan kop met bijna elf miljoen gebruikers. ‘Per dag zijn er zo’n 3,4 miljoen Nederlanders actief op Hyves, terwijl slechts 1,4 miljoen mensen Facebook bezoeken’, zegt Marc de Vries. Hyves bestaat nu zo’n zeven jaar. Sinds 2008 is het netwerk enorm gegroeid. De cijfers zijn duidelijk. Nederlanders besteden zo’n acht procent van hun tijd die ze online zijn aan Hyves. De site heeft zes biljoen pageviews, het bezoeken van nieuwe pagina’s, per maand. Dagelijks worden er achthonderdduizend nieuwe foto’s toegevoegd.
![]()
Volgens De Vries zit het succes in de persoonlijke benadering en in de innovatieve services. ‘Daarnaast is Hyves Nederlands. De lokale relevantie is dus hoog en dat spreekt gebruikers aan.’ Maar er is meer dan foto’s kijken en krabbels sturen. ‘Hyves verbindt Nederland. Als je op de homepage komt, zie je waar de gebruikers het de afgelopen 24 uur over gehad hebben. Een afspiegeling van wat Nederlanders bezighoudt dus.’
Maar er is meer. ‘Ook bedrijven hechten veel waarde aan de mening van Hyves-gebruikers. Zo heeft Zwitsal het luchtje Eau de Zwitsal op de markt gebracht, omdat er zoveel vraag naar was onder gebruikers. Hyves heeft ze letterlijk op dat idee gebracht. Ook Pickwick bedacht samen met Hyvers een nieuwe theevariant’.
De jongste innovatie is Hyves Mobile. Een belbundel met gratis mobiel internet en gratis bellen en sms’en met andere gebruikers van Hyves Mobile. ‘Mobiel internet is de grootste trend van dit moment. Een mooie uitdaging. Iedereen wil via z’n smartphone Hyves kunnen gebruiken, alleen heeft elk telefoonmerk z’n eigen platform. Daardoor moeten wij voor elk platform een eigen applicatie ontwikkelen. Alle functionaliteiten van de site moeten namelijk mobiel beschikbaar zijn. Daar zijn we nu hard mee bezig, want als je die diensten niet aanbiedt, verlies je je gebruikers’.
Foto: Gijs van Ouwerkerk