Sandra Pool
Doel van de samenwerking is de researchexpertise van e-government issues te combineren met de kennis van Contractors onderzoeksgroep, het begrijpen en inzetten van netwerken. ‘Er bestaan ontzettend veel netwerk-communities,’ zegt Contractor. ‘Ook binnen de overheid. Dat is de expertise van Jan van Dijk. Er zijn verschillende methoden om die netwerken te bestuderen. Die technieken hebben wij in huis. Op dat punt vinden we elkaar.’
Jan van Dijk, bij het interview aanwezig, legt uit dat er overheidsnetwerken tussen afdelingen bestaan (intern) en tussen de overheden en burgers (extern). De UT-hoogleraar is deskundige op het gebied van netwerkoverheid. Een voorbeeld: ‘De regering heeft als taak haar burgers te informeren. Een informatiecampagne die faliekant mislukte, was de campagne over baarmoederhalsvaccinatie gericht op jonge meiden. De doelgroep informeerde namelijk zichzelf en zocht op internet en bij elkaar naar informatie’, aldus Van Dijk. Een trend die volgens hem zal toenemen. ‘De overheid weet niet hoe ze daarmee moet omgaan.’ Van Dijk heeft daar wel ideeën over. ‘Doe vooral mee en zorg voor je eigen informatiesite met eventueel links naar andere websites en social mediadie over hetzelfde onderwerp discussiëren.’ Geen gemakkelijke taak, denkt de hoogleraar. ‘Neem politici. Zij bereiken potentiële stemmers ook nog niet via sociale netwerken.’ Geeft toe: ‘Nu zitten we in een overgangsfase. De televisie heeft nu nog een groter bereik dan een weblog, maar de verandering komt er aan.’
Van Dijk richt zich op de netwerkmaatschappij in het algemeen, zijn Amerikaanse collega onderzoekt vooralcommunicatienetwerken in organisaties. Contractor: ‘Netwerken binnen organisaties hebben een sociaal aspect en een technisch aspect.’ Legt uit: ‘Neem de universiteit. Veel wetenschappelijke uitdagingen van deze tijd vereisen een multidisciplinaire aanpak. Denk bijvoorbeeld aan de klimaatverandering. Maar academici weten soms niet eens dat er in een gebouw verderop een collega zit die zich bezighoudt met soortgelijk onderzoek.’
Met hulp van een netwerktoolkun je daar gemakkelijk verandering in brengen, meent Contractor. ‘Een expertisedatabase aanleggen bijvoorbeeld, of door in artikelen keywords aan te geven waar een deskundige aan gekoppeld wordt of door het taggen van collega’s, het beschrijven en benoemen van elkaars specialisme.
Naast techniek hebben netwerken een sociaal aspect binnen een organisatie als een universiteit. Contractor: ‘Zo bestaan er veel sociale motivaties om experts bij elkaar te brengen. Dat kan via via of middels het principe ‘voor wat hoort wat’ of je zegt bijvoorbeeld dezelfde collega te kennen.’ Het zijn methoden die met name academici aanwenden om de expert in beweging te krijgen. Voor mensen met een lagere opleiding geldt een ander verhaal. Contractor: ‘Zij vragen bij vrienden en kennissen en via hun sociale netwerk om een expert. Vaak doen ze dat in combinatie met de zoekmachine Google. We noemen dat social search. Een aangedragen deskundige via je vrienden heeft blijkbaar een hogere geloofwaardigheid dan een expert van de overheid.’
Dat wetende is het de vraag hoe organisaties met hulp van social networks hun boodschap het beste de wereld in kunnen sturen en hoe ze mensen het beste kunnen bereiken. Volgens Contractor moeten instanties opiniemakers vinden die namens de organisatie de boodschap verkondigen. ‘De overheid moet strategisch investeren in het bereiken van opiniemakers. Het heeft een hogere geloofwaardigheid en vereist een nieuwe manier van denken en een netwerkperspectief. Het rechtstreeks informeren via campagnes wordt daardoor minder belangrijk. De marketingwereld ging de overheid al voor: opiniemakers
![]()
Noshir Contractor houdt een keynote tijdens het tweedaagse congres ‘Etmaal van de communicatie’. Foto: Arjan Reef