Het missionaire gevoel van Michaël Steehouder

| Redactie

Van handleidingen tot promovendi en van rebelse ideeën tot internationale congressen. Per 1 februari laat scheidend hoogleraar Technische Communicatie Michaël Steehouder het achter zich. Donderdag 27 januari neemt hij afscheid tijdens een bijeenkomst waarin theorie en praktijk van tekstontwerp centraal staan.

Mariëlle Zeijl-Koenders

‘Het was pionieren’, vat Michaël Steehouder zijn begin als docent communicatieve vaardigheden aan de UT samen. Samen met zijn eveneens net aangenomen collega stortte hij zich in 1978 op de ontwikkeling van onderwijs en materiaal voor het vaardigheidsonderwijs bij Bestuurskunde. ‘We liepen steeds een week vooruit op de studenten en bedachten op maandag wat we donderdag tijdens het college zouden doen.’ Dat er uit de rebelse ideeën van toen een goedlopende opleiding Communicatiewetenschap zou ontstaan, had de vertrekkende hoogleraar niet kunnen bedenken.

In zijn 35-jarige UT-carrière ging Steehouders belangstelling onder meer uit naar formulieren en technische handleidingen. Steehouder is altijd geïnteresseerd geweest in de vraag hoe je specialistische informatie toegankelijk maakt voor leken en gebruikers. ‘Als je geen verstand hebt van techniek, hoe kun je dan toch je mobieltje gebruiken?’ Die fascinatie komt voort uit zijn eigen achtergrond. In zijn familie was hij een van de eersten die studeerden. ‘Mijn doelgroep zat dus in mijn eigen familie.’

Gevraagd naar zijn grootste successen, noemt Steehouder de oprichting in 1995 van de studie Toegepaste Communicatiewetenschappen. Trots is hij ook op het internationale netwerk dat zijn vakgroep de afgelopen twintig jaar heeft opgebouwd. Zo is hij bestuurslid geweest van de Professional Communication Society (PCS), onderdeel van het voor technici vermaarde IEEE. ‘Afgelopen zomer is het IEEE-PCS-congres hier in Twente gehouden. Dat is toch niet gek voor een clubje Neerlandici.’ Zwakt hij successen herhaaldelijk af door te benadrukken dat collega’s ook hun steentje bijdroegen, onverholen trots is hij zodra zijn promovendi ter sprake komen. ‘Mensen die in jouw collegebanken zaten door hun promotie te loodsen, te zien uitgroeien tot wie ze zijn en ze zo mooi terecht zien komen, daar krijg je toch een soort vadergevoel van.’

Het bekendst is Steehouder van het boek Leren Communiceren, dat hij samen met zijn toenmalige collega’s schreef. In ruim 30 jaar zijn er zo’n 350.000 exemplaren van verkocht en de zesde herdruk is in de maak. Het geheim van dit succes? ‘Wat we horen van docenten is dat de combinatie van diepgang en volledigheid het boek zo aantrekkelijk maakt. Aan dat ene boek heb je genoeg.’ Daarnaast was hij co-auteur van handboeken voor professionals, waaronder Formulierenwijzer, Handleidingenwijzer, Professioneel Communiceren en Basisboek Technische Communicatie. Allemaal spin-offs van onderzoek. Het geeft hem een missionair gevoel. ‘Het is jammer dat er bij valorisatie van onderzoek vooral in financiële termen gesproken wordt. Terwijl het ontwikkelen van leermateriaal en handboeken ook een vorm van valorisatie is.’

Dat voor Steehouder kwaliteit niet alleen in cijfers zit, blijkt ook uit zijn onderwijsvisie. ‘De wezenlijke kwaliteit zit in de manier waarop je studenten aan het denken zet. Het is aan het begin van een collegereeks mijn doel dat studenten drie maanden later als andere mensen de collegezaal verlaten en de wereld anders bekijken. Ik wil ze enthousiasme bijbrengen, maar dat staat in geen enkel reglement en je kunt het niet toetsen.’

Als het gaat om communicatieve vaardigheden, zou hij meer nadruk willen leggen op het ontwikkelen van de ambitie om goed te communiceren, goede teksten te schrijven en aansprekende presentaties te houden.’ Dat gaat verder dan de juiste structuur en spelling. Ik wil de nieuwsgierigheid en ambitie van de studenten prikkelen.’

Hoewel zijn vakgebied en de UT het straks zonder hem moeten stellen, zijn de spreekwoordelijke geraniums allerminst in zicht. Eindelijk heeft de hoogleraar tijd om zich meer te wijden aan zijn parallelle carrière in de religieuze sfeer. Na een afgebroken start op het seminarie werd Steehouder op zijn twintigste actief in een jongerenkoor en begon hij liedteksten te schrijven. Daarnaast was hij actief in de liturgie en in besturen, al heeft hij daar de laatste tien jaar flink op in moeten leveren. Zijn functie stond bovendien een nevencarrière als liedtekstschrijver in de weg. ‘Je probleemoplossend vermogen wordt zwaar belast als je hoogleraar en vakgroepvoorzitter bent. En voor het schrijven van liedjes heb je juist een leeg hoofd nodig.’ In de aanloop naar zijn afscheid raken Steehouders bureau en agenda steeds leger. Tijd en ruimte voor een nieuw lied.

Foto: Ingrid Szwajcer

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.