Paul de Kuyper
Spijt heeft hij niet en tot zijn eigen verrassing heeft hij zich ook nog geen dag verveeld. ‘Terwijl ik zo’n twintig uur aan schaatsen mis. Ik geniet echt.’ Twee weken geleden stopte Demian (20) met profschaatsen. Vanaf zijn zesde stond hij op het ijs. Eerst bij de Hengelose IJsclub, later bij de gewestelijke selectie en vanaf 2008 bij Jong Oranje. Op de eerste dag van de Nederlandse kampioenschappen sprint in Thialf, zijn laatste toernooi, reed hij nog bijna twee pr’s. Op de tweede dag verrekte hij bij de start van de 500 meter zijn lies en moest hij geblesseerd opgeven.
Hoe anders was het twee jaar geleden. ‘Ik behoorde tot de juniorentop, ik behaalde podiumplaatsen in de world cups. Als eerstejaars junior plaatste ik me voor het WK. Dat is bijzonder’, vertelt Demian. In Zakopane (Polen) won hij met zijn teamgenoten de ploegenachtervolging en werd hij zevende in het allround-klassement. ‘Het ging niet eens zo heel goed, ik had ook vijfde kunnen worden. Maar het bood duidelijk perspectief. Ik had potentie.’
‘Vorig jaar had ik een kutjaar’, zegt Demian onverbloemd. ‘Daarom zit ik hier.’ Het tweede en laatste seizoen bij Jong Oranje begon met een trainingsachterstand door een liesbreukoperatie. Later kwam daar nog een liesverrekking bij waardoor hij weinig trainde en nauwelijks wedstrijden reed. Toch wist hij zich opnieuw te kwalificeren voor de wereldkampioenschappen. ‘Uitgerekend daar in Moskou verrekte ik mijn andere lies. Daarna moest ik wachten op een ploeg voor de overstap naar de senioren. Ik heb pech gehad. Een grote ploeg stopte, er waren minder plekken. Ik was geblesseerd en had dat jaar weinig gepresteerd. Dan snap ik ook wel dat de commerciële teams mij niet nemen. Achteraf vind ik het dom. Ik ben gewoon een heel goede schaatser. Maar ik had geen uitslagen. Kennelijk werkt het zo.’
Het klinkt verongelijkt, maar hij zegt het niet erg te vinden. ‘Niet voor mezelf. Ik ben superblij dat ik nu studeer. Maar ik zie dat op deze manier meer talenten buiten de boot vallen. Je moet terug naar het gewest met veel minder faciliteiten.’
Aanvankelijk wilde Demian het wel proberen: vanuit de gewestelijke selectie laten zien dat hij nog steeds heel hard kan schaatsen, in combinatie met een studie. Hij begon met biomedische technologie, na twee jaar geen opleiding te hebben gedaan. ‘Mijn studie vind ik hartstikke leuk. Maar je kunt niet twee keer per dag trainen en acht uur in de collegezaal zitten. Toen ik merkte dat ik de trainingen minder leuk vond, heb ik besloten dat het NK sprint mijn laatste toernooi zou worden.’
Een à twee keer per week traint hij nog om in conditie te blijven. Volgend seizoen gaat Demian training geven, aan de junioren wedstrijdrijders van de Hengelose IJsclub. ‘Ik heb in Jong Oranje al mijn trainersdiploma gehaald. Het lijkt me superleuk: schema’s opstellen en sporters beter maken.’
En ondertussen geniet hij van zijn nieuwe leven als student. ‘Ik heb de intro wel meegelopen, maar verder kon ik nooit uitgaan want dan gooide ik een hele training weg. Daarnaast is het heerlijk om weer met je hersenen bezig te zijn. Hiervoor was het twee jaar lang sport, met oogkleppen op doen wat je gezegd wordt. Je hebt niks. Twee keer trainen per dag en verder chillen: een dvd’tje kijken met ploeggenoten of een middagdutje doen. Nu loop ik door de gangen van de Horst en zie ik een poster over een onderzoek naar de kniehoek en snelheid bij schaatsen. Gaaf! Misschien dat ik me via een minor wel ga specialiseren in biomedische technologie en sport.’
Schaatsen in een vol Thialf – ‘een van de mooiste ervaringen’ – zal hij in ieder geval moeten missen. Bijzonder gaaf vond hij het om te zien hoe zijn ploegmaat uit Jong Oranje, Koen Verweij (juniorenwereldkampioen in Zakopane), afgelopen weekend nummer drie van Europa werd. ‘We hadden een heel sterk team. Eigenlijk ben ik een van de weinigen van die ploeg die is mislukt. Op schaatsniveau dan hè. Als je ziet wat ik heb meegemaakt, draag ik heel wat bagage mee.’
![]()
Demian Roelofs: ‘Eigenlijk ben ik een van de weinigen van de ploeg die is mislukt. Op schaatsniveau dan hè.’ (Foto: Arjan Reef)