Waar zit je ergens?
‘In de Verenigde Staten, Louisville, Kentucky. Ik woon op een van de drie campussen van de universiteit, de medische campus. Ik heb een appartement voor mezelf. Het kan ermee door. Mijn studiemaatje van de UT, Jochem, zit hier ook in het gebouw. We eten meestal samen.’
Heb je contact met je medebewoners?
‘Weinig. Mijn buurvrouw is de appartementmanager. Zij heeft ons wat van de stad laten zien en ons op weg geholpen met praktische zaken. Verder doet iedereen zijn eigen ding. Amerikanen heb ik alleen via mijn buurvrouw leren kennen. Niet via mijn werk. Dat komt doordat de meeste afdelingen internationaal zijn. Net zoals de mijne.’
Waar loop je stage?
‘Bij het Logistics and Distribution Institute (LoDI) van de Universityof Louisville. Ik heb een simulatiemodel gemaakt voor de spoedeisende hulp (SEH). Het probleem is dat patiënten lang op de SEH-post blijven liggen voordat ze doorstromen naar het ziekenhuis. Soms duurt dat wel twee tot drie uur. En gedurende die tijd is het bed bezet.’
Hoe komt dat?
‘De zusters van de eerste hulp geven de voorkeur aan patiënten die direct hulp nodig hebben en de medewerkers van het ziekenhuis hebben weer andere prioriteiten. Op twee fronten liggen de prioriteiten dus verkeerd.’
Hoe kun je dat oplossen?
‘Door een extra medeweker aan te stellen die uitsluitend bezig is met het overbrengen van zieken, het verplaatsen van bedden en het regelen van de bijbehorende papieren. Daarnaast kun je ervoor zorgen dat er een plek vrij komt in het ziekenhuis waar de patiënt kan wachten. Ook zou het handig zijn als de dokter en de zuster tegelijk de zieke bezoeken. Dan hoeft het verhaal maar één keer verteld te worden.’
Watgaat er met je stageopdracht gebeuren?’
‘Het was de bedoeling om een presentatie te geven aan de opdrachtgevers: het management van het ziekenhuis en van de spoedeisende hulp. Dat ging niet door.’
Omdat…?
‘Ze zijn veel te druk met jaarafrekeningen en dat soort eindejaarszaken.’
Jammer?
‘Ach, ik had het wel zien aankomen. Zo gaat dat hier nu eenmaal. Het resultaat wordt wel gepubliceerd in een journalen er komt een presentatie van tijdens een congres.’
Hoe is het om stage te lopen inAmerika?
‘Gaaf! Alleen zonder auto ben je hier nergens. Iedereen hier heeft een wagen. Ik niet en dus moest ik vaak wat regelen. De bus naar de universiteit gaat één keer per uur. In het weekend regelde ik vaak een ritje naar de supermarkt met iemand. De hele auto was dan volgepakt met boodschappen.’
En de mentaliteit?
‘Ik had er meer van verwacht. Hard werken en lange dagen. Maar de meeste PhD’ers kwamen pas tegen een uurtje of elf op kantoor. Dat werkt echt niet motiverend. Ze doen allerlei kleine opdrachten en vegen dat bij elkaar tot een boekwerk. Voor mij geen uitdagende werkomgeving.’
Wat ga je nu doen?
‘Mijn moeder en broertje komen deze week. We gaan hier wat rondkijken en nog naar New York. Dan zit mijn Amerika-avontuur erop.’
Sandra Pool