Ellen Giebels studeerde psychologie in Groningen, werkte een tijdje als projectleider in het bedrijfsleven en keerdeweer terug naar de RUG om te promoveren. Daarna werkte ze er als universitair docent, met wat ‘uitstapjes’ naar het buitenland. In september 2004 vertrok ze naar de UT.
‘Ik heb het altijd belangrijk gevonden om feeling te houden met de werkvloer en de cultuur waarnaar je onderzoek doet’, vertelt Giebels. ‘Zo zat ik een tijd bij de Rijkswacht in Brussel. Dat was een cultuurshock, vooral omdat deze federale politie erg hiërarchisch is.’
Al voordat Giebels in 1999 promoveerde op een onderzoek naar zakelijk onderhandelen, werd ze benaderd om ook onderzoek te doen naar crisisonderhandelingen bij de politie. Als een van de eersten kreeg zij daardoor toegang tot deze gevoelige informatie. ‘Dat voelde als een wetenschappelijke speeltuin. Het was een kans die ik wilde grijpen. Daarnaast zag ik ook de maatschappelijke relevantie; het is natuurlijk fantastisch als je weet dat jouw onderzoek kan bijdragen aan betere onderhandelingen tijdens crisissituaties.’
Giebels interviewde tientallen slachtoffers van gijzelings- en ontvoeringszaken, en enkele daders. Daarnaast evalueerde ze gesprekken die tijdens crisissituaties standaard worden opgenomen. Volgens haar is het in eerste instantie belangrijk om het ‘type crisissituatie’ vast te stellen. ‘Een overspannen meneer die dreigend rondloopt in een stadhuis vraagt om een andere, zachtere benadering dan een ontvoering die puur om geld draait. Verder kunnen culturele verschillen een rol spelen. In meer dan de helft van de gevallen zijn er mensen betrokken die een andere culturele achtergrond hebben. De focus van mijn onderzoek lag op dat soort elementen. Hoe ga je daarmee om als zorgvuldig opererende overheid, in het belang van alle betrokkenen?’
Een belangrijke conclusie uit Giebels’onderzoek is dat het bij een crisisonderhandeling tussen politie en dader altijd moet draaien om de mensen, en niet om – bijvoorbeeld - het geld. ‘Slachtoffers kunnen invloed hebben op een onderhandelproces en zelfs het proces bemoeilijken. Onderhandelaars zien de gegijzelden soms als lastig. Maar het draait juist om hen. Dat inzicht levert in de trainingen die ik voor politieonderhandelaars verzorg veel leermomenten op.’
De hoogleraar heeft in de afgelopen jaren vaker advies gegeven in een aantal crisissituaties. ‘Ik ben wel eens ergens bijgeroepen, ja. Dat doe ik graag en natuurlijk is dat spannend. Het is daarbij wel van belang om te kijken waar mijn expertise ligt en waar niet.’
Over haar adviseursfunctie bij specifieke zaken wil Giebels niet uitwijden, behalve over één geval. Door het ministerie van Buitenlandse Zaken werd haar hulp ingeroepen tijdens de ontvoering van Arjan Erkel, die als hulpverlener voor Artsen zonder Grenzen bijna twee jaar gevangen zat in Dagestan. ‘Ik heb zijn familie bijgestaan die veel vragen had over zijn gevangenschap, en had dus meer een ondersteunende rol waarin ik mijn expertise op een geheel andere manier kon inzetten.’
Van andere orde maar niet minder belangrijk, zegt Giebels, is haar onderzoek naar conflictbemiddeling. ‘Dat is natuurlijk heel wat anders dan een crisissituatie met gegijzelden, maar de impact van bijvoorbeeld een burenruzie is enorm. Niet voor niets zijn daar tv-programma’s over.’ Dergelijke conflicten, maar ook arbeidsconflicten en klantenconflicten escaleren snel, waarna mensen al gauw naar een rechter stappen. ‘De vraag is of dat wel altijd nodig is. Mensen overschatten hun winstkans in een rechtszaak; rationele gedachten overheersen dan vaak niet, wraak wel.’
Het rechtssysteem wordt door dit soort zaken vaak zwaar belast, vindt Giebels. ‘Het is in zo’n geval goed om mensen een spiegel voor te houden. Daarom werken we nu samen met de Universiteit van Tilburg aan de ontwikkeling van een tool, een website, waarop mensen een test kunnen doen of de gang naar de rechtszaal inderdaad wel zo zinvol is. Het is een prima voorbeeld van hoe de technologie samengaat met mijn onderzoek naar het gedrag van mensen.’
Een ander voorbeeld van de samensmelting met technologie noemt Giebels het onderzoek naar leugendetectie dat ze aan het opstarten is in samenwerking met de vakgroep Human Media Interaction op de UT en de Universiteit van Lancaster. Doel hiervan is om zogenaamde ‘marks’ te vinden die leugenachtig gedrag verraden. ‘In sommige landen wordt nog gewerkt met een leugendetector. Dat meet fysiologische spanning, alleen zegt dat niet zoveel - behalve dat het onderwerp iemand raakt. Als mensen liegen, kost dat wel veel cognitieve inspanning. Er moet dus veel denkwerk aan te pas komen. Samen met onze partners willen we nu een systeem ontwikkelen om dit te meten.’
Giebels zegt vaak spontaan ideeën op te doen voor onderzoek. Zoals dit weekend nog, toen ze naar een tv-uitzending over leiderschap zat te kijken waarin werd gezegd dat managers steeds meer via ‘interface’ zullen gaan communiceren. ‘Interessant, maar er werd compleet voorbij gegaan aan het feit dat de aard van de interactie substantieel verandert bij een gebrek aan non-verbale communicatie. Dus hoezegt iemand iets? Wat is zijn of haar houding? Doordat boodschappen steeds meer ambigue zijn is de kans op miscommunicatie en conflictescalatie veel groter, vooral als de mensen elkaar niet goed kennen of elkaar niet vertrouwen. Daarmee wil ik vooral zeggen dat je nooit alleen naar de techniek kunt kijken, de menselijke aard is niet uit te schakelen.’
![]()
Ellen Giebels: ‘Mensen overschatten hun winstkans in een rechtszaak. Rationele gedachten overheersen dan vaak niet, wraak wel.’ (Foto: Gijs van Ouwerkerk)
Maaike Platvoet