Het gaat niet zo goed met ons. Normaal doen we op deze achterpagina stoere, ferme en hilarische uitspraken over het wel en wee op de UT, maar deze week lukt dat even niet. Sorry hoor. Over het waarom kunt u elders lezen in deze krant: `door dramatisch teruglopende advertentie inkomsten zijn we in financieel zwaar weer beland'. Zeg maar rustig: een storm met windkracht 10. Toen die begin deze week over de redactie trok, waren we flink lamgeslagen. Al het doorgaans drukke bel- en mailverkeer lag abrupt plat. Nu herpakken we ons. Want het nieuws willen we u natuurlijk niet onthouden.
Het is heus niet zo dat wij dachten te ontkomen aan die bezuinigingslag. Ieder huisje (lees: vakgroepje, dienstje, faculteitje) draagt z'n kruisje, dus wij ook. Maar nu, schouders eronder. Ondertussen wordt hier al flink gebrainstormd over hoe we moeten overleven. Dat kan met een kaasschaaf. Of de botte bijl. Het eerste is waarschijnlijk niet genoeg, het tweede doet vooral heel erg pijn. En aan een stelletje zwaar verminkte redacteuren heeft u, lieve lezers, helemaal niets want dat krantje moet elke week van de persen blijven rollen. Hoe wilt u anders op de hoogte blijven van gesteggel rondom de Sintelbaan? Van al die fantastische prijswinnaars die de UT wekelijks voorbrengt? Of het simpele feit dat er geen kerkelijke vieringen meer plaatsvinden in de Vrijhof?
Wij beschouwen het als onze nobele journalistieke taak om u daarvan verslag te doen. Botte bijl of niet. Alleen, mocht u binnenkort - om wat voor reden dan ook - geïnterviewd worden door zo'n verminkte UT-Nieuws-redacteur, houd het dan kort. Zo'n uitgeklede krant zit namelijk zo vol.
Overlast
Studenten zorgen voor overlast in de wijk Twekkelerveld, berichten we deze week in de krant. Niet dat de klagende bewoners álle studenten over één kam willen scheren. Nee, natuurlijk niet. Duuh, ze zouden gek zijn. Ook niet alle Oosteuropeanen zijn tasjesdieven. Maar toch….Die studenten hebben nu eenmaal een ander leven, klinkt het gemopper. Ze komen 's nachts vaak laat thuis. Ze integreren niet zoals het hoort, over vier jaar zijn ze weer weg. Ze planten hun fiets overal tegenaan, nemen alle parkeerplaatsen in beslag, doen niets aan hun voortuintje en in de zomer scharrelen ze altijd wat bij elkaar. Ze geven wel eens een feestje. Of kijken samen voetbal. De volumeknop gaat voluit. Geen houden aan. Kortom, het is oervervelend, zucht de bewonersgroep. Het wordt te gek. Niet dat alle studenten zo zijn hoor. Nee, dat niet. En nog maar te zwijgen over hun huisbazen. Ook vervelend volk, vindt de bewonersgroep. Nooit begaan met de wijk. Het huis verslonst en verpaupert. De buurt rot weg. De wijk gaat achteruit. De waarde van de huizen daalt. Het gevaar schuilt overal en Twekkelerveld huilt dikke tranen. Niet alle bewoners hoor. De studenten zijn zich van geen kwaad bewust. Bovendien ligt hun aandacht dezer dagen elders. Ze zijn druk in de weer voor het jaarlijkse feest van Huize Heilige Hubertus. Met fraaie pakjes en verkleedpartijen wordt het groter dan groots. Naar verluidt is de locatie op het laatste nippertje nog verplaatst. Dichterbij de campus, naar het schijnt. Ergens in de tegenoverliggende wijk. De oorlog, eeh, jacht is begonnen.