Employability: de optimale inzetbaarheid van mensen, waardoor zij in staat zijn om werk te krijgen en te behouden. Hoe hoger de employability, hoe hoger de marktwaarde van een medewerker. Die definitie - keyword van het UT-mobiliteitsbeleid - werd dinsdagmiddag uitgelegd door Janneke de Sousa, beleidsmedewerker bij PA&O. Ze vertelde ook over het waarom: `Employability vergroot de mogelijkheden tot ontwikkeling en persoonlijke groei, zorgt voor breed inzetbare medewerkers, aantrekkelijk werkgeverschap en voorkomt bedrijfsblindheid en ziekteverzuim.' Wat volgens De Sousa vooral niet wordt bedoeld is dat medewerkers `hun koffer moeten pakken'. Wat wel wordt bedoeld: `Stilstand is achteruitgang. Het draait niet meer om life time employment, maar om life time employability. Doorstroom dus, maar ook instroom en uitstroom.' Hoe dit mobiliteitsbeleid gestimuleerd gaat worden? `Veel maatregelen moeten nog uitgewerkt worden, maar te denken valt aan: het structureel communiceren van vacatures, educatief verlof, sollicitatie- en netwerktrainingen, loopbaanbegeleiding, coaching, stages, detachering en functieroulatie.'
Ook ligt er een plan om de interne sollicitatieprocedure onder de loep te nemen. De Sousa: `Ik kan nog niet zeggen of hier wat gaat veranderen, maar misschien kan de interne procedure wel veel gemakkelijker.'
Ook aan het woord was John Winter van het Career Development Centre op de UT. Volgens hem is `elke vorm van ontwikkeling goed voor je loopbaan'. Het Career Development Centre biedt medewerkers daarin de helpende hand door groepsgerichte trainingen aan te bieden, of individuele hulp. Winter zei dat er voor UT-medewerkers in de toekomst wellicht steeds meer gebruik kan worden gemaakt van coaches. Hiervoor bestaan nu al contacten met gespecialiseerde bureaus. Daarin wordt wel onderscheid gemaakt tussen obp- en wp- personeel.
Twee vrouwelijke UT-medewerkers vertelden hun `eigen loopbaanverhaal'. Selma Kamphuis kwam eind jaren tachtig als managementassistente op de UT terecht om bij biomedische techniek (het huidige MIRA, red.) de tweede- en derdegeldstroom te coördineren. Later had zij - om haar uren aan te vullen - ook een functie bij FEZ en als leerstoelsecretaresse. Nu is Kamphuis alweer enige tijd werkzaam als kwaliteitszorgmedewerker bij technische geneeskunde, waarbij ze nu ook de stages onder de loep neemt. `Mijn advies is vooral: ken je kwaliteiten, doe iets met je kennis en ervaring, verbreid je gezichtsveld en durf uitdagingen aan te gaan. En netwerken, ook dat is verschrikkelijk belangrijk. Toen het obp-netwerk werd opgericht, heb ik me direct aangemeld.'
Lilian Spijker vertelde over hoe ze in een tijdsbestek van twintig jaar opklom van secretaresse naar personeelsadviseur. Tussendoor had ze verschillende functies bij diensten binnen de UT en volgde ze twee opleidingen. `Als ik nu terugblik, zie ik dat ik goed gebruik hebt gemaakt van de secundaire arbeidsvoorwaarden: educatief verlof, studieverlof, ouderschapsverlof, coaching en roulatie. Ik heb het allemaal gedaan. En soms was dat broodnodig om de worklife-balance in evenwicht te houden. Maak er dus gebruik van.'
| Zo'n dertig vrouwelijke obp'ers kwamen af op de lunchmeeting over het mobiliteitsbeleid. (Foto: Arjan Reef) |