UT moet vrezen voor tekort van 15 miljoen

| Redactie

Als het nieuwe Regeerakkoord voor de universiteiten uitpakt zoals wordt gevreesd breken er voor de UT zware tijden aan. Volgens de financiële man in het CvB Kees van Ast staat de UT dan vanaf 2012 voor een financieel tekort dat kan oplopen tot meer dan vijftien miljoen euro (op een begroting van 280 miljoen).

In 2010 en 2011 is de financiële situatie volgens het CvB nog `redelijk behapbaar' doordat reserves kunnen worden ingezet, maar daarna tekenen zich donkere wolken af.

De voornaamste factor in het plaatje is de voorgenomen rijksbezuiniging op de zogenaamde langstudeerders: studenten die langer dan een jaar extra doen over hun studie. De maatregel is erop gericht de studieduur zo kort mogelijk te houden. Van Ast verwacht dat de UT van deze korting vanaf 2012 last gaat krijgen. `De rijksbekostiging van langstudeerders wordt gekort met 6000 euro boete, terwijl we maar 3000 euro extra collegegeld mogen heffen. Per saldo levert iedere langstudeerder de UT dus een negatieve bijdrage op van 3000 euro. Aangezien wij net als Delft en Eindhoven qua rendement -zeker bij de bètastudies- bepaald niet vooroplopen, kan ons dat op jaarbasis wel eens 5 tot 8 miljoen euro gaan kosten.'

Van Ast: `Het bijkomend negatieve effect kan zijn dat eerstejaars er wel voor uit kijken om techniek te gaan studeren omdat ze bij studievertraging een boete riskeren. Dat staat haaks op al onze inspanningen.'

Ook het universitair onderzoek wordt in het Regeerakkoord niet ontzien. In 2012 wordt een tweede efficiencykorting doorgevoerd, om zoals dat heet `de samenwerking met het bedrijfsleven te bevorderen'. Volgens Van Ast wordt er echter precies het omgekeerde mee bereikt. De korting heeft veel weg van de zogenaamde Plasterk-korting in 2006 (100 miljoen) waarbij eerstegeldstroomgeld aan de universiteiten werd onttrokken en overgeheveld werd naar de tweedegeldstroom (NWO). Die korting leidde voor de UT tot een miljoenenstrop omdat de ingeleverde tien miljoen logischerwijs niet kon worden `terugverdiend'. Het ziet er volgens Van Ast naar uit dat deze tweede korting een negatief effect heeft op de UT-begroting van 8 miljoen.

Als klap op de vuurpijl zal het nog vrij besteedbare deel van de aardgasbaten (de zogenaamde FES-gelden) - bedoeld voor investeringen in kennisinfrastructuur en innovatie (zoals nanotechnologie) - worden afgetopt en niet meer beschikbaar komen voor kennisinstituten zoals de UT, die binnen de FES tot dusver uitstekende scoorde. `Ook dat gaat ons op middellange termijn ook vele miljoenen schelen', aldus Van Ast, die nog maar eens bevestigt dat het grote geld vooral uit Brussel moet komen. `Maar dat is wel een proces waar we veel effort in moeten stoppen willen we nog meer succes oogsten.'

Volgende week beraadt het UMT (CvB, decanen en wetenschappelijk directeuren van de instituten) zich op de situatie. Leidraad voor het CvB zijn de bevindingen van de door het vorige kabinet omarmde bevindingen van de commissie-Veerman, zoals een duidelijker profilering van de universiteiten, afname van de studentgebonden financiering ten gunste van een groeiend aandeel missiegebonden financiering (waarbij de keuze voor een bepaald profiel en daarop gebaseerde prestaties worden beloond), plus gerichte investeringsimpulsen in onderzoek.

Van Ast: `Om de schade beperkt te houden zijn snel maatregelen nodig of reeds genomen, zoals een selectieve vacaturestop en de 10-procent `bottom-up' die moet leiden tot een reductie van vaste wetenschappelijke staf met tien procent.'

Het totale opleidingenaanbod gaan we tegen het licht houden, aldus Van Ast. `Het bundelen van bachelorstudies tot brede bachelorsopleidingen komt steeds dichterbij. Net als het bindend studieadvies en de keuzes die we moeten maken in onderzoeksitems. We gaan niet door met onderzoek dat niet past binnen het UT-profiel. De som van dit alles moet leiden tot een sterkere positie van de UT in de nabije toekomst.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.