| Bas Haring en Ionica Smeets delen de liefde voor het korte, heldere verhaal dat wetenschappelijk onderzoekbegrijpelijk maakt. Foto: Nijgh & Van Ditmar (Bob Bronshoff) |
Zelf houdt Bas Haring (1968) enorm van `korte verhaaltjes, die meteen iets duidelijk maken'. De Leidse hoogleraar en Volkskrant-columnist gebruikt ze veelvuldig om zijn onderzoek uit te leggen of een college toegankelijker te maken.
Die voorliefde voor het korte, heldere verhaal heeft ook Ionica Smeets (1979). Samen besloten Haring en Smeets een verzameling aan te leggen en vervolgens het `geheim' van die verhalen te proberen te doorgronden. `Onze uitgever vond alleen de verzameling verhalen al interessant genoeg voor een publicatie. Ionica en ik willen nu verder met het onderzoek; er komt dus zeker nog een vervolg', vertelt Haring.
Het gesprek over hun gezamenlijke boek vindt alleen met Bas Haring plaats, omdat Ionica op de dag van het interview onverwachts - enkele weken te vroeg - bevalt van een gezonde zoon.
Was het niet ontzettend veel spitwerk, het verzamelen van al die verhalen?
`Jawel, maar gelukkig hebben Ionica en ik allebei de gave om ook veel verhalen te onthouden. Zo lazen we `Chaos' van James Gleick. Precies hetzelfde stukje uit dat boek is bij ons blijven hangen. Terwijl ik het twintig jaar eerder las dan Ionica.'
Voor wie is dit boek?
`Tja, wie heeft er wat aan? Vooral mensen met een natuurwetenschappelijke inslag, denk ik. Mensen die voor een breed publiek iets moeten uitleggen. Voor leraren zou het ook erg interessant kunnen zijn.'
Maar juist voor bèta's is het vaak extra lastig om een kort en helder verhaal te brengen.
`Klopt, in de bètawereld is dat ongebruikelijker. Iemand die de letteren bestudeert, zal gemakkelijker een kort en helder verhaal schrijven. Toch is het juist voor bèta's extra belangrijk om hun onderzoek breed toegankelijk te maken vanwege de complexiteit. In de bètawereld is nou eenmaal weinig speelruimte. Het is wel helder, maar complex.'
Waarom zou een technische wetenschapper überhaupt zijn onderzoek toegankelijk moeten maken?
`Omdat het ontzettend belangrijk is te weten waarom je onderzoek doet. En je moet je er altijd van bewust zijn dat een ander jou daarvoor betaalt. Het is essentieel dat een onderzoeker altijd de link met de grotere relevantie houdt, anders is hij of zij niet goed bezig. Er zijn te veel wetenschappers die helemaal niet weten waarom ze onderzoeken wat ze onderzoeken.'
De wetenschappers die opvallen, die weten dat wel?
`Topwetenschappers zijn vaak mensen die de grote lijn kunnen overzien van meerdere kleine onderzoeken. Zoals Nobelprijswinnaar Andre Geim. Hij is in staat om helder uit te leggen en kan daar creatief mee omgaan.'
Jullie noemen de verhalen `pareltjes'. Wat is jouw favoriete pareltje?
`In ons boek noemen we twee analogieën voor de gaschromatograaf, een apparaat om een mengsel van gassen te scheiden in componenten (zie kader, red.). Voor het fenomeen bestaat geen enkel woord. Maar een heel kort verhaaltje, een analogie over een winkelstraat verduidelijkt alles.'
Heb jij zelf ook al pareltjes voortgebracht?
`Dat is natuurlijk altijd lastig te zeggen over jezelf, maar ik weet wel dat één verhaal is opgenomen in de stijlgids. Een voorbeeld dat komt uit een van mijn eerdere boeken,
`De ijzeren wil', waarin ik de werking van hersencellen vergelijk met het hard trekken aan touwtjes. Het is in ieder geval een voorbeeld waarvan anderen zeiden dat ze het een `goed voorbeeld' vonden.'
De gaschromatograaf
In het boek `Vallende kwartjes' wordt onder andere uitgelegd wat een gaschromatograaf is, aan de hand van twee analogieën (door Bob Foobar):
Congresgangers op weg naar huis
Vergelijk het gasmengsel met een groep mensen die na een congres in Maastricht op weg zijn naar het station. De Groningers hebben haast, ze hebben immers nog een lange reis voor de boeg. Zij zullen direct doorlopen en als eerste bij het station aankomen. De Brabanders gaan eerst nog even een café in en komen als tweede bij het station. De Limburgers hebben alle tijd en zullen rustig een paar kroegen afstruinen voor ze als laatste groep bij het station komen
Mannen en vrouwen in een winkelstraat
Stel je de kolom voor als een winkelstraat vol kledingwinkels. Aan het begin van de straat laat je een mengsel van mannen en vrouwen los: je zult zien dat de mannen veel eerder de winkelstraat uitlopen dan de vrouwen. Als je hetzelfde doet met bijvoorbeeld een autoboulevard, dan zullen de vrouwen juist eerder tevoorschijn komen.
Bij gaschromatografen kun je hetzelfde mengsel door verschillende soorten kolommen halen om meer zekerheid te krijgen over de samenstelling van het mengsel. Eigenlijk moet je de losse bestanddelen eerst puur door de kolom halen: je moet los meten hoe lang een groep mannen er over doet om door die winkelstraat te lopen en hetzelfde voor een groep vrouwen. Tenslotte is het heel belangrijk om de juiste kolom te kiezen: als je mannen en vrouwen wilt scheiden door ze langs een straat met kroegen en terrassen te leiden, heb je een grote kans dat je eerder de feestbeesten van de geheelonthouders scheidt.
Meer lezen? Vallende kwartjes ligt vanaf 18 november in de boekhandel.
ISBN 978 90 388 9385 3. Paperback, 192 bladzijden, 14,95 euro.