`Ik had eigenlijk nog nooit gehoord van dit dispuut, ik kende er zelfs niemand. Via via werd ik benaderd om eens te komen borrelen. Dus ging ik naar hun stamkroeg, en die borrelavond werd heel gezellig. Gewoon lekker kletsen. Twee weken later mocht ik weer naar een borrel, ook dat was leuk. Een tijdje later kreeg ik via `een complot' te horen dat ze me graag bij hun dispuut wilden hebben. Toen is het begonnen. Diezelfde avond kreeg ik al te horen `nu hoor je bij ons' en moest ik de ontgroeningskleren aantrekken. Al snel leerde ik de andere meiden kennen die ook waren uitgenodigd, en ontvingen we een brief met opdrachten en een rij met data die we vrij moesten houden. Voor een week of tien waren we in ieder geval onder de pannen. Ik zag er direct wel tegenop, maar dat zit misschien ook in mijn karakter. Ik had natuurlijk ook wel eens wat gehoord over ontgroenen en had geen idee wat mij te wachten stond. Dat was eng.
`We moesten veel opdrachten doen, en die moet je allemaal goed plannen. Als aspirant-leden - we waren met z'n vieren - zaten we elkaar flink op te fokken. We vroegen ons continu af of het niet beter kon. En achteraf was het nooit goed. Tijdens de verplichte wekelijkse borrel bij het dispuut werden we dan aangesproken op onze prestaties. Als we een deadline niet hadden gehaald, werden we daar streng op gewezen. De dispuutsleden konden dan echt boos worden. Ik ging inmiddels steeds meer opzien tegen die wekelijkse borrel, en werd er onzeker van.
`Halverwege de inauguratieperiode zat ik er echt door. Ik haalde een tentamen niet, verloor mijn bijbaantje en had geen tijd om familie of vriendinnen te zien. De sfeer met de andere aspirant-leden was ook niet best, iedereen werd steeds chagrijniger. Uiteindelijk heb ik met een vertrouwenspersoon van de ontgroeningcommissie gesproken. Dan word je wel weer opgelapt, krijg je vooral te horen dat het ook allemaal maar een spelletje is. Maar ik vond het absoluut niet leuk en sleepte me de dagen door. In de laatste week werd ik goed ziek. Ik kon niet slapen, was doodmoe, en had vreselijke hoofdpijn. Fysiek was het te zwaar. Ik ben toen ook flauw gevallen.
Toch kreeg ik uiteindelijk - bij een ceremonie'- te horen dat ik was toegelaten tot het dispuut. Ik geloofde het niet, ben heel hard gaan huilen, vervolgens gaan douchen en slapen. Daarna ben ik naar de kroeg gegaan om het met de andere meiden te vieren.
Nu vind ik het ontzettend leuk om bij een dispuut te zitten. Ik weet ook zeker dat ik een aantal meiden altijd zal blijven zien, vriendinnen voor het leven dus. Maar die inauguratieweekendjes blijf ik verschrikkelijk vinden, ik hou me daar zo afzijdig mogelijk van. Wel zijn er na mijn slechte ervaringen een aantal aanpassingen gedaan in het reglement. Ook kwam er een draaiboek met duidelijke regels en een procedure over wat te doen als iemand ziek wordt. Bij een ontgroening vind ik het vooral belangrijk dat de activiteiten een bepaald doel hebben. Iemand bijvoorbeeld drie borden pasta op laten eten vind ik nergens op slaan. Daar leert zo'n persoon niets van.
`Er zijn genoeg disputen in Enschede waar ik mijn dochter later niet bij zou willen hebben. Mijn dispuut is nu wel oké, er zijn geen zware verplichtingen. Als je een keer niet op een borrelavond komt, dan krijg je bij ons te horen: `wat jammer'. Dat klinkt al heel anders dan `waar was je'. Daar kan ik dus écht niet tegen.'
Om redenen van privacy wilde deze studente alleen anoniem haar verhaal doen.