Meneer, waarom doet u nou ineens zo streng? Omdat zij er is? Normaal bent u nooit zo streng.' De klas vijf HAVO heeft de informaticales er bijna op zitten. Jan-Willem licht het huiswerk toe en vraagt de twaalf jongens en het ene meisje er alvast aan te beginnen. Zijn verzoek krijgt weinig gehoor. Twee jongens vinden het veel leuker om over geweren te praten. Dat gaat gepaard met het nodige geknal.
Tino, Thomas, Bram en Stephen pakken het wel serieus aan. In een groepje werken ze aan een voetbalpool met voorspellingen van wedstrijduitslagen. `Maak vooral gebruik van een use case diagram', tipt Jan-Willem de scholieren. `Een use case watte?', reageert de groep. Er is nog werk aan de winkel voor de leraar.
De zoemer gaat. Einde les.
`Woensdag bespreken we de open vragen', roept Jan-Willem ze nog na. Een kwartiertje pauze volgt. In de lerarenkamer vertelt hij dat het Bonhoeffer College 1500 leerlingen telt en 150 leraren. Op maandagmiddag en woensdagmorgen geeft hij er les en heeft daarvoor een vaste aanstelling. De rest van de week werkt hij aan zijn promotieonderzoek over telemonitoring bij de vakgroep biomedische systemen en signalen. Jan-Willem onderzoekt hoe je ICT kunt inzetten om oudere mensen in hun woonomgeving te ondersteunen.
`Lesgeven is een leuke onderbreking van mijn andere werkzaamheden', vindt Jan-Willem. `Het is heel actief. Je bent continu aan het presenteren en improviseren. Of het zwaar is? Het is zo zwaar als je het zelf maakt, en het ligt aan de klas. Ik ben naast de lessen nog wat tijd kwijt aan de voorbereiding en het nakijken. Het valt reuze mee.' Ook na zijn promotie ziet Jan-Willem zichzelf wel voor de klas staan. `Ja, ik ben dat wel van plan, maar misschien op een ander niveau. Het hbo bijvoorbeeld.'
Wederom een zoemer. Terug naar het lokaal. Daar wacht vier HAVO. Zeventien jongens sterk. De meiden zijn nergens te bespeuren. Bram en Brandon houden een presentatie. Een applausje volgt. De leraar stelt nog enkele vragen en behandelt vervolgens een paar opdrachten klassikaal. Er is niemand die wat opschrijft. Geen enkele leerling heeft een boek of schift op tafel liggen. Passief luisteren is het credo. Om dat te doorbreken, roept Jan-Willem iemand voor de klas. Brian kruipt achter de computer. De rest helpt. `De i staat voor het aantal herhalingen', legt Jan-Willem uit.
Na twee opdrachten gaan de leerlingen zelfstandig aan de slag. Maar eerst bespreken de mannen een uitgedeelde zoen van afgelopen weekend. De leraar spoort iedereen aan zijn boek te pakken. Onder het nodige gemor komen de eerste exemplaren uit de tas. Daar blijft het bij. Totdat Jan-Willem de `heren achterin' waarschuwt met een studie-uur op vrijdagmiddag.
Na de schoolbel gaat dezelfde klas een verdiepinkje hoger naar het computerlokaal. Jan-Willem zet iedereen aan het werk. `Dit vinden ze veel leuker dan de theorieles. Ik vind het een uitdaging om deze jongeren voor mijn vakgebied te interesseren. Dat lukt lang niet bij iedereen zoals je merkt. Soms wel. Zoals vorig jaar: drie van mijn leerlingen studeren nu informatica aan Saxion.'
Jan-Willem doet onder meer mee aan het project om de aansluiting tussen het VWO en het HO te verbeteren. `Ze maken kennis met het beroepsveld. Dat vind ik belangrijk en het is heel moeilijk om informaticadocenten te vinden.' Hij vertelt dat hij met een collega het vak in elkaar draait. `We denken na over de inhoud, hoe de lessen eruit zien en hoe we toetsen. Die didactische kant leer je bij ELAN.'
Ondertussen houdt hij de scholieren scherp in de gaten: `Blijven jullie van elkaar af? Mag die muziek daar uit? Ben je al klaar?' Wordt hij daar niet moe van? `Nee hoor, het hoort erbij.' Op de dringende vraag `Meneer, kunt u me nu écht even helpen?' snelt Jan-Willem enthousiast de klas weer in. Klaar om tekst en uitleg te geven.
| Promovendus Jan-Willem van 't Klooster instrueert een van zijn leerlingen op het Enschedese Bonhoeffer College. Foto: Sandra Pool |