Cnøddiaan voor het leven

| Redactie

Voor één avondje hebben de Cnøddianen hun gele sweaters ingeruild voor een rokkostuum. Het oudste Enschedese mannendispuut vierde zaterdag zijn veertigste verjaardag met een chic gala in een onherkenbaar aangeklede Bastille. Jong en oud vieren samen feest, want Cnøddiaan ben je voor het leven. `Dat gevoel zit diep.'

Schouderklopjes en uitgebreide begroetingen. Het gala is een feest van herkenning voor jonge, maar vooral oude Cnøddianen. Ze zijn deze avond getooid met een gele corsage en een donkerblauw gestrikte das met de beeltenis van een eland.

Het is een exclusief clubje waar je niet zomaar bij komt. Dat weet ook student Friso Heslinga, strak in pak en met hoge hoed. `Je past erbij of niet. Ik zit bij Taste en borrelde een paar keer mee met Cnødde, maar ik vond mezelf er niet tussen passen. Toch is het leuk om hier vanavond te zijn.'

Aan de bar staat alumnus technische bedrijfskunde Anne van Faassen een biertje te drinken met oud-studiegenoten. Hij is speciaal uit zijn woonplaats Genève overgevlogen om bij het gala te zijn. Hij heeft nog steeds regelmatig contact met Cnøddianen. `We gaan samen op vakantie en bezoeken elkaars bruiloften, de band is heel sterk.'

Dat is het Cnøddegevoel, legt mede-organisator Allard de Jong uit. `Cnøddiaan ben je voor het leven. Dat gevoel zit echt diep.' Hij vindt het onterecht dat men zijn dispuut vaak typeert als een bierzuipend en brallend groepje. `Cnøddianen onderscheiden zich van de grijze massa, ze doen hun eigen ding. Durf te worden wie je bent, is ons motto. Binnen de muren van onze sociëteit de Gele Kater bespreken we de meest intieme dingen.'

Het ontgaat niemand dat er opvallend veel vrouwen aanwezig zijn op het feestje van mannenbolwerk Cnødde. Die dames zijn van Poison, een dispuut dat 25 jaar bestaat en opgericht werd door vriendinnetjes van Cnøddianen. `Een man vinden we niet meer vanavond,' verzuchten een paar meisjes in lange jurken terwijl ze nog maar een slokje nemen van hun Poisonnetje, de huiscocktail van het damesdispuut.

Enkele Poison-dames bezoeken het gala in het gezelschap van hun vader, Cnøddianen van het eerste uur (zie de drie portretjes op deze pagina). De heren zijn terug op historische campusgrond en weer eventjes jong en studentikoos, voor een avond.

Als het feest al in volle gang is volgt om middernacht de officiële opening van het gala. Hoogtepunt is de benoeming van wijkagent Laurens Goossens tot erelid van het dispuut. Omdat `de sterke arm der wet soms een oogje dichtkneep'. Goossens begeleidt al jarenlang de beroemde bierkar waarmee Cnøddianen tijdens de introductie van de campus naar het centrum rijden. Als dank ontvangt hij een oorkonde en de beroemde Cnødde-das. Met omhoog geheven bierglazen zet de zaal het Cnøddelied in en daarna gaan de voetjes weer van de vloer tot in de late uurtjes.

Obscuur Clubje

Willemijn (lid Poison, studente communicatiewetenschap) en vader Willem Schmidt (eigenaar consultancybedrijf)

De jaarclub `Chateau' van Willem Schmidt werd in 1971 voor twee vaten bier overgenomen door Cnødde. Hij woonde op Campuslaan 21, schuin tegenover Campuslaan 33-35 waar Cnødde zijn oorsprong heeft. `Je treft elkaar omdat je gelijkgezind bent. Echte losbollen waren we niet, maar we hadden veel plezier.'

Ze borrelden wekelijks en zagen elkaar met sporten, het ene deel roeide en het andere deel deed aan hockey. De alumnus werktuigkunde en bedrijfskunde was één van de slechts twintig dispuutleden. `Het bleef een klein obscuur clubje en het was - in tegenstelling tot tegenwoordig - behoorlijk vrijblijvend. Als je geen zin had om actief te zijn, werd je lid van het sigarenclubje en kon je rustig aan doen. Ik vind het leuk dat Willemijn de traditie binnen Poison voortzet.'

Lange tijd heeft Willemijn geen weet gehad van het verleden van haar vader. Pas toen ze zich op een studie oriënteerde kwamen de verhalen naar boven. Op de campus werd ze direct aangesproken bij haar naam en welkom geheten. `Dat was heel vreemd.' Ze vindt het heel bijzonder om te zien dat haar vader nog steeds contact heeft met oud-dispuutgenoten. `Als je daar zoveel profijt van hebt dan wil ik dat niet missen. Ik woon nu samen met Nathalie en wie weet gaan wij over 25 jaar met onze gezinnen samen op vakantie.' ’Voor Willem is het gala een avond vol herinneringen. ‘Ik slaap in Logica, de voormalige meidenflat waar mijn vrouw woonde. Ja, dat waren mooie tijden.’

Echte Cnøddebaby

Nathalie (lid Poison, studente technische bedrijfskunde) en vader Bram van Ek (directeur voortgezet onderwijs)

‘Cnøddiaan ben je voor het leven. Je kunt niet zeggen: ik doe het even niet meer,’ vertelt Bram van Ek. In 1972 kwam hij als student toegepaste wiskunde terecht bij Cnødde, de vereniging die volgens hem vooral één doel had: op zoek gaan naar meiden, die op de technische universiteit niet te vinden waren. Daarvoor reisden ze naar feestjes in onder andere Groningen en Knokke. ‘En elke woensdag hingen we in onze gele truien aan de bar veel lol te hebben.’

Dochter Nathalie heeft het Cnøddegevoel van huis uit meegekregen. ‘Als baby ben ik op de arm gehouden door Cnøddianen en met vier gezinnen bestaat nog intens contact.’ Toen ze aan de UT ging studeren wees vader Bram haar op de bierkar waaraan ze de Cnøddianen kon herkennen tijdens de introductie. Die kar stond er inderdaad en iedereen bleek Nathalie al te kennen. ‘Ik ben dochter van een Cnøddiaan, dat was een hele happening. Voor ik het wist werd ik op de bierkar getrokken en in een Cnøddebroek gehesen.’

Vader Bram spreekt nog regelmatig af met zijn maten van vroeger om een hapje te eten. Hij vindt het leuk dat zijn dochter nu ook op de UT studeert. ‘Als ik die verhalen hoor ben ik zo terug in mijn eigen studietijd. De UT is in 25 jaar niet zo heel erg veranderd. Het is nog steeds een knusse omgeving en een bijzonder clubje. Nu telt de UT wel veel meer meiden; daarvoor hoeven de studenten niet meer het hele land door te reizen.’

Af en toe studeren


Daan (lid Audentis, Saxion-student), zus Stefanie (studente BIT) en vader Jaap Dierdorp (werkt bij Capgemini)

In 1975 kwam Jaap Dierdorp via vrienden van de hockeyclub van de TH (‘UT, dat bekt niet lekker’) terecht bij Cnødde. Om bij de club te horen moest je volgens Dierdorp vooral ‘een stevige borrel kunnen drinken en je af en toe met je studie bemoeien’.

Toen zoon Daan in Enschede kwam studeren had hij al veel over Cnødde gehoord. ‘Maar dat is lastig te bevatten als je de club met haar eigen mores niet kent.’ Daan, die zelf bij Audentis zit, borrelde een paar keer mee met Cnøddianen, maar is nooit toegetreden. ‘Ik had niet de klik met hen en zij niet met mij.’

Zijn zus Stefanie is subtiel door haar vader richting de UT gestuurd. Hij gaf haar folders over de studie BIT en ging mee naar open dagen. Voor Stefanie is het gala een openbaring. ‘Ik hoor veel verhalen over mijn vader, die normaal tamelijk zwijgzaam is over zijn Cnødde-periode.’ Zoals het verhaal dat haar vader shirtloos in de tuin studeerde aan een tafel van bierfusten. Op het moment dat zijn jaarclub aankwam om te borrelen zette hij de laatste punt van zijn scriptie op papier. ‘Zo, nu ben ik afgestudeerd, zei ik. Dat was een prachtige dag.’ Vader Dierdorp denkt dat Cnødde in veertig jaar nauwelijks veranderd is. ‘Het is net zo anarchistisch en ongecontroleerd als in mijn tijd. De club bestond bij de gratie van geen regels, dat is nog hetzelfde.’ Het gala is een feest van herkenning en herinnering voor hem. ‘Het is oprecht mooi om iedereen weer tegen te komen.’



(Foto's: Arjan Reef)



Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.