Het college van bestuur wil hoog inzetten op de ontwikkeling van het UT-personeel. Daarom is de nota Employability opgesteld, die moet leiden tot de verhoging van in-, door-, en uitstroom van medewerkers. `Beweging wordt de heersende norm', staat letterlijk in de notitie. Voor wetenschappelijk personeel zou dat betekenen dat zij maximaal tien jaar in dezelfde functie kunnen blijven, en voor obp'ers geldt een periode van vijf jaar.
Collegevoorzitter Anne Flierman zei dat het CvB op die doorstroming `druk' heeft uitgeoefend. `Wij willen hier geen verstoppertje in spelen', onderstreepte hij het collegestandpunt. Hoewel de raad het belang van loopbaanontwikkeling onderschrijft, vindt de UR dat de toonzetting van de nota `wel erg hard is'. Bovendien wekt de nota de indruk dat doorgroeien naar andere functies - binnen of buiten de UT - het hoogste doel is en dat te lang in één functie blijven zitten gelijk staat aan disfunctioneren.
Verder meent de raad dat voor de plannen ook budget vrijgemaakt moet worden. In tijden van bezuinigen zal immers niet elke eenheid staan te trappelen om te investeren in mobiliteitsactiviteiten voor het personeel. Namens de CC-fractie vroeg Dick Meijer zich ook af hoe de uitwerking op microniveau zal zijn. Wat wordt de rol van de leidinggevende en de personeelsadviseur?
Flierman zegde de raad toe dat er concreter uitgewerkt wordt hoe leidinggevenden met employability om moeten gaan. Ook zal de communicatie over employability minder dreigend en meer positief van toon zijn. Onder deze voorwaarden adviseerde de Uraad uiteindelijk positief over de nota.
Over het reorganisatieplan Communicatie en Marketing, dat ter advies op de agenda stond, werd eveneens stevig gediscussieerd. De raad vreest dat centralisatie van de communicatiefunctie wel eens het tegengestelde (bezuinigings)effect kan: bij gebrek aan eigen mankracht zouden de faculteiten weer nieuwe functies kunnen gaan creëren. Sjef van der Steen, CC-fractielid, vroeg zich ook af of de reorganisatie `zo rigoureus' moet zijn. Verder zei de Uraad veel kritiek op het plan te hebben gehoord.
Collegevoorzitter Flierman verbaasde zich daarover. Hij zei dat decanen en directeuren positief hebben gereageerd op de voorgenomen reorganisatie. Ook wees hij de raad erop dat er afgelopen juni door de vorige raadsleden nog harde woorden zijn gesproken over zaken als vooraanmeldingen en het marktaandeel aan de UT. `We kunnen adequater handelen als functies gecentraliseerd worden.' Bovendien, zo zei Flierman, is er al ingestemd met het rapport Berger dat bezuinigingen voorstelde op communicatie. Hij deed de Uraad de toezegging met een meer uitgewerkte financiële onderbouwing te komen van de bezuinigingsoperatie en inzage te geven in het communicatiebeleid. Dit komt in december op de agenda van de UR.