Kiezen tussen kano en kanopolo, tussen de snelheid op het vlakke water en de teamspirit bij het poloën, dat kan Casper van Hoorn niet. Hij heeft zijn hart verpand aan beide takken van de sport. Over wildwaterkano heeft hij wel een uitgesproken mening: dat was eens maar nooit weer.
Zo'n anderhalf jaar geleden ging het mis in het Duitse Limburg, vertelt Van Hoorn. Hij kwam in een snelle stroom terecht, sloeg om, probeerde een rolletje om weer boven te komen en voelde het kraken in zijn schouder. Een scheurtje, luidde de diagnose. Een operatie en de nasleep daarvan hielden hem ruim een jaar aan de kant.
Een jaar waaraan de watersporter liever niet terugdenkt. `Het was toch vooral een jaar waarin ik me zat te verbijten aan de kant', zegt hij. Een beetje kanoles geven langs de kant weegt niet op tegen zelf varen.' Van Hoorn typeert zichzelf als een pechvogel. `Vooral', licht hij toe, `omdat er op zich bij deze sport betrekkelijk weinig blessures voorkomen vergeleken met andere sporten.'
Op zijn zestiende liet Van Hoorn zich door een kameraad in zijn toenmalige woonplaats Leiden overhalen mee te doen met een wedstrijd kanopolo. Sindsdien is hij verkocht. Zijn liefde voor de sport bracht hem drie jaar geleden, toen hij aan de UT kwam studeren, bij Euros. Over de vereniging, waar hij tot februari komend jaar voorzitter is, zegt hij: `Dit is vooral een hele gezellige vereniging. Ik denk ook dat we minder corporaal zijn dan de roeitak. Natuurlijk houden wij ook wel van tradities, maar we zijn wat terughoudender met de symboliek.'
Trainen gebeurt vooral op het Twentekanaal. Daar is Van Hoorn een keer of vier per week te vinden. Zijn doel: beter worden. Vooral omdat de watersporter koud een jaar meedoet aan wedstrijden vlakwaterkano. Nu nog in z'n eentje, maar Van Hoorn sluit niet uit dat hij in de toekomst ook plaatsneemt in een kano met één of meerdere kompanen.
Volgens de UT-student onderscheiden de betere kanosporters zich van de mindere goden doordat ze beter in staat zijn balans te houden in de boot. Verder is het voor een kanosporter van belang dat hij of zij de spieren in het bovenlichaam traint. Die extra kracht moet worden omgezet in snelheid. Van Hoorn: `Ik zit nu niet wekelijks in de sportschool, maar als het straks kouder wordt zien ze me daar wel vaker.'
Omdat kano in Nederland een kleine sport is, is er geen regionale competitie. Alleen een landelijke, en daarin wil Euros zich meer profileren. `Als vereniging spelen we daarin op dit moment nog geen grote rol van betekenis', legt Van Hoorn uit, `maar we hebben wel de ambitie een paar podiumplekken te pakken en ik denk dat we daartoe in staat zijn.'
Het is de snelheid die Van Hoorn aanspreekt in het vlakwaterkanoën. `Heerlijk als je over het water scheert.' Maar als hij een keuze zou moeten maken tussen vlakwaterkano en kanopolo dan blijft het stil bij de watersporter. Lang stil. `Nee, die keuze maak ik niet', zegt hij uiteindelijk `het is juist de combinatie van beide sporten die me boeit.' Over kanopolo. `Het karakter van een teamsport spreekt mij aan. Het is bovendien een behoorlijke uitdaging met de peddel de bal te passen, maar gelukkig mogen we `m ook gooien.' En over zijn persoonlijke doelen: `Ik doe net een jaar mee aan vlakwaterwedstrijden, maar ik zou het mooi vinden als ik dit seizoen ergens in Nederland op een ereschavot terecht kom.'
| Casper van Hoorn: `Wij houden ook van tradities, maar zijn iets terughoudender met symboliek dan de roeiers.' (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |