Lingo
OORLOG: O, O, R, L, O, G. Nog zo één. Zou het perfect doen in de categorie zes letters. Of onze voor de buis gekluisterde UT-studenten deze woorden snel raden, is zeer de vraag. Het ís namelijk oorlog in onderwijsland. De vlam is in de pan. Er zijn stakingen, bezettingen en protesten. Studerend Nederland rukt uit. In Utrecht is het bestuursgebouw gebarricadeerd, in Amsterdam en Nijmegen bezetten de studenten collegezalen, ook 's nachts. De studenten zijn pissig, boos, bijten van zich af en luiden de noodklok. De dreigende bezuinigingen op de basisbeurs en het onderwijs vragen om actie. In de aanval dus. En terecht. Met pen, papier en fotograaf in de aanslag wachtten wij als redactie gretig af. Wat heeft Enschede in petto? Aan ludieke acties normaliter geen gebrek. Helaas. Drie dagen later is het nog steeds angstig stil op de campus. De Enschedese student tukt rustig door. Bezuinigingen of niet, dat maakt hen de pis niet lauw. Het leeft hier niet, het is nog prematuur, we maken ons niet druk en het komt allemaal vanzelf wel goed, zeggen ze in deze krant. Ja ja. Twentse nuchterheid? Wij betwijfelen het sterk en denken eerder aan een kwestie van niveau. Daarom speciaal voor de UT'ers een zesletterwoord. Het begint met een M en eindigt op UTSEN.
Juist ja, MUTSEN!
Glad
Het is glibberen, glijden en schuiven deze dagen op weg naar de UT. Als we om 06.30 uur voorzichtig de gordijnen openen, zuchten we maar eens diep. Wéér sneeuw. Wéér ijzel. Wéér glad. In de ochtendkrant lezen we de laatste ANWB-tips er nog maar eens op na: nooit remmen, alleen bijsturen, koppeling los. De barre tocht naar de Drienerlolaan kan beginnen. Een half uurtje eerder dan gebruikelijk, want op tijd komen blijft een pre. Warme fleecedeken en een thermosfles koffie op de achterbank, je weet maar nooit. De woonwijk uitkomen is de eerste beproeving. Met niet remmen en alleen bijsturen lukt dat aardig. Op een klein deukje na. Op de provinciale weg staan we meteen vast in een file. Er zijn collega's die van dit moment gebruik maken om bij te slapen. Een ander leest de krant of smeert lippenstift op. Tussendoor bellen we elkaar en wisselen de laatste informatie uit. Waar sta jij nu? Oei, daar nog maar? Zijn de ambulances van die ene kettingbotsing al weer weg? Wat! Is de weg nog steeds afgezet? Waar blijven die sneeuwschuivers in hemelsnaam? Na vijftig minuten stapvoets rijden krijgen we eindelijk de bekende zwarte wapperende vlaggen in zicht. Het thuisfront wordt ge-sms't over de veilige aankomst. Die nieuwe deuk verzwijgen we gemakshalve. Voor een beetje arbeidsethos moet je wat over hebben.
Na acht uur hard werken, keren we - opnieuw met gevaar voor eigen leven - huiswaarts. En daar ligt-ie achter onze ruitenwisser: een parkeerbon. Kunnen we die verhalen in ons keuzemodel? Niet? Doe dan maar een dagje ijsvrij.