De bewindsman moest gisteren alle zeilen bijzetten om zijn wetsvoorstel door de Eerste Kamer te loodsen. Vooral de nieuwe regels rond het collegegeld leverden discussie op. Alle senatoren vinden het een goede zaak dat dertigplussers voortaan tegen het normale collegegeld mogen studeren zolang ze nog geen bachelor- of masterdiploma op zak hebben. Maar ze betreuren het dat de minister in ruil het volgen van tweede studies duurder maakt. En vragen zich af waarom hij voor opleidingen in de zorg en het onderwijs een uitzondering maakt, maar voor technische studies niet.
Veel vragen hadden de senatoren over de status van het convenant tussen de studentenbonden en de koepelorganisaties van universiteiten en hogescholen. Waarom verwacht de minister dat instellingen de eerste drie jaar geen hoog instellingscollegegeld zullen vragen van dubbelstudenten die een tweede bachelor- of masterstudie afmaken nadat ze hun eerste diploma hebben behaald? Waren die afspraken niet boterzacht?
Minister Plasterk, die de hogescholen en universiteiten beloofd heeft dat ook tweede studies drie jaar lang bekostigd worden, verzekerde dat de afspraken voor die periode stand zullen houden en dat hij anders zal ingrijpen met een maatregel van bestuur. Wettelijk vastleggen wilde hij dat niet. Wel zegde hij toe dat hij de effecten van de nieuwe regels jaarlijks zal evalueren.
De vrees dat een hbo-bachelor die een universitaire opleiding wil volgen straks het hoge instellingscollegegeld moet betalen, nam hij weg. “Als een bachelor een schakelprogramma voor een masteropleiding kan volgen, betaalt hij daarvoor het gewone collegegeld.”
Lastig had de minister het met het voorbeeld van de mondhygiënist die tandarts wil worden. Een afgestudeerde hbo-bachelor had bij de senatoren geklaagd dat hij 24 duizend euro collegegeld moet betalen voor zijn bacheloropleiding tandheelkunde, terwijl een bachelor met een techniekopleiding daarvoor het lage collegegeld mag betalen. Immers, voor een eerste bachelor- of masteropleiding in de zorg of het onderwijs mag geen instellingscollegegeld worden gevraagd maar voor een tweede wel. En de mondhygiënist wil aan zijn tweede bachelor in de zorg beginnen. Plasterk bekende dat hij daar “kiespijn” van kreeg, maar dat hij de systematiek daarvoor niet kon wijzigen.
Hij bezwoer dat hij getalenteerde studenten geenszins wil afremmen in hun ambities. Hij wees op de honoursprogramma’s, maar nodigde studenten ook nadrukkelijk uit om twee studies tegelijk te doen en daar niet pas mee te beginnen na het behalen van het eerste diploma: “Het kan allemaal en het kost geen extra collegegeld. Gratis en voor niets, van het huis!”
Maar de Eerste Kamer gaf zich niet meteen gewonnen. Met steun van het CDA vroeg senator Schuurman, woordvoerder voor de SGP en de ChristenUnie, de minister aan het eind van het overleg om een verhelderende brief. Hij had nog steeds moeite met de collegegeldregeling en wilde onder meer duidelijkheid over het convenant, de termijn van invoering van de wet en de effecten voor individuele studenten. “Als de antwoorden van de minister geen problemen opleveren, dan stemmen wij in met zijn wetsvoorstel.” Die stemming zal op 2 februari plaatsvinden.
Eén onderdeel van de wet trekt minister Plasterk op eigen initiatief terug. De student-assessor, die via een amendement van D66-parlementariër Van der Ham in het wetsvoorstel terecht was gekomen, sneuvelt. De bewindsman zei nog eens dat hij nooit voorstander was geweest van een student als adviseur in het bestuur van instellingen en faculteiten. Hij had het amendement in de Tweede Kamer ontraden, maar had er beter een ‘onaanvaardbaar’ over kunnen uitspreken. Hij gaat dat alsnog doen en komt er later op terug bij de senaat.
HOP, Hein Cuppen