Ruben Verschoof: ‘Behalve wat schrammen en een paar deuken in mijn helm heb ik niets aan die val overgehouden.’ Naam: Ruben Verschoof Leeftijd: 19 jaar Studie: werktuigbouwkunde Sport: alpinisme Club: TSAC |
Er gaan maar weinig vakanties voorbij waarin de jonge alpinist zich niet aansnoert en een weg zoekt naar een nieuwe en vooral hoge uitdaging. Het is de combinatie van avonturiersgeest, romantiek en de ongereptheid van de berg die hem boeit in deze sport. Het klimmen doet hij meestal met vrienden of kennissen.
Dat was ook zijn redding toen het twee jaar geleden misging. Op één van zijn tochten in Zwitserland trapte hij plotseling door een sneeuwbrug die een gletsjerspleet bedekte. Verschoof voelde de aarde onder zich wegzakken en smakte enkele meters naar beneden. `Ik zat samen met mijn klimpartner aan een touw en zij heeft me er uiteindelijk weer uitgetakeld. Natuurlijk gaat zo'n val je niet in de koude kleren zitten, maar ik heb er niets aan overgehouden.'
Verschoof zegt het ongeluk goed geëvalueerd te hebben. `We hadden voor een ongebruikelijke route gekozen. Er waren veel gletsjerspleten en wij wisten dat niet. De kaarten bleken verouderd te zijn.' Het bleek een leermoment in het leven van de jonge alpinist. `Behalve wat schrammen en een paar deuken in mijn helm', blikt hij terug, `heb ik er gelukkig geen letsel aan overgehouden.'
Af en toe staat Verschoof wel eens op een smalle rotsstrook met links en rechts een gapend gat van vierhonderd meter. `Gezonde angst', zegt hij, `kan omslaan in blinde paniek. Maar zolang je calculatief te werk gaat is dat niet nodig.' En verder: `Voordat we op pad gaan, denken we continu na: is de route niet te moeilijk, zijn de zekerpunten solide, liggen er losse stenen, kunnen we nog terug, hoe is het weer?'
Verschoof zegt een tocht voortdurend te analyseren. `Je maakt een inschatting van de risico's en probeert die te minimaliseren. Je moet jezelf niet overschatten, en die bergen lopen niet weg.' Zijn hoogste berg is de Zwitserse Nadelhorn van 4327 meter. Over deze puist: `Die berg heeft een prachtige besneeuwde top. Geweldige ervaring. 's Nachts om kwart voor vier opstaan en dan op de top staan, volledig boven de roodgekleurde wolken.'
Voor een Nederlandse alpinist als Verschoof blijft het in eigen land behelpen. Er zijn klimwanden, maar voor het hogere werk moet hij zijn rugzak pakken. Zijn eerste echte berg was de Breiter Grieskogel, met een hoogte van 3282 meter, beklommen tijdens zijn de eerste klimcursus. Nadat de top bedwongen was, was Verschoof verkocht. `Maar los van de sport', zegt hij, `is het ook gewoon heel aardig om met een groep naar boven te klimmen. Je komt op plekken waar weinig mensen komen. Gezellig kaarten in een berghut, een groepsfoto op de top, daar kan ik de romantiek wel van inzien.'
Zijn nieuwste uitdaging volgt in februari als Verschoof een week in de Franse Alpen verblijft om bevroren watervallen te beklimmen.