Iets minder dan de helft (45,5 procent) van de UT-medewerkers deed mee aan het medewerkertevredenheidonderzoek (MTO) van bureau Effectory in september en oktober van het afgelopen jaar. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren komt, komt redelijk overeen met eenzelfde MTO uit 2005. Vergeleken met vier jaar geleden is de werkdruk afgenomen. In een reactie noemt het college van bestuur de 7,4 een `fraaie score'.
Zorgelijk kan genoemd worden dat een kwart van de medewerkers wel eens wordt geconfronteerd met ongewenst gedrag van collega's. Ook het niet nakomen van afspraken valt onder deze noemer. Daarnaast klagen medewerkers over roddelen, pesten, brutaliteit, het aansturen op conflicten en agressief verbaal gedrag. Een op de vijf medewerkers ervaart bovendien ongewenst gedrag van studenten. Het gaat dan om geluidsoverlast, botte opmerkingen en puberaal gedrag.
UT'ers hebben plezierige collega's die ze waarderen met het rapportcijfer acht. Ten opzichte van vier jaar geleden is men positiever over de leidinggevende. Volgens het college van bestuur kan dit komen doordat managementtrainingen, die na de slechte beoordeling uit 2005 werden ingevoerd, hun vruchten afwerpen. Medewerkers verwachten nog wel meer coaching van hun baas.
De ondervraagden geven aan zich graag te ontwikkelen binnen hun vakgebied, maar volgens velen zijn de doorgroeimogelijkheden beperkt. Als die er al zijn, zijn de criteria onduidelijk en promotiekansen worden volgens de medewerkers ook nog eens oneerlijk bepaald. Wetenschappelijk personeel is hierover overigens positiever dan het OBP.
Andere aanbevelingen die uit de meting naar voren komen zijn een betere samenwerking tussen verschillende afdelingen en meer aandacht besteden aan het inwerken van nieuwe collega's.
Verder blijkt dat UT-medewerkers niet goed op de hoogte zijn van de doelstellingen van de UT en het Route'14-beleid. Ze staan hier bovendien ook niet echt achter (score 5,6 op een schaal van 10). De relatieve onbekendheid met de doelstellingen heeft waarschijnlijk een raakvlak met communicatie, aldus het onderzoeksrapport. Communicatie, zowel top-down als bottom-up, over belangrijke zaken scoort laag.
De resultaten van dit MTO worden in januari en februari in workshops bij de verschillende eenheden besproken. Elke eenheid maakt een plan waarin staat wat ze met de uitkomsten van het onderzoek wil doen. In maart komt het CvB met een algemeen plan van aanpak met verbeterpunten. Het college heeft al aangegeven dat daarin zeker wordt gekeken naar de `onwenselijke situatie' rondom het ongewenst gedrag.