Het is een misverstand te denken dat de nieuwe initiatieven al het onderzoek van de TU's gaan omvatten, aldus Zijm. `Onze speerpuntinstituten blijven gewoon bestaan. Daarnaast valt er op alle drie de fronten veel uitstekend onderzoek buiten de plannen. Dat kan ook niet anders: met die vijftig miljoen bestrijk je maar een stukje. Het is dus zeker niet zo dat wat er buiten het kader van de plannen valt per definitie onderhevig zal zijn aan de kwalitatieve en kwantitatieve verdringingsmechanismen die we hebben ingebouwd.'
Het idee is dat nieuwe onderzoeksinspanningen in de centers of excellence niet alleen worden uitgezet door tophoogleraren van de drie TU's, maar ook door 30 nieuwe tophoogleraren van buiten. Zij komen in vaste dienst, wat dus maximaal vijf jaar zal leiden tot een duurder personeelsbestand. Maar daarin voorzien de financiële impulsen. `Het aantrekken van nieuwe toppers zal nog een hele langdurige klus worden', verwacht Zijm. `Je moet ze maar net weten te vinden, want je haalt nogal wat uit de markt'. De nieuwe hoogleraren, zullen, wanneer de tijdelijke overheidsfinanciering na vijf jaar door de instellingen wordt overgenomen, moeten indalen in de vaste formatie. En dat zal onvermijdelijk leiden tot het opheffen van bestaande leerstoelen.
`Wij willen bouwen in plaats van afbreken', aldus Zijm. `Een ontslagscenario zou leiden tot allerlei peperdure wachtgeldregelingen. Dat is zonde geld, vinden ook de bewindslieden. Je kunt dat geld beter steken in vernieuwend onderzoek en dat doen we dus ook. Wat mij betreft komen er nog een aantal topcentra bij.'
Met andere woorden, er zal volgens Zijm geen sprake zijn van allerlei migratiestromen en het opheffen van hele faculteiten of afdelingen. Nee, als gevolg van de vorming van de nieuwe centra wordt stilaan een onderszoeksvernieuwingsproces in gang gezet wat er uiteindelijk wel toe zal leiden dat enkele bestaande, kwalitatief matig presterende groepen, hun langste tijd hebben gehad. Zijm bevestigt dat beeld, maar voegt er direct aan toe: `Dat zal een zorgvuldig afgewogen proces zijn waarbij we kijken naar factoren als wetenschappelijke prestaties, koppeling van onderwijs en onderzoek, de betekenis van leerstoelen voor het onderwijs, en prestaties in de tweede en derde geldstroom. Maar waar het aan de orde is, zal het een nette en natuurlijke manier van afbouwen zijn, met uiteraard een goed sociaal beleid. De governance van dat gehele proces berust overigens nadrukkelijk bij de voorzitters (van de drie TU's, b.g.).'
Zijm noemt de in het vooruitzicht gestelde 50 miljoen belangrijk, maar -zoals gezegd- qua omvang nu ook weer niet een bedrag waar je alles van mag verwachten. `Over een periode van vijf jaar betekent dat 10 miljoen per jaar. Dat stelt de federatie in staat om een aantal noodzakelijke versterkingen naar voren te halen'.
De impact van de nu gepresenteerde plannen is volgens de rector magnificus dus zeker geen aardverschuiving in onderzoekland, maar wel een trendbreuk. `En een stevig signaal naar de ministers en het bedrijfsleven dat het de drie TU's menens is om één front te vormen, hun onderzoek waar mogelijk af te stemmen, overlap eruit te halen, efficiencyslagen te maken en gezamenlijk te streven naar een toppositie in het Europese krachtenveld. Met erkenning van elkaars expertise.'
En dat allemaal in federatieverband? Of laten de drie TU's hun oor hangen naar wat Frans van Vught in dit blad en media als NRC Handelsblad en Volkskrant verkondigde?Die vindt dat de drie TU's, willen ze een vuist in Europa maken, juist moeten streven naar een fusie, leidend tot de TU Nederland.
Zijm is van de uitspraken van Van Vught niet ondersteboven. `In de federatie bouwen we voort op onze eigen sterktes en identiteit. Iedere technische universiteit is doordrongen van haar specifieke belang voor de regio. Dat willen we verder versterken. Net als onze netwerken en samenwerkingsverbanden met Nijmegen, Wageningen en Groningen en met buitenlandse partners. En natuurlijk onze bacheloropleidingen. Die voorzien immers vooral in een regionale behoefte. Drie universiteiten in Nederland maken met elkaar vergaande afspraken, stemmen onderzoek af en streven naar een meer gemeenschappelijk leerstoelen- en benoemingsbeleid. Dat is nog nooit vertoond! Streven naar een fusie is, in tegenstelling tot wat nu is ingezet, een uiterst moeizaam en pijnlijk proces dat jaren kan duren zonder dat de meerwaarde vaststaat.'
Denk je dat de twee bewindslieden deze plannen ver genoeg vinden gaan?
Zijm: `Dat is wel ons uitgangspunt, een negatieve beschikking zou me zeer teleurstellen. We hebben onze plannen ook voorgelegd aan instanties als AWT, Forum van Techniek en Wetenschap, KNAW, MKB-Nederland, NWO, STW, en VNO-NCW. Reacties van die zijde sturen we door naar de ministers, vergezeld van ons standpunt over de consequenties die we er aan moeten verbinden. We hebben voorlopig ons werk gedaan, de ministers zijn aan zet.'
![]()
Henk Zijm:…een fusie zou een uiterst moeizaam proces zijn… (Foto: Arjan Reef )