Oud-Papier

| Redactie

PROCES. In het proefproces tussen de THT en huurboycotter Paul van der Pal zal maandag 13 juni vonnis gewezen worden door het kantongerecht van Enschede. Op 19 mei is hierover het tussenvonnis gereed gekomen met de overwegingen van de kantonrechter. Deze stellen de gedaagde Paul van der Pal in het ongelijk en sturen aan op een schikking tussen gedaagde en eiseres, oftewel een `beproeving van vereniging'. Paul van der Pal die op een Witbreukswegkamer woont zonder gemeenschappelijke woonruimte, weigerde vanaf 1 januari 1981 de verhoging van de servicekosten met f 18,- te betalen omdat hij het onterecht vond mee te betalen aan de schoonmaakkosten van een gemeenschappelijke ruimte die hij niet heeft. In de overwegingen van de kantonrechter blijkt hij voor het inhouden van die f 18,- geen grond te hebben. De Huurprijzenwet bepaalt namelijk dat de servicekosten niet de werkelijke kosten van de al dan niet gepleegde schoonmaak hoeven te zijn, maar een `redelijke vergoeding' die tussen huurder en verhuurder overeengekomen kan worden of door schatting bepaald kan zijn.


Op de THT worden de huurverhogingen overeengekomen tussen het College van Bestuur en het Algemeen Huisvestingsbestuur. Dit laatste orgaan treedt op namens alle Campushuurders. De kantonrechter zegt in één van zijn overwegingen dat de huurder bij ondertekening van zijn huurcontract zich hiermee akkoord verklaart dat het AHB namens hem over de servicekosten overlegt en dat de huurder dus `niet in redelijkheid en goeder trouw zich erop kan beroepen dat de vaststelling niet op toelaatbare wijze heeft plaatsgevonden.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.