`Dit is geen werk voor barricaden'

| Redactie

Na 37 jaar lidmaatschap van het Overlegorgaan Personeelszaken UT (OPUT), waarvan de laatste vier jaar als voorzitter, gaf Sybolt Harkema (faculteit TNW) op 1 januari van dit jaar het stokje over aan Jan van der Meij (faculteit GW). Een gesprek met de vakbondsdinosauriër die sinds 1 januari met pensioen is en zijn opvolger. `Dit werk leent zich niet altijd voor de barricades.'


Wanneer je Harkema - nu een halve maand met pensioen maar met een nul-aanstelling - vraagt welke periode hem het meest bijgebleven is, verwacht dan geen verwijzingen naar de roerige jaren zeventig. `Nee, de spannendste tijd was de tijd van de grote reorganisatie van de diensten, nu zo'n vier jaar geleden. Een vrij ongelukkige periode bovendien in het bestuur van de universiteit. Ondanks de manier van aanpak van dat college en het gebrek aan communicatie zijn we er toch in geslaagd een redelijk sociaal plan op tafel te krijgen.'

Van der Meij: `Ik kwam toen net kijken en viel dus echt met m'n neus in de boter. Het was heel lastig. Je wilt ontslagen voorkomen, maar het CvB wilde die garantie niet geven. We zijn daar toch goed uitgekomen, al stel je altijd mensen teleur.'

Hoe belangrijk is het OPUT?

Harkema, lachend: `Op een schaal van een tot tien ofzo? Heel belangrijk. Voor het personeel, maar ook voor het CvB, dat op die manier voeling blijft houden met wat er onder het personeel leeft.'

Van der Meij: `De mensen die ik spreek gaan er liever zelf niet inzitten, maar zeggen wel: goed dat je dat doet; ze zijn blij dat het OPUT er is. Heb je zo'n club niet, dan kan het CvB allerlei regels verzinnen zonder dat daar controle op is.'

Is het CvB de natuurlijke vijand van het OPUT?

Van der Meij: `Helemaal niet!'

Harkema: `Nee, al zijn het wel de mensen met wie we het meest van mening verschillen. Het college een natuurlijke vijand noemen gaat veel te ver.'

Van der Meij: `We kijken alleen onder een andere invalshoek naar bepaalde problemen. De reflex van het CvB is toch vaak: wat gaat ons dat kosten. Ach, dat maakt het ook leuk. Als we het altijd eens waren, zouden we onszelf wel kunnen opheffen.'

Toch is het OPUT geen club mensen die de barricaden opgaat om de belangen het personeel te behartigen.

Harkema: `Dit werk leent zich niet altijd voor barricaden.'

Van der Meij: `Pas wanneer het college met de universiteitsraad een bepaald beleid heeft uitgestippeld, maar de specifieke invulling nog moet komen, dan pas komt het OPUT om de hoek kijken. Dan sta je niet meer zo snel op de barricaden.'

Is dat niet iets wat jullie parten speelt?

Harkema: `In sommige opzichten wel. Veel van wat we doen, gebeurt achter de schermen en is daardoor niet altijd even zichtbaar. Maar, het OPUT heeft bijvoorbeeld een belangrijke rol gespeeld in het in stand houden van het keuzemodel arbeidsvoorwaarden.'

Van der Meij: `Het OPUT mag zich wel iets meer laten zien. We zijn ons er wel van bewust dat we soms meer naar buiten moeten treden. Aan de andere kant: je kunt jezelf wel telkens op de borst kloppen en een persbericht naar UT-Nieuws sturen, maar zo willen we niet zijn. Zo van: kijk eens wat wij voor elkaar hebben gekregen.'

Heeft de oude voorzitter nog een goede tip voor de nieuwe?

Harkema: `Hij moet er in ieder geval op letten dat alle neuzen dezelfde kant op blijven staan. Het OPUT blijft een orgaan dat bestaat uit vertegenwoordigers van vier vakbonden, maar we moeten gezamenlijk een lijn trekken. Vroeger was het wel eens als los zand: dan waren we in overleg met het CvB en bleken we het intern niet eens te zijn. Dat hadden we beter vooraf kunnen bespreken. En, maar dat is meer persoonlijk, ik vind het heel jammer dat seniorenregelingen alleen maar gericht zijn op minder werken en afvloeien.'

Van der Meij: `Sybolt blijft in ieder geval bij de UT betrokken, dus ik kan `m in ieder geval nog eens om advies vragen.'

Functie van het OPUT

Het Overlegorgaan Personeelszaken UT bestaat uit vertegenwoordigers van vier vakbonden: ABVAKABO-FNV, Ambtenaren­centrum-AC-Hop, CNV-Publieke zaak en CMHF-Vawo. Het OPUT voert namens deze bonden overleg met het CvB over diverse personeelsaangelegenheden zoals het lokaal beleid inzake de inschaling van personeel, lokale verlofregelingen, ouderenbeleid, ziekteverzuimbeleid en ook sociale regelingen rond eventuele reorganisaties (sociaal plan).

Jan van der Meij (35) is sinds 2001 werkzaam als onderzoeker bij de Faculteit Gedragswetenschappen, vakgroep instructietechologie. Naast promotieonderzoek naar het leren met educatieve computer simulaties is hij werkzaam in het EDMM-onderwijs. Hij is sinds december 2001 OPUT lid namens de ABVAKABO-FNV.

Van der Meij neemt het voorzitterschap over van Sybolt Harkema, die op 23 december 1968 lid werd van het toenmalige Overleg Personeel Technische Hogeschool Twente. Hij combineerde het wetenschappelijk handwerk in de chemische fysica steeds met een even gemotiveerde inzet als vertegenwoordiger van het personeel aan de TH en later de UT.

Jan van der Meij (links) en Sybold Harkema (Foto: Arjan Reef)
Jan van der Meij (links) en Sybold Harkema (Foto: Arjan Reef)

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.