Bètastudenten schrijven brandbrief aan minister

| Redactie

Dat het wiskundeniveau van eerstejaars op z'n zachtst gezegd te wensen overlaat, mag geen nieuws meer heten. Wel nieuw is dat nu ook de studenten zich in het nationale debat mengen. In een brandbrief van achttien studieverenigingen aan onderwijsminister Maria van der Hoeven smeken ze de bewindsvrouwe niet nóg meer te snoeien in het aantal uren wiskunde op het voortgezet onderwijs.


Sinds 2002 stromen de zogenaamde tweede fase-leerlingen het wetenschappelijk onderwijs binnen. `Inmiddels', aldus de briefschrijvers, `is gebleken dat de wiskundekennis bij deze studenten lager is dan voorheen. Na drie jaar kunnen we concluderen dat dit geen opstartproblemen waren. Nog steeds is het wiskundeniveau van de gemiddelde eerstejaars student te laag. Gevolg is dat veel studenten nu aansluitingscursussen nodig hebben om het universitaire niveau te halen. Sommige universiteiten passen hun wiskundig niveau zelfs naar beneden aan.'

Als de plannen van Van der Hoeven doorgang vinden, zakt het aantal studielasturen voor wiskunde B in het profiel Natuur & Techniek van 760 naar 520. `Het ligt volgens ons meer voor de hand om het verplichte deel van het wiskundeonderwijs te verzwaren dan te verlichten. De verlichting van het bèta-onderwijs binnen het vwo staat immers haaks op de algemeen gewenste versterking van het innovatieve kenniskarakter van de Nederlandse economie.'

Weliswaar wil Van der Hoeven met een `nieuw' vak, wiskunde D, het niveau op peil houden, maar aangezien dat een keuzevak wordt, verwachten de studenten daar weinig van. Het is scholen zelfs niet verplicht het überhaupt aan te bieden.

De brief, een initiatief van de Leidse studievereniging van natuurkunde, wiskunde, sterrenkunde en informatica De Leidsche Flesch, is ondertekend door achttien studieverenigingen, die tezamen meer dan tienduizend studenten vertegenwoordigen.

De studieverenigingen Abacus (toegepaste wiskunde), Inter-Actief (informatica) en Arago (technische natuurkunde) van de UT behoren tot de ondertekenaars. Logisch, vinden de respectievelijke voorzitters Edwin Huijberts, Michel Jansen en Sebastiaan Waanders, want alledrie zijn ze `een product van de tweede fase' en merken ze dat studenten grote moeite hebben met het wiskundeniveau op de UT. Ook zelf hebben ze dat aan den lijve ondervonden. Waanders: `Het was echt zwaar aanpoten. Soms voelde ik me gewoon dom.'

Ook merken ze dat de UT haar niveau aanpast aan de nieuwe studenten. Jansen: `Verschillende wiskundevakken op deze universiteit vereisen al minder voorkennis. Het eerste wiskundevak dat je hier krijgt, is een herhaling van de middelbare school. Het niveau van de nieuwe instroom is echt te laag.' Een deel van de problemen wijt hij aan het gebruik van hulpmiddelen. `Voor een vak als Frans is het heel normaal als je honderden woorden moet stampen, maar wiskundige formules hoef je niet uit je hoofd te leren. Daardoor hebben tweedefase leerlingen geen idee van waar ze mee bezig zijn.' Waanders: `Ze weten hoe ze het antwoord kunnen vinden, maar missen het inzicht. Zo leid je typistes op, geen denkers.'

De drie voorzitters denken dat Van der Hoeven niet aan de brandbrief voorbij kan gaan. `Het gaat om de kritiek van tienduizend studenten', zegt Jansen. `Die kan je niet negeren. Bovendien, als we zelf al klagen over ons niveau, dan moet er wel iets mis zijn.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.