De drie UT-wetenschappers behoren tot een selecte groep van 27 mensen die eind december hoorden dat ze een Vici-beurs krijgen. 145 onderzoekers hadden een beknopte vooraanvraag ingediend. Overigens betaalt NWO `slechts' zeventig procent van het bedrag, de rest komt voor rekening van de UT zelf.
Wat zegt het over de Universiteit Twente dat drie wetenschappers een Vici-subsidie `gewonnen' hebben?
Pollnau: `Sinds ik hier werk, ben ik onder de indruk van het hoge wetenschappelijke niveau van mijn collega's bij Mesa+. Dat de UT beloond is met drie Vici-beurzen, is een algemene bevestiging van die positieve indruk. Maar, deze unieke gebeurtenis maakt van onze universiteit nog geen leading university in Nederland. De wetenschappelijke competitie gaat door en volgend jaar zullen waarschijnlijk onderzoekers van andere universiteiten succesvol zijn.'
Brey: `Ik geloof dat Delft en Eindhoven minder Vici-beurzen hebben binnengehaald, dus we doen het goed. En blijkbaar zijn we hier op de UT ook vernieuwend bezig want vernieuwendheid en risicovolheid zijn belangrijke vereisten voor Vici-onderzoek.'
Krijnen: `Het geeft aan wat de UT te bieden heeft. Het zegt iets over de kwaliteit van onze leerstoel, over de infrastructuur, over het Mesa-lab. Ik heb mijn aanvraag kunnen versterken met resultaten die we de afgelopen jaren geboekt hebben. Dat is niet slechts mijn verdienste, maar geeft ook de kwaliteit van technici en collega's weer.'
Waarom is juist jouw aanvraag gehonoreerd, denk je? Had je daar rekening mee gehouden?
Pollnau: `Je kunt nooit verwachten dat je bij de succesvolle vijftien procent zit. Je kunt alleen maar proberen een goed idee op een overtuigende manier te presenteren. NWO heeft gekozen voor die voorstellen die het meest veelbelovend klonken. Voorstellen waarvan de kans groot is dat de financiële investering omgezet kan worden in relevante wetenschappelijke output. Aangezien er over het algemeen meer ideeën zijn dan Vici-beurzen is het deels ook een kwestie van geluk.'
Brey: `Ik had überhaupt geen verwachtingen, positief noch negatief. Maar de combinatie tussen de kwaliteiten van de onderzoeker en de kwaliteit van het voorstel was blijkbaar goed. Het thema, de betekenis van nieuwe media voor mens en samenleving, is ook heel actueel.'
Krijnen: `Er zijn vele goede kandidaten, je kunt niet inschatten of je in aanmerking komt. Er wordt gekeken naar je staat van dienst, of je een groep promovendi kunt leiden. Maar ook de inhoud van het voorstel zal van belang zijn. Ik denk dat mijn onderzoek, het maken van sensoren naar biologisch voorbeeld, een aansprekend onderwerp is.'
De winnaars zijn, zegt NWO, `excellente, zeer ervaren wetenschappers die met succes een vernieuwende onderzoekslijn hebben ontwikkeld'. Hoe voelt dat?
Pollnau: `Het is natuurlijk leuk om te horen dat je wordt erkend als een goede wetenschapper. Maar, zo'n uitspraak hoort ook gewoon bij het spelletje. Hoe zou het klinken wanneer NWO zou zeggen dat ze publiek geld spendeert aan gemiddelde wetenschappers? Hoe het echt voelt? Als een loodzware last om het beste van deze beurs te maken. Het is relatief eenvoudig wetenschappelijke ideeën voor te stellen. Deze ideeën daadwerkelijk tot leven brengen is a different pair of shoes.'
Brey: `Fantastisch natuurlijk, die lovende woorden voelen echt heel goed. Dat, tezamen met de felicitaties van collega's, werkt heel stimulerend.'
Krijnen: `Altijd leuk als anderen dat zeggen, het zijn woorden die ik zelf niet snel in de mond zou nemen! Maar, het schept ook de nodige verwachtingen. Ik hoop dat aan het einde van de rit het onderzoek ook als excellent wordt betiteld, dan is het geld goed besteed.'
Wat was het eerste dat door je hoofd schoot toen je het goede nieuws hoorde?
Pollnau: `Het eerste wat ik dacht was: dit is het echte startpunt van mijn werk op de Universiteit Twente. Het fundament is gelegd. Nu is het aan mij om er het beste van te maken. De erkenning komt hopelijk met positieve onderzoeksresultaten en publicaties in internationale wetenschappelijke tijdschriften.'
Brey: `Ik hoorde het een week voor de officiële bekendmaking onder embargo. Ik mocht het dus aan niemand vertellen. Ik was echt even sprakeloos. Een fantastisch gevoel.'
Krijnen: `Ik was ongelooflijk blij, ook omdat de onzekerheid voorbij was. Als eerste heb ik mijn hoogleraar Miko Elwenspoek gebeld. Het is wel bijzonder en ook heel leuk hoeveel aandacht deze toekenning oplevert. Terwijl het in wezen ook één van de manieren is om onderzoek gefinancierd te krijgen. In september hebben we een EU-project binnengehaald met een omvang van 1,5 miljoen euro. Daar krijg je niet zoveel reacties op.'
Wat betekent deze beurs voor jouw onderzoek?Waar wordt dat geld aan besteed?
Pollnau: `Goede research is ook mogelijk zonder een Vici-beurs, maar dit helpt enorm. Zeker wanneer je een nieuw onderzoeksgebied wilt creëren en je alleen een leeg lab tot je beschikking hebt. Het zijn de extra fondsen die je, vergeleken met je normale onderzoeksgelden, toestaan iets nieuws op te bouwen.'
Brey: `Dit verdriedubbelt mijn onderzoeksruimte. Ik mag daarnaast vier onderzoekers aanstellen voor het project. En, je hebt een eigen budget om leuke dingen mee te doen. Bovendien biedt het extra carrièrekansen, zoals een promotie.'
Krijnen: `Ik ga drie promovendi en een postdoc aanstellen op onderzoek naar micromechanische flow-sensoren geïnspireerd op biologische voorbeelden. Noodzakelijkerwijs gaat er dan ook veel geld naar de cleanroom. Dankzij een Europese aanvraag kan ik bovendien nog een extra aio en postdoc aanstellen, dus ineens heb ik een vrij grote groep op een samenhangend programma zitten.'
Die beurs betekent voor jullie een forse financiële impuls, maar voor de UT een behoorlijke kostenpost, aangezien de universiteit voor eenderde van het bedrag opdraait. Hoe kijk jij aan tegen deze zogenaamde matchingproblematiek?
Pollnau: `We moeten het full-cost model weer inruilen voor het additional-cost model. It keeps things simple.'
Brey: `NWO wil dat universiteiten investeren in goed onderzoek. Door ze zelf een deel van de kosten te laten betalen, dwing je ze om het onderzoek goed in te bedden in de universiteit. Ik begrijp wel dat er hier een rem moet komen op matching. De UT heeft daar te zwaar op ingezet en is daardoor in de problemen gekomen. Ik hoop echter wel dat aangegane verplichtingen zullen worden gehonoreerd.'
Krijnen: `Onder andere mijn halve salaris wordt besteed aan de matching van deze subsidie. Maar het houdt een keer op natuurlijk. Bepaalde subsidierondes moet je laten schieten omdat je niet alles kunt matchen. Overigens brengen leerstoelen hun eigen matching op, het is beslist niet zo dat mijn vici-subsidie ten koste gaat van andere groepen op de UT.'
Veni-subsidies voor jonge onderzoekers
Ook de drie UT-onderzoekers Szabolcs Deladi (1973, EWI), Florence de Groot-Barrère (1973, TNW) en Johan Padding (1975, TNW) kregen eind december goed nieuws. Zij krijgen een zogenaamde Veni-beurs, een subsidie bestemd voor pas-gepromoveerden. Zij krijgen maximaal 208.000 euro en kunnen daarmee drie jaar lang onderzoek doen en `dwarse' ideeën ontwikkelen. Deladi gebruikt de extra gelden voor zijn onderzoek naar het maken van driedimensionale nanostructuren. De research van De Groot-Barrère moet uiteindelijk leiden tot slimmere kunstorganen en -weefsels. Ze onderzoekt hoe kunstmatig gekweekt weefsel sneller getest kan worden. Johan Padding doet onderzoek naar de vloeibaarheid en elasticiteit van cellen.
`Een heel goede dag'
Rector magnificus Henk Zijm toont zich verheugd over het succesvolle zestal. `Ik heb uiteraard onmiddellijk alle zes de prijswinnaars persoonlijk gefeliciteerd. Ik was er ook echt heel blij mee. Drie Vici-beurzen is een maximale score die de UT nooit eerder heeft gehaald, en waarmee we ook in de top van de scoringslijst zaten.'
Dat de voorstellen binnen de speerpuntinstituten van de UT vallen noemt Zijm geen toeval. `Daar focussen wij op en deze mensen worden extra gestimuleerd om met goede voorstellen te komen. Voor sommigen was het wel een heel goede dag; in de leerstoel van Miko Elwenspoek van EL viel zowel de honorering van een Vici als een Veni-voorstel.'
De UT moet voor dertig procent bijdragen aan de subsidies. Over deze zogenoemde matchingproblematiek zegt Zijm: `Ik maak me daar niet onmiddellijk zorgen over, aangezien het eigen salaris van de indiener gebruikt kan worden voor de matching verplichting. En dat salaris betalen we toch. Het wordt natuurlijk wel een probleem als de matching al aan andere projecten vergeven is, maar dat kan ik op dit moment niet overzien. Hoe dan ook: wij zullen aan onze matchingverplichting voldoen.'
![]()
Markus Pollnau (1965): EWI / Mesa+. Lasers die zijn geïntegreerd op een chip zijn compact en efficiënt en hebben daardoor vele toepassingen. Met behulp van een nieuw kristallijn materiaal wil hij zulke compacte lasers ontwikkelen, die continu of gepulsed licht kunnen afgeven in verschillende kleuren. (Foto's: Arjan Reef)
![]()
Philip Brey (1966): GW / CTIT. Nieuwe media zoals internet, computerspellen en mobiele telefoons, veranderden werk en vrije tijd ingrijpend. Wat is de betekenis van deze veranderingen voor de kwaliteit van het leven en de samenleving? Deze vraag wil Brey vanuit de filosofie beantwoorden.
![]()
Gijs Krijnen (1961): EWI / Mesa+. Krijnen maakte de minuscule en zeer gevoelige haartjes waarmee een krekel hoort, na uit kunststof. Naar biologisch voorbeeld worden microsensoren gemaakt met ruis en mechanische signaalbewerking in de hoofdrollen.