De eerste interviewafspraak sneuvelt. Het gesprek staat gepland op vrijdag 25 november, de dag dat Apeldoorn, de woonplaats van de heer Van Vollenhoven, volledig insneeuwde. Zijn secretaresse belt halverwege die middag.`U zit al in de auto? Kunt u nog rechtsomkeert maken? De heer Van Vollenhoven houdt helemáál niet van risico's in het verkeer.' De tweede afspraak valt op maandag 5 december. In hotel de Keizerskroon in Apeldoorn, op een steenworp afstand van Paleis het Loo.
De 66-jarige Van Vollenhoven werd dit najaar tot praktijkhoogleraar Risk Management aan de faculteit Bedrijf, Bestuur en Technologie benoemd. De UT wilde met zijn benoeming het academisch onderzoek en onderwijs op het gebied van risicomanagement versterken. Van Vollenhoven, sinds 1977 voorzitter van vele nationale en internationale organisaties op het gebied van veiligheidszorg en sinds begin dit jaar voorzitter van de onafhankelijke Onderzoeksraad voor veiligheid, bleek een geschikte kandidaat.
De vraag om het hoogleraarsambt te vervullen kwam `volstrékt onverwacht', vertelt hij. `Dit was werkelijk nooit in mij opgekomen. Ik heb er wél eens aan gedacht om te gaan promoveren. Maar dat is er nog niet van gekomen.' Hij accepteerde de uitnodiging graag. Wetenschap en praktijk vormen immers een mooie combinatie om een bijdrage te leveren aan het onderwerp veiligheid. En lesgeven vindt hij leuk, vertelt hij geanimeerd. Hij beschikt over wat ervaring. `Ik ben duikinstructeur. Niet dat ik veel les geef. Slechts een paar keer, om mijn brevet bij te houden. Maar ik vind het erg aardig om dingen uit te leggen. In mijn strijd voor onafhankelijk veiligheidsonderzoek heb ik ook altijd moeten pleiten en overtuigen. Mensen enthousiast maken, dat vind ik leuk.'
En lukt dat een beetje, mensen enthousiasmeren? Van Vollenhoven: `Bij mijn concerten indertijd -zo'n twintig per jaar- heb ik hiermee enige ervaring kunnen opdoen. In het gewone leven is het niet uitzonderlijk te noemen als een toehoorder bij een toespraak in slaap valt. Als dit bij je concerten zou gebeuren dan heb je wel een probleem. In ieder geval hou je het dan geen vijftien jaar vol! Iedere keer moet je een zaal weer veroveren. Als dat niet lukt dan word je niet meer geboekt. Kortom, het is een uitdaging om te bewerkstelligen dat de mensen die zijn geweest, er geen spijt van hebben gekregen. Of het nu een duikles, een concert of een college is, het moet voor niemand verloren tijd zijn geweest.'
Hij zou graag meer overdragen dan louter vakinhoudelijke kennis, wil zich verdiepen in de studenten met wie hij in aanraking komt. `Ik kan geen college geven zonder te weten wie ik voor me heb. Hoe ziet het leven van deze studenten eruit? En hoe gaan ze ermee om? Voor iedereen is het leven een puzzel, dat geldt ook voor mij en voor u. Als ik op dat gebied iets aan hen kan meegeven, dan vind ik dat de moeite waard. Ik wil graag een bijdrage leveren aan iemands leven, geïnteresseerd zijn. En dan hoop ik dat de studenten later zeggen: wat die Van Vollenhoven precies zei dat weet ik niet meer, maar in ieder geval heb ik één of twee dingen onthouden, en het was een plezierig college.'
Denkt hij zelf ook op die manier aan iemand terug? Is er wellicht een Leidse hoogleraar die hem inspireert? Van Vollenhoven gaat eens goed zitten voor deze vraag. `Ik ga nu door de mand vallen, ik ga nu héél erg door de mand vallen. Weet u, ik deed er in Leiden zoveel naast, dat ik slechts enkele hoogleraren heb gekend. Ik heb vooral veel dictaten gezien en we hadden repetitoren die ons klaarstoomden voor de examens. Dat waren vaak beroeps. Ja, die mannen hebben flink aan ons verdiend.'
De jonge Pieter studeert uiteindelijk, met een jaar in het Collegium, na zes jaar af als meester in de rechten, een resultaat waar hij tevreden mee is. `Wist u dat het mij in eerste instantie zelfs werd ontraden om te gaan studeren? Mijn schooltijd verliep namelijk moeizaam. Toen ik daarna rechten wilde studeren zei mijn omgeving: Pieter, dat wordt niets! Toch ben ik slechts voor één vak gezakt.' Van Vollenhoven was vooral actief bij het Leidsch Studenten Corps. `Toen ik pas aankwam, brandde sociëteit Minerva af en moesten we geld bijeenhalen voor de herbouw. Ook was ik betrokken bij de Universiade, als president van de Nederlandse Studenten Sport Stichting. Ik reisde allerlei kampioenschappen af, was bijzonder veel op pad.'
Maar hij verwacht straks wel dat de Twentse student trouw in het collegebankje aanschuift? Van Vollenhoven glimlacht. `Ik vermoed dat de tijden fors zijn veranderd. In onze tijd behandelde de hoogleraar een onderwerp dat hem boeide en verder werd je zelf geacht om je op de stof voor te bereiden. Nu is het onderwijs verstrakt. Vroeger sprak men mild over studenten die lang studeerden, nu kent men de `eeuwige' student niet meer.'
Over dat veranderde onderwijs wil hij graag nog meer informatie. `Hoe zit dat precies met bachelor-master? Ik wil meer van het grotere verband weten. Hoe ziet die opleiding aan deze faculteit er verder uit, hoe werkt het systeem? Daar ben ik nog niet in thuis. Wat dat betreft ben ik een echte praktijkhoogleraar. Ik ben dus een outsider, maar ik waardeer in hoge mate dat de Universiteit Twente mensen uit de praktijk wil betrekken. Ik hoop oprecht een bijdrage te kunnen leveren. Mijn ervaring is dat er een enorm verschil bestaat tussen theorie en werkelijkheid. Op papier is alles fantastisch geregeld, maar in de werkelijkheid is het -helaas- vaak anders. Bij heel veel ongevallen speelt deze problematiek. Hoe komt dat? Men spreekt altijd bewogen over het onderwerp veiligheid en het belang ervan, maar men vergeet dat veiligheid een enorme discipline vergt. Het kost ook nog eens veel geld. Hoeveel geld en discipline heb je over voor iets dat misschien nooit zal gebeuren maar wel binnen één seconde je hele leven kan veranderen? Dat is dan het beroemde onderwerp risicomanagement.'
Pieter van Vollenhoven begon zijn carrière in 1975 als adviseur voor het ministerie van Verkeer en Waterstaat. In 1977 werd hij benoemd tot voorzitter van de Raad voor de Verkeersveiligheid, een adviescollege voor de regering inzake het te voeren verkeersveiligheidsbeleid. `In dit tijdperk vielen jaarlijks drieduizend doden en 75.000 verkeersgewonden te betreuren', vertelt hij. `Toch moest voor iedere echte verkeersveiligheidsmaatregel worden gevochten. Wie herinnert zich niet de discussie over de invoering van de maximumsnelheden of de autogordel. Dit laatste werd zelfs gezien als een inbreuk op de mensenrechten. Kortom, de verkeersveiligheid was een moeizaam werkterrein.'
`Mijn motivatie om met dit onderwerp door te gaan vloeide voort uit mijn contacten met de gehandicaptensporters: 65% had zijn of haar handicap te danken aan een verkeersongeval en niemand sprak daar met vreugde over. Bij een werkbezoek in Amerika maakte ik kennis met de National Transportation Safety Board. Zij waren belast met onafhankelijk onderzoek. Zij hielden de maatschappij de spiegel van de werkelijkheid voor. In 1983 schreef ik mijn eerste brief aan de minister van Verkeer en Waterstaat om te komen tot de instelling van een Raad voor de Transportveiligheid. Zestien jaar later was de Raad voor de Transportveiligheid een feit en 22 jaar later kwam er ook een Onderzoeksraad voor veiligheid.'
De strijd voor onafhankelijk ongevallenonderzoek gaat hem zeer aan het hart. `Ik weet wel dat de nabestaanden van de slachtoffers daarmee hun geliefden niet terugkrijgen, maar de maatschappij kan ervan leren zodat het anderen niet ook hoeft te overkomen.' Zijn eigen discipline, het juridische, schiet daarin te kort. `Het strafrecht focust op de schuldvraag', doceert Van Vollenhoven enthousiast. `Ik ken een voorbeeld van een automobilist die door rood reed en daardoor een ernstig ongeval veroorzaakte. De chauffeur zei het rode licht niet gezien te hebben, maar er waren getuigen. De schuldvraag was beantwoord, onderzoek gesloten. Drie jaar later vond op dezelfde plek echter een identiek ongeval plaats. Toen kwam er wel een diepgaand onderzoek. Wat bleek? Een bepaalde zonnestand in combinatie met regen veroorzaakte een luchtspiegeling die het rode licht onzichtbaar maakte. Waarheidsvinding gaat dus verder dan de rechtszaal.'
De Onderzoeksraad voor veiligheid behartigt die taak sinds februari van dit jaar. Actuele kwesties: de brand in het cellencomplex op Schiphol en de stroomstoring in Haaksbergen. Van Vollenhoven: `Vroeger waren wij opgevoed met onafhankelijke onderzoekscommissies -zonder procedures of spelregels- en de verantwoordelijkheid voor de onderzoeken lag bij de overheid zelf. Omdat de overheid monopolist is op het gebied van veiligheid, zowel als regelgever als toezichthouder, heb ik mij altijd tegen een dergelijke gang van zaken verzet. Te veel belangenverstrengeling. Thans kent de nieuwe Onderzoeksraad zijn wettelijke verankering, zijn eigen procedures en zijn eigen onderzoekers.'
Zijn colleges zullen gaan over zijn opgedane ervaringen met de Raad voor de Transportveiligheid en de Onderzoeksraad voor veiligheid. `Onderwerpen als criminaliteitsbestrijding of terrorisme vallen hier buiten', zegt Van Vollenhoven. `Overigens is er natuurlijk sprake van grote overeenkomsten tussen de onderwerpen safety en security.' Zijn vuurdoop als docent staat eind januari op de planning en op 28 april houdt hij zijn oratie.
`Ik heb eerlijk gezegd mijn eerste colleges wat voor mij uitgeschoven wegens een gebrek aan tijd. Helaas is mijn agenda zeer gevuld. Ik hoop dat ik het allemaal zo kan invullen dat de universiteit niet in mij teleurgesteld zal zijn!'
Tot slot. Waren uw vier zonen trots op uw benoeming? `Ach, bij mijn concerten zaten zij met gekromde tenen in de zaal… En nu zijn zij blij dat zij bij mij geen colleges hoeven te volgen! Ik denk dat zij het leuk voor mij vinden dat die strijd voor het onafhankelijk onderzoek in Nederland in positieve zin is afgelopen. Het praktijkhoogleraarschap ligt daarvan in het verlengde!'
![]()
Pieter van Vollenhoven (RVD/ Capital Photos, foto: Ruud Taal)